In 2006 en 2007 heeft een groot aantal werkgevers voorwaardelijk pensioen toegezegd aan hun werknemers als compensatie voor het afschaffen van VUT en prepensioen. Dit staat doorgaans bekend als 'VPL-regeling', 'voorwaardelijkpensioenregeling' of '15-jaarsinkoopregeling'. De meeste VPL-regelingen lopen aan het einde van 2020 af en moeten dan worden afgefinancierd. Bedrijven die dit onvoldoende hebben ingecalculeerd, kunnen aan het einde van het jaar te maken krijgen met een forse financiële tegenvaller. Hebt u als werkgever een lopende VPL-regeling? Neem dan een paar minuten de tijd om dit artikel te lezen. Dit kan u een hoop kopzorgen aan het einde van het jaar besparen!

Het bijzondere karakter van VPL-regelingen

VPL-aanspraken zijn anders dan 'gewone' pensioenaanspraken. VPL-aanspraken hoeven niet evenredig in de tijd te worden opgebouwd en gefinancierd maar in maximaal vijftien jaar, vanaf het moment van de toezegging of op de eerdere pensioeningangsdatum van de deelnemer. Zolang en voor zover VPL-aanspraken nog niet zijn gefinancierd, is er nog geen sprake van pensioen maar van een arbeidsvoorwaardelijke toezegging. Indien de deelname aan een pensioenregeling eindigt voordat de VPL-aanspraken volledig zijn afgefinancierd, heeft een (gewezen) deelnemer alleen recht op het op dat moment gefinancierde deel van zijn VPL-aanspraken.

De financiering van VPL-regelingen

Een VPL-regeling kan op verschillende manieren worden gefinancierd. Voorbeelden zijn:

  • door betaling van premies waarmee het VPL-pensioen geleidelijk wordt ingekocht bij de uitvoerder;
  • door betaling van premies waarmee een passiefpost op de balans van de uitvoerder wordt gevormd en inkoop van het VPL-pensioen plaatsvindt in één keer aan het einde van de vijftienjaarsperiode;
  • door betaling van een actuariële koopsom waarmee inkoop van het VPL-pensioen plaatsvindt in één keer aan het einde van de vijftienjaarsperiode.

De kosten die u moet betalen voor de inkoop van VPL-pensioen worden – net als voor 'gewone' pensioenregelingen – vastgesteld op basis van actuariële grondslagen, waaronder een rekenrente, sterftetafel en kostenopslagen. Vanwege de gedaalde rente en de toegenomen levensverwachting zijn de kosten voor de inkoop van het VPL-pensioen de afgelopen jaren aanzienlijk gestegen.

Het financiële zwaard van Damocles?

Als werkgever bent u verantwoordelijk voor de financiering van de VPL-regeling. Veel werkgevers hebben hiervoor een voorziening opgenomen in hun commerciële jaarrekening. Hebt u ook een VPL-voorziening op de balans? Dan is het wel belangrijk om na te gaan of de voorziening wordt vastgesteld op prudente en actuele actuariële grondslagen. In de praktijk zien we dat dit lang niet altijd het geval is en er daardoor een lagere voorziening op de balans staat dan de actuariële koopsom die moet worden betaald om de VPL-aanspraken volledig af te financieren. Is dat ook bij u het geval? Afhankelijk van de gemaakte afspraken kan dit betekenen dat u aan het einde van het jaar extra financiële middelen moet vrijmaken voor de financiering van de VPL-regeling. Dat is geen prettig vooruitzicht in een tijd waarin veel bedrijven het toch al zwaar hebben vanwege COVID-19.

Oplossingsrichtingen

Een mogelijke oplossing zou kunnen zijn om de VPL-regeling te versoberen of volledig in te trekken onder toekenning van een eventuele compensatie. Hier moet u echter niet te lichtzinnig over denken: dit kan normaal gesproken alleen indien u dit overeenkomt met uw werknemers en rekening houdend met de eventuele relevante cao-bepalingen. Bij de vormgeving van een eventuele compensatieregeling is het bovendien raadzaam om de fiscale implicaties en mogelijke effecten op bijvoorbeeld inkomensafhankelijke toeslagen in ogenschouw te nemen.

Een alternatief kan zijn dat u met de uitvoerder van de VPL-regeling overeenkomt dat de daadwerkelijke betaling van de verschuldigde koopsom voor affinanciering van de VPL-aanspraken wordt uitgesteld of uitgesmeerd over een aantal jaren. Dit wordt voor pensioenfondsen dan gezien als een belegging in de bijdragende onderneming en dat is op grond van de Pensioenwet onder voorwaarden toegestaan. Het uitstel of uitsmeren geeft u lucht in uw liquiditeitspositie op de korte termijn. Ook bij dit alternatief is het belangrijk vooraf advies in te winnen over de mogelijkheden en gevolgen.

Welke stappen zou u als werkgever met een VPL-regeling moeten zetten?

Inventariseer welke afspraken u met uw werknemers hebt gemaakt over de VPL-regeling. Denk aan de hoogte van de VPL-aanspraken, looptijd van de VPL-regeling, eventuele relevante cao-bepalingen, etc.

  • Inventariseer welke afspraken u met de uitvoerder hebt gemaakt over de VPL-regeling. Denk aan de wijze van financieren, de actuariële grondslagen die worden gehanteerd, de gevolgen bij een financieringstekort, etc. 
  • Ga na of u een voorziening hebt gevormd voor het affinancieren van de VPL-regeling.
  • Ga na of er mogelijk sprake is van een hogere actuariële koopsom voor affinanciering van de (resterende) VPL-aanspraken dan waar u tot nu toe rekening mee hebt gehouden.
Olivier Roodenburg

Senior manager - KPMG Pensions Advisory

KPMG Nederland

E-mail