close
Share with your friends

Een vergaande transformatie van het Nederlandse zorglandschap leidt niet alleen tot meer kwaliteit van de zorg, een beterere toegankelijkheid en minder druk op zorgprofessionals. Het inrichten van de zorg op basis van de zorgvraag in plaats van het zorgaanbod kan de totale groei van de (voortdurend stijgende) zorgvraag binnen de huidige middelen op te vangen. Uit onderzoek van KPMG blijkt dat het vergaand integreren van wonen, welzijn en zorg de zorgkosten binnen de Zvw (Zorgverzekeringswet) en Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) aanzienlijk omlaag kunnen brengen. Uitgaande van het meest vergaande scenario van de transitie van deze zorg kunnen de kosten ervan op de lange termijn met bijna 15% worden teruggebracht. “Als wij kijken naar de totale kosten die in 2018 zijn gemaakt voor de Zvw en de Wmo, dan gaat het om een bedrag van € 28.620 miljoen”, zegt Anna van Poucke, partner bij KPMG en Global Head of healthcare. Van Poucke: “€ 4.918 miljoen aan de Wmo en € 22.500 aan de Zvw. Bij een ongewijzigd zorglandschap en rekening houdend met de demografische ontwikkeling van de Nederlandse bevolking gaan wij in 2040 € 35.366 miljoen uitgeven aan de Wmo en de Zvw. Dat is een toename van 24%. Als wij er in 2040 echter in slagen om deze zorg in Nederland volledig anders te organiseren en te verplaatsen naar de plaats waar deze thuishoort, dan komen de totale kosten in 2040 uit op € 24.669. Een daling van 14%.”Een vergaande transformatie van het Nederlandse zorglandschap leidt niet alleen tot meer kwaliteit van de zorg, een beterere toegankelijkheid en minder druk op zorgprofessionals. Het inrichten van de zorg op basis van de zorgvraag in plaats van het zorgaanbod kan de totale groei van de (voortdurend stijgende) zorgvraag binnen de huidige middelen op te vangen. Uit onderzoek van KPMG blijkt dat het vergaand integreren van wonen, welzijn en zorg de zorgkosten binnen de Zvw (Zorgverzekeringswet) en Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) aanzienlijk omlaag kunnen brengen. Uitgaande van het meest vergaande scenario van de transitie van deze zorg kunnen de kosten ervan op de lange termijn met bijna 15% worden teruggebracht. “Als wij kijken naar de totale kosten die in 2018 zijn gemaakt voor de Zvw en de Wmo, dan gaat het om een bedrag van € 28.620 miljoen”, zegt Anna van Poucke, partner bij KPMG en Global Head of healthcare. Van Poucke: “€ 4.918 miljoen aan de Wmo en € 22.500 aan de Zvw. Bij een ongewijzigd zorglandschap en rekening houdend met de demografische ontwikkeling van de Nederlandse bevolking gaan wij in 2040 € 35.366 miljoen uitgeven aan de Wmo en de Zvw. Dat is een toename van 24%. Als wij er in 2040 echter in slagen om deze zorg in Nederland volledig anders te organiseren en te verplaatsen naar de plaats waar deze thuishoort, dan komen de totale kosten in 2040 uit op € 24.669. Een daling van 14%.”

Transformatie komt langzaam op gang

De COVID-pandemie heeft volgens Van Poucke laten zien wat er gebeurt wanneer het zorgstelsel onder druk komt te staan door tekorten aan mensen en middelen. Van Poucke: “De werkdruk die ontstaan is bij zorgprofessionals en de oplopende wachttijden kan niet structureel worden De huidige combinatie van de toenemende zorgvraag en de tekorten aan financiële en personele middelen gaan zorgen voor een consequente overbelasting van ons stelsel. Niets doen is dus geen optie. De transformatie van het zorglandschap komt echter langzaam op gang. Nieuwe zorgleveringsmodellen, meer samenwerking en digitalisering staan hoog op de agenda van zorginstellingen. Veel bestuurders zijn zich echter bewust van het feit dat zij nog flinke stappen moeten zetten om dit echt in de praktijk te brengen en vergaand te transformeren. Bij veel zorginstellingen is de organisatie nog altijd opgebouwd rond het zorgaanbod en niet rondom de vraag van de patiënten. En zorgprofessionals geven er vaak nog de voorkeur aan om zorg fysiek te leveren in plaats van digitaal. Ook blijkt dat er nog te weinig flexibiliteit is bij het inzetten van personeel en faciliteiten. Daarnaast zijn er ook flinke uitdagingen op het gebied van cultuurverandering.”

Meeste zorg in thuis setting

Uit de analyse van KPMG blijkt dat het verleggen van de aandacht van aanbod naar vraag en meer accent op de burger en zijn woonomgeving betekent dat zo’n 40% van de zorgkosten gemaakt gaan worden in de thuis setting. Van Poucke: “Daar vindt met name digitale zorg plaats onder verantwoordelijkheid van een zorgprofessional. Een kwart van de kosten gaat naar de generalistische setting die vanuit een integraal zorgcentrum plaatsvindt en zich vooral richt op preventie. Om dat goed te laten werken, zouden de professionals in de integrale zorgcentra samen verantwoordelijk moeten worden voor de zorguitkomsten in de wijk die ze bedienen. Nog geen 10% van de kosten worden straks nog gemaakt in de electief specialistische setting, waar burgers met veelvoorkomende, laagcomplexe en enkelvoudige zorgvragen terecht kunnen. Om kwaliteit en service te verhogen moeten we de zorg daar meer rondom doelgroepen organiseren . In de complex specialistische setting kunnen burgers terecht met complexe aandoeningen, ernstige ziektebeelden of complexe multimorbiditeit. Dat geldt ook voor zorgvragen die specifieke expertise of faciliteiten vereisen. In die setting zal veelal ook de complexere acute zorg geleverd worden. Deze setting vraagt ruim 15% van de totale kosten. Een bijna 10% van de kosten gaat zitten in de meest complexe zorg. Bij deze expert setting komen burgers met een zeldzame of hoogcomplexe zorgvraag, die we steeds meer bovenregionaal en internationaal zullen gaan organiseren. Die expertcentra kunnen ook het kenniscentrum voor andere zorgaanbieders vormen en ondersteuning bieden bij analyses en ontwikkelen van AI voor interventies in de wijk”. 

Contact

Voor nadere informatie: Andy Bellm, telefoon (020) 656 7039