close
Share with your friends

Het veranderde mobiliteitsgedrag als gevolg van de Covid-19-crisis kan ingrijpende gevolgen hebben voor de klimaatdoelstellingen van de overheid en de Nederlandse economie. Een mogelijk permanente verschuiving van trein naar auto die Covid-19 in het woon-werk verkeer veroorzaakt, gaat de regionale mobiliteit in Nederland blijvend veranderen. “Het steeds verder van het slot gaan van de Nederlandse economie en de groeiende mobiliteitsbehoefte van Nederlandse werknemers gaat naar verwachting zorgen voor een significante verschuiving van trein- naar autoreizigers”, zegt Wesley Willemse, mobilteitsdeskundige bij KPMG. Willemse: “Ondanks het feit dat de NS-capaciteit sinds vandaag weer volledig beschikbaar is, geven veel Nederlanders de afgelopen periode aan in het dagelijkse woon-werkverkeer een voorkeur te hebben voor individueel vervoer. Bij afstanden tot 20 kilometer is een elektrische fiets mogelijk nog een alternatief voor de trein naast de auto, maar op langere afstanden is momenteel geen ander alternatief voorhanden dan auto of motor. Aangezien de lange afstand treinreizigers veelal in de hogere inkomenscategorieën vallen, is een overstap naar de auto ook vanuit financieel oogpunt plausibel. Op voorheen reeds drukke vervoerscorridors kan dit in de spits zorgen voor een toename van bijna 5 tot 10% van het aantal weggebruikers ten opzichte van de pre-Covid-19-situatie.”

Structurele toename autobewegingen

De te verwachten overstap van een deel van de treinreizigers naar de auto, zal volgens Willemse op termijn leiden tot een structurele toename van het aantal autobewegingen. Willemse: “Dit stelt de Nederlandse overheid voor grote uitdagingen bij het terugdringen van de verkeerscongestie en het realiseren van de klimaatdoelstellingen. De toenemende congestie heeft een remmend effect op de economische groei. Op het moment dat het aantal autoreizigers toeneemt, komt daarmee extra druk te staan op de voorheen al drukke Nederlandse wegen, met name in de spits. Op diverse trajecten stonden er voor Covid-19 al gedurende grote delen van de dag files en dit zal verder toenemen. Zeker als de economie op termijn weer aantrekt en mensen de auto niet zullen laten staan voor de trein, kunnen de wegen ernstig verstopt raken. Dit brengt aanzienlijke kosten met zich mee en remt de economische groei. En hoewel de Covid-19-crisis voor de korte termijn zorgt voor een aanzienlijke daling in de uitstoot van CO2, zijn de vooruitzichten voor de lange termijn voor mobiliteit minder zonnig. Een verschuiving van ov-reizigers naar de auto zal de CO2-uitstoot vergroten. Er vindt immers een verschuiving plaats van een relatief schone vervoerswijze, gemeten naar de gemiddelde uitstoot per reizigerskilometer (ov), naar een naar verwachting relatief vervuilende vervoerswijze (brandstofauto).”

Toekomstbestendig mobiliteitsbeleid noodzakelijk

Tom Hesselink, automotive expert bij KPMG, constateert dat de toename van de vraag naar autogebruik en autobezit zich voornamelijk zal vertalen in een toenemende vraag naar en gebruik van relatief oude brandstofauto’s. Hesselink: “Particulieren kopen immers vooral tweedehandsauto’s. Dit leidt ertoe dat het wagenpark steeds verder veroudert. Niet alleen het aantal oude auto’s neemt toe, maar ook de uitstoot per auto. Dit zorgt voor extra uitdagingen bij het realiseren van de klimaat-doelstellingen, zoals het terugdringen van de stikstofuitstoot. De CO2-uitstoot van auto’s neemt namelijk af naarmate deze nieuwer zijn. Door relatief lang door te rijden in oudere auto’s en tweedehandsauto’s aan te blijven schaffen, worden de voordelen van nieuwe, schonere auto’s niet volledig benut. Slechts een klein deel van het huidige wagenpark zal daarmee een lage uitstoot hebben. Aangezien een blijvende overstap van trein naar auto aanstaande lijkt, rijst de vraag welke mogelijkheden er zijn om deze trend daar waar mogelijk te keren en de nieuwe uitdagingen het hoofd te bieden. Een aanpak die op meerdere gebieden ingrijpt is noodzakelijk. Een duidelijk nieuwe visie vanuit zowel de landelijke als de regionale overheid op mobiliteit in brede zin is hierbij essentieel. Het is nu zaak dat overheden de regie pakken en concrete stappen zetten naar een toekomstbestendig mobiliteitsbeleid. Op korte termijn blijft het stimuleren van thuiswerken en spreiden van vervoervraag van belang, daarnaast zijn het invoeren van een slooppremie, verlagen van de BPM en introduceren van (een vorm van) rekeningrijden serieuze opties.”

Meer informatie

Neem contact op met Andy Bellm, (020) 656 7039.