close
Share with your friends

De Eigen Risico Beoordeling: Een pragmatische aanpak

De Eigen Risico Beoordeling: Een pragmatische aanpak

Wat zijn de inhoudelijke vereisten ten aanzien van een ERB en hoe kunnen deze op pragmatische wijze in de ERB rapportage worden opgenomen?

Victor Vincent

Senior manager Financial Risk Management

KPMG Nederland

Contact

Gerelateerde content

Skydivers

Conform de nieuwe IORP II Richtlijnen dienen pensioenfondsen een Eigen Risico Beoordeling (ERB) op te stellen. In dit artikel wordt achtereenvolgens besproken wat de inhoudelijke vereisten ten aanzien van een ERB zijn en hoe deze op pragmatische wijze in de ERB- rapportage kunnen worden opgenomen. Tot slot worden mogelijke bronnen van input voor de ERB besproken waarbij er met name aandacht is voor de verschillen in bruikbaarheid tussen een ALM-studie en een haalbaarheidstoets.

Wat is de Eigen Risico Beoordeling?

De Eigen Risico Beoordeling (ERB) vindt haar oorsprong in artikel 28 van de Europese IORP II Richtlijn (2016/2341) en heeft tot doel dat pensioenfondsen een integrale analyse en beoordeling uitvoeren van:

  • de risico's waaraan een pensioenfonds is of in de toekomst kan worden blootgesteld; en
  • de effectiviteit van het risicobeheer en de beheersmaatregelen.

Dit is vergelijkbaar met de eerder in Europees verband ingevoerde ORSA voor verzekeraars en de ICAAP voor banken, hoewel zowel de ORSA als de ICAAP voornamelijk vanuit het oogpunt van solvabiliteit en stressbestendigheid wordt opgesteld, terwijl de ERB vooralsnog met name een risicomanagement-insteek kent.

Het belangrijkste doel van de ERB is dat pensioenfondsen meer zicht en grip krijgen op risico's, om te voorkomen dat zij overvallen worden door een crisissituatie. Met andere woorden, de ERB helpt fondsen om zich voor te bereiden op zowel de oorzaak van als de reactie op een crisis. De ERB dient de volgende kenmerken te hebben:

  • Interne blik: het moet gaan om fonds specifieke risico's
  • Toekomstgericht: in plaats van terugkijkend
  • Inzicht vooraf: in de toepasbaarheid en impact van maatregelen
  • Afdwingbare afweging: bij strategische besluitvorming moeten de risico's vanuit de ERB worden meegewogen.

De ERB omvat zowel het risicobeheersingsproces en de -organisatie als de identificatie en kwantificatie van belangrijke financiële en niet-financiële risico's. De belangrijkste kwantitatieve risico's betreffen de beoordeling van de financieringsbehoefte en het risico voor (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden.

Inhoudelijke vereisten voor de ERB

De IORP II Richtlijn schrijft een aantal inhoudelijke eisen voor die onderdeel van de ERB moeten zijn:

  • een beschrijving van de wijze waarop de Eigen Risico Beoordeling in het managementproces en de besluitvorming is geïntegreerd;
  • een beschrijving van het proces voor de totstandkoming van de ERB;
  • een beschrijving van de methoden om relevante risico's te detecteren;
  • een beoordeling van de risico's voor de deelnemers en pensioengerechtigden met betrekking tot de uitbetaling van hun pensioenuitkeringen, rekening houdend met indexerings- en kortingsmechanismen;
  • een beoordeling van de effectiviteit van corrigerende maatregelen in opzet, bestaan en werking;
  • een beoordeling en identificatie van opkomende of nieuwe risico's;
  • een kwalitatieve beoordeling van de operationele risico's.
  • een beoordeling van de totale financieringsbehoefte van het pensioenfonds, met indien van toepassing een beschrijving van het herstelplan.
  • een beoordeling van de doelmatigheid van het risicobeheersysteem;
  • een kwalitatieve beoordeling van beschermingsmechanismen, zoals garanties, herverzekeringen of bijstortingsconstructies.

Het is aan het pensioenfonds om specifieke invulling te geven aan deze inhoudelijke vereisten. Daarnaast valt op dat veel van bovenstaande inhoudelijke analyses al in een op zichzelf staande vorm of op andere wijze door het pensioenfonds worden uitgevoerd. In de volgende paragraaf ga ik verder in op een aanpak die kan helpen om op effectieve wijze gebruik te maken van deze documenten.

Van wetgeving naar ERB

Nadat pensioenfondsen kennis hebben genomen van de inhoudelijke vereisten ten aanzien van de ERB dienen zij een vertaalslag te maken vanuit de vereisten naar de ERB. Een methode om dit te doen is door vanuit het eindresultaat, de rapportage, te redeneren. Begin bijvoorbeeld met een concept­hoofdstukindeling en wijs vervolgens de inhoudelijke eisen aan de diverse hoofdstukken toe. Op deze wijze wordt gewaarborgd dat alle inhoudelijke vereisten een (passende) plek in de ERB krijgen en dat de ERB een overzichtelijke en logische indeling krijgt. Een voorbeeld van deze toewijzing van onderwerpen aan hoofdstukken is in figuur 1 weergegeven.

