close
Share with your friends

Met het sluiten van het Pensioenakkoord is afgesproken de verhoging van de AOW-leeftijd te temporiseren. Onderstaande tabel geeft de hoogte van de AOW-leeftijd weer in de periode 2020 tot en met 2024:

Jaartal
Hoogte AOW-leeftijd 
2020 66 jaar en vier maanden
2021 66 jaar en vier maanden
2022 66 jaar en zeven maanden
2023 66 jaar en tien maanden
2024 67 jaar

 

Vanaf 2025 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting, maar niet meer een-op-een. Voor ieder jaar dat we gemiddeld langer leven gaat de AOW acht maanden later in.

Ook de stijging van de (fiscale) pensioenrichtleeftijd is gekoppeld aan de toename van de levensverwachting. Momenteel bedraagt de pensioenrichtleeftijd 68 jaar en dat blijft ook zo tot en met 2024. De koppeling van de fiscale pensioenrichtleeftijd aan de levensverwachting zal vanaf 2025 op vergelijkbare wijze als de systematiek van de verhoging van de AOW-leeftijd worden aangepast.

De AOW-leeftijd en de fiscale pensioenrichtleeftijd lopen al enige tijd niet meer gelijk. Doordat geen sprake is van één vaste pensioenleeftijd en de AOW- en pensioenrichtleeftijd continu veranderen, is dit een belangrijk aandachtspunt voor u en uw werknemers. Voor uw werknemers ligt de uitdaging in een goede financiële (oudedags)planning, voor u als werkgever in een solide strategische personeelsplanning.

Een goede eerste stap voor u als werkgever vormt het opstellen van beleid ten aanzien van het moment van pensioneren en dit te vertalen naar de arbeidsovereenkomst. Dit omvat onder meer een eventuele standaard uittreedleeftijd voor uw werknemers en de mogelijkheden en voorwaarden om tot of na deze leeftijd gezond door te werken. Ook kunt u tot op zekere hoogte maatregelen treffen die vervroegde uittreding mogelijk maken. Uiteraard dient dit aan te sluiten bij uw ondernemings-, HR- en pensioenstrategie, maar ook bij de wensen en behoeften van uw werknemers.  

Senior manager - KPMG Pensions Advisory

KPMG Nederland

E-mail