Wereldwijd omarmen steeds meer bedrijven het CTI-framework om met circulariteit aan de slag te gaan en hun prestaties te kunnen meten. Het Circular Transition Indicators (CTI) framework is vorig jaar geïntroduceerd en is ontwikkeld door de WBCSD, de World Business Council for Sustainable Development, en KPMG. Het raamwerk helpt bedrijven met praktische handvatten en daarmee een grotere bijdrage te leveren aan de transitie naar een wereldwijde, circulaire economie. “Met het framework kunnen bedrijven op een universele en consistente manier hun circulariteit meten, risico’s en kansen in kaart brengen en prioriteiten aanbrengen”, zegt Arnoud Walrecht van KPMG Sustainability. Walrecht: “Het geeft bedrijven daarmee de wind in de rug naar een circulaire bedrijfsvoering, wat een hoge prioriteit heeft in de EU Green Deal. Door het gebruik van robuuste en universele indicatoren zijn zij bovendien in staat de eigen prestatie af te zetten beter inzichtelijk te maken voor financiers en andere bedrijven.”

Universele indicatoren essentieel

Universele indicatoren zijn volgens Suzanne Kuiper, KPMG auteur van het WBCSD framework, essentieel om de noodzakelijke overgang naar de circulaire economie te versnellen. Kuiper: “Inmiddels wordt de CTI-methodologie wereldwijd door meer dan zeshonderd bedrijven en organisaties toegepast, waaronder bedrijven als Rabobank, de NS of Auping in Nederland. Mede door het succes van het framework is vorig jaar gewerkt aan uitbreiding van de indicatoren. Het CTI bevat nu ook indicatoren die aangeven hoe bedrijven omgaan met de water kringloop. Ondernemingen worden geholpen om de beschikbaarheid van water voor de omgeving zeker te stellen en hun inspanningen bij het hergebruik te vergroten. Daarnaast biedt het nieuwe rapport meer uitleg over het toepassen van het raamwerk op biologische cycli, de zogeheten ‘bio-economie’, hetgeen interessant is voor o.a. bedrijven in de voedsel en agrisectoren. Een andere nieuwe indicator, CTI Revenue, maakt duidelijk hoe de financiële en circulaire prestatie zich tot elkaar verhouden. Dit kan helpen bij het sturen van het product-portfolio. Vooral investeerders zijn in het algemeen op zoek naar dit soort informatie.”

Breed draagvlak

Het door WBCSD en KPMG ontwikkelde framework bevat een groot aantal indicatoren die bedrijven helpen om een bijdrage te leveren aan de uiteindelijke totstandkoming van een wereldwijde, circulaire economie. Walrecht: “Indicatoren die zijn ontwikkeld door bedrijven én voor bedrijven in het WBCSD’s Factor 10 project. KPMG Nederland heeft de inhoudelijke expertise geleverd om deze nieuwe aanpak mogelijk te maken, een aanpak die uiteindelijk in zo’n achttien maanden tot stand is gekomen in nauw overleg met de meest invloedrijke organisaties op het gebied van de circulaire bedrijfsvoering. Meer dan honderd organisaties hebben vorig jaar input kunnen leveren op het initiatief. Hierdoor kent het een breed draagvlak van allerlei sectoren en bedrijven op verschillende plekken in de waardeketen, van grondstofproductie tot bijvoorbeeld telefoonproducent of farmaceut. Het raamwerk is dan ook geschikt voor een zeer brede groep bedrijven en waardeketens, waardoor het niet alleen flexibel is. Het is ook complementair aan bestaande duurzaamheidsinitiatieven en meetinstrumenten om bijvoorbeeld CO2 uitstoot te bepalen. En niet onbelangrijk, het zorgt voor meer uniformiteit in de manier waarop je als bedrijf kunt bijdragen aan de circulaire economie en de mate waarin je de circulariteit’ van een bedrijf, van een bedrijfsonderdeel en een product kunt meten.”

Slimmer met grondstoffen omgaan

Nederland heeft de ambitie om in 2050 circulair te zijn, met gesloten kringlopen waarin grondstoffen opnieuw worden gebruikt en afval niet bestaat. Ook moet in 2030 al het gebruik van (niet biologische) grondstoffen zijn gehalveerd. Die doelstelling is nog lang niet in zicht, zo concludeerde het PBL recentelijk. Walrecht constateert tegelijkertijd dat de vraag naar grondstoffen voor veel producten wereldwijd sterk toeneemt, bijvoorbeeld om de energietransitie mogelijk te maken.  Walrecht: “Bedrijven zullen dan ook steeds meer verplicht worden om grondstoffen en producten op circulaire economie principes te gebruiken én te hergebruiken. Veel ondernemingen kunnen deze verandering niet in hun eentje in gang zetten. De circulaire economie vraagt om een inspanning tussen bedrijven, in waardeketens en zelfs tussen sectoren. Een gemeenschappelijke aanpak om inspanningen te meten is cruciaal, omdat het zonder een gemeenschappelijke ‘taal’ en definities lastig samenwerken is. En ook sturing is noodzakelijk. Ondernemingen willen weten of zij op de goede weg zijn,  hoe zij de transitie voor hun bedrijf kunnen definiëren, hoe zij de voortgang kunnen meten en hoe zij moeten omgaan met partners in de keten.”

Contact

Voor nadere informatie: Jolanda Peek, telefoon (020) 656 8781