Figuur 1 voorbeeld toewijzing inhoudelijke vereisten aan hoofdstukken

Figuur 1 : Voorbeeld toewijzing inhoudelijke vereisten aan hoofdstukken

Na deze stap kunnen pensioenfondsen gaan nadenken over hoe ze handig de werkzaamheden die zij reeds uitvoeren en de al liggende documenten kunnen gebruiken als input voor de ERB. Nadat het pensioenfonds een overzicht heeft verkregen van alle liggende documentatie kan het deze koppelen aan hoofdstukken. Een logisch voorbeeld op basis van de voorbeeldhoofdstukindeling is in figuur 2 opgenomen. In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de invulling van een aantal kwantitatieve componenten van de ERB.

Overigens kan figuur 2 de indruk wekken dat de ERB een verzameling van losse documenten is, maar niets is minder waar. De doelstelling van de ERB is juist op een coherente en holistische wijze risico's te beschouwen, zodat pensioenfondsen voorbereid zijn op het moment dat een crisis zich daadwerkelijk voordoet of dreigt voor te doen. Het is dan ook in het belang van het fonds dat het bestuur de ERB niet als een hamerstuk beschouwt, maar actief betrokken is bij de totstandkoming hiervan en daarbij de nadruk legt op de coherentie van de verschillende onderdelen.

Figuur 2 koppeling van fondsdocumenten aan hoofdstukken

Figuur 2 : Koppeling van fondsdocumenten aan hoofdstukken

Beoordeling van financieringsbehoefte en risico's voor (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden

Een belangrijk onderdeel van de ERB is de beoordeling in hoeverre (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden risico's lopen met betrekking tot hun pensioenaanspraken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan pensioenkortingen, maar ook gemiste indexaties of kortingen op de pensioenopbouw kunnen hieronder vallen. Daarnaast dienen pensioenfondsen de totale financieringsbehoefte in kaart te brengen. Hieronder valt onder meer de totale verwachte benodigde premie in de toekomst, maar ook de onzekerheid daaromtrent. Denk hierbij aan vragen als: hoe volatiel is de premie onder diverse economische omstandigheden, tot hoe hoog kunnen eventuele herstelpremies oplopen en kan dit wel gedragen worden door de werkgever(s)?

Bovenstaande onderdelen lenen zich bij uitstek voor kwantitatieve scenarioanalyses. Dit zijn analyses waarbij aan de hand van een (groot) aantal economische, maar eventueel ook niet-economische, scenario's de ontwikkeling van de dekkingsgraad, de pensioenaanspraken en de premiehoogte wordt berekend. Bekende voorbeelden hiervan zijn ALM-studies, de haalbaarheidstoets, het herstelplan en uit het iets verdere verleden de continuïteitsanalyse. Overigens suggereert DNB in zijn factsheet 'Eigen Risico Beoordeling van pensioenfondsen en premiepensioeninstellingen: Inhoudelijk en procesmatige vereisten'[1] dat hierbij onder andere gebruik kan worden gemaakt van de haalbaarheidstoets.

Haalbaarheidstoets versus ALM-studie

De vraag is of de haalbaarheidstoets het meest geëigende instrument is om bovengenoemde componenten goed te analyseren of dat een ALM-studie daar meer geschikt voor zou zijn. Om die vraag te beantwoorden, is het goed om de belangrijkste verschillen in opzet tussen een ALM-studie en de haalbaarheidstoets in kaart te brengen.

Wettelijke verankering

De haalbaarheidstoets is wettelijk verankerd in de Pensioenwet en kan zodanig als een wettelijk rapportagemiddel gezien worden. De haalbaarheidstoets vindt plaats op basis van wettelijk voorgeschreven regels met betrekking tot bijvoorbeeld de te hanteren economische scenario's, de looptijd van de projectie en de definitie van de belangrijkste maatstaf (het pensioenresultaat). Omdat de haalbaarheidstoets de basis is voor de risicohouding van het fonds (zoals deze vastgelegd wordt in de ABTN), zorgt het gebruik van deze toets voor de Eigen Risico Beoordeling voor consistentie tussen de risicohouding en de ERB.

In het geval een ALM-studie als basis voor de ERB gebruikt wordt, bestaat het risico op inconsistenties tussen de basis voor de vaststelling van de risicohouding en de beoordeling van de risico's. Fondsen die hiervoor kiezen moeten zich hier goed van bewust zijn en dit voldoende diepgaand beoordelen.

Omdat de voorschriften voor de haalbaarheidstoets generiek zijn voor fondsen, zorgt het gebruik hiervan voor goede onderlinge vergelijkbaarheid van fondsen. De vraag is echter of vergelijkbaarheid tussen fondsen een belangrijk doel van de ERB is. De wetgever verwacht immers dat de ERB fondsspecifiek is. Dit lijkt te botsen met het sector brede karakter van de haalbaarheidstoets.

Betrouwbaarheid van de uitkomsten

Een ander belangrijk aspect om in ogenschouw te nemen is de betrouwbaarheid van de uitkomsten van de kwantitatieve analyse. Hierop scoort een ALM-studie doorgaans beter