Op weg naar een duurzame wereld is een belangrijke rol weggelegd voor banken. Hoe geven ze daar invulling aan? KPMG'ers Ferdinand Veenman, Head Financial Services, en Marco Frikkee, Head Sustainability Financial Sector, spreken met elkaar over het huidige momentum rond duurzaamheid, over de complexiteit van ESG-risico's en over de elkaar in hoog tempo opvolgende wetten en regels rond dit thema. "Meteen de rekenmachine erbij pakken? Dat kan niet. Werk eerst aan uw visie, aan uw verhaal."

"Het gaat hier om het fundament van het businessmodel van banken", zegt Ferdinand Veenman stellig. “Het belang van de integratie van ESG-risico's in de strategie van banken kan nauwelijks worden overschat. Nu draait financiering om marktrisico's, kredietrisico's en operationele risico's. Daar staat straks deze nieuwe categorie bij die impact heeft op al deze bekende risico’s. Begrijpen we met z'n allen wat de consequenties daarvan zijn? Dat we niet alleen krediet gaan verlenen volgens financiële criteria, maar ook op grond van bijvoorbeeld de CO2-uitstoot van de kredietnemer?"

Veenman twijfelt over het antwoord en zijn collega Marco Frikkee deelt die twijfel. "Over het algemeen zijn banken nog niet zo ver", zegt hij. "We beseffen inmiddels dat risico's rond mens en milieu reële risico's zijn – ook voor de financiële positie van de bank – maar dat wil nog niet zeggen dat banken deze risico's meteen helemaal doorgronden. Wel worden ze nu min of meer gedwongen om te leren hoe dat inzicht kan worden verworven."

Einde aan de vrijblijvendheid

'Min of meer' gedwongen, omdat banken niet per se tegen hun wil aan deze opdracht zijn begonnen. Frikkee: "Veel banken onderschreven al de brede maatschappelijke trend naar duurzaamheid. Wel kon daar altijd een bepaalde vrijblijvendheid in blijven zitten en de gevolgen voor de reguliere bankprocessen bleven beperkt." Maar met de huidige versnelling van die trend komt daar een einde aan. "Het momentum is nu echt imposant", vindt Frikkee. "Overheden en toezichthouders zijn meer en dwingender beleid gaan maken en van vrijblijvendheid kan nu geen sprake meer zijn. Sommige banken hebben intern gelijke tred gehouden met deze ontwikkeling, maar andere niet en die moeten nu hele grote stappen nemen."

Het eisenpakket anno 2021 is omvangrijk. Met name de Europese Commissie en de ECB hebben zowel in 2020 als in 2021 ingrijpende richtlijnen en verordeningen gepubliceerd, die de banken verplichten ESG-risico's te integreren in hun strategie en in hun bedrijfsvoering. De focus ligt daarbij voorlopig op klimaatverandering: maart 2022 moeten de grote banken al gereed zijn voor een ECB-stresstest rond klimaatrisico's. “Een lastig verhaal”, vindt Veenman. "Banken richten zich nu op dit kortetermijndoel, terwijl de doelen op middellange en lange termijn nu ook al aandacht vragen. Het gaat er immers om de basis voor ESG-integratie goed neer te zetten. Ja, de stresstest is ingewikkeld, maar dadelijk, als het kredietproces moet worden aangepakt, wordt het nog veel ingewikkelder."

Contact

Neem voor meer informatie contact op met Marco Frikke of Ferdinand Veenman.

English version

Click here for the English version of this article.

Verschillende doelstellingen

“De uitdaging is dat wetgevers en toezichthouders twee verschillende doelstellingen hanteren”, stelt Frikkee. "We zien bij de ECB een oprechte bezorgdheid rond de vraag of banken wel beseffen welke financiële risico's ze lopen door de gevolgen van klimaatverandering, bijvoorbeeld overstromingen. Dat hoort bij de taak van de ECB om de financiële stabiliteit te bewaken. Aan de andere kant wordt nu van banken gevraagd om ESG-criteria te incorporeren in hun kredietverlening en beleggingsbeleid. Rond klimaatverandering gaat het er dan bijvoorbeeld om dat een bank inzicht heeft in hoeveel CO2 kredietnemers uitstoten, nu en in de komende jaren. Feitelijk gaat het erom dat banken inzicht moeten krijgen in de mate waarin hun klanten zich adequaat aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering.” 

Uitdagingen: data en standaarden

Er zijn in ieder geval twee redenen die het bijzonder ingewikkeld maken om deze doelstellingen te realiseren. "Data en standaarden", zo vat Veenman die twee redenen samen. "Wat betreft de data: die zijn óf niet beschikbaar, óf niet van voldoende kwaliteit. Dat wil zeggen dat kwantitatieve analyses moeilijk te maken zijn. Wat is het financiële risico van 100 ton CO2-uitstoot? Wat is het economisch effect van stoppen met oliewinning? Dat kun je allemaal modelleren, maar er zijn geen ervaringsgegevens beschikbaar om dat model de betrouwbaarheid te geven die het nodig heeft."

Daarbij komt ook het gebrek aan standaarden en eenvormige definities. De Europese Commissie heeft daar in een recent rapport ook weer op gewezen: er is wereldwijd geen overeenstemming over de definitie van duurzaamheid en wat daar allemaal wel en niet onder kan worden verstaan. De Europese Unie heeft intussen haar eigen classificatie, de EU taxonomy, maar wereldwijd zijn er meer dan twaalf van dit soort classificaties en de inhoudelijke verschillen zijn aanzienlijk.

Veenman: "Van banken wordt intussen wel verwacht dat ze inzicht verwerven in ESG-risico's en dat ze die risico's integreren in hun risicomanagement, terwijl dus niet altijd duidelijk is wat precies onder die risico's moet worden verstaan en veelal de gegevens ontbreken om die risico's ook echt te meten." Maar het is onvermijdelijk dat banken het ESG-risicomanagement volledig in de vingers moeten krijgen”, zo vult Frikkee aan: "Er zal flink geïnvesteerd moeten worden in kennis en competenties."

Flexibiliteit in de aanpak

Dit heeft uiteraard gevolgen voor de aanpak die banken (kunnen) kiezen. Wat te doen? “Koste wat kost willen kwantificeren is in dit verband geen goed plan”, vindt Frikkee. "Wij adviseren banken te wachten met het rekenwerk en eerst hun ESG-strategie en ESG-doelstelling meer kwalitatief te benaderen. Werk aan de ESG-storyline, vervolgens aan de scenario’s en daarna aan het rekenwerk. Waar wilt u zijn over tien jaar? Meteen de rekenmachine erbij pakken, dat kan dus niet. Werk eerst aan uw visie, aan uw verhaal."

Veenman pleit daarbij voor flexibiliteit in de aanpak. "Accepteer de onzekerheden en bereid u voor op een reis waarbij de route niet helemaal vastligt. Dit is uiteindelijk toch een sprong in het diepe. Bied ruimte om te experimenteren, kies een agile aanpak. Dit biedt u ook de mogelijkheid om kansen te grijpen op het moment dat ze zich voordoen. Want die komen zeker. Iedereen beseft dat dit de toekomst is: ESG komt hoe dan ook in het hart van de bancaire organisatie terecht. Het is dus zaak grip te krijgen op de gevolgen daarvan. Wie dat het eerste doet en daar het beste in slaagt, kan aanzienlijke concurrentievoordelen behalen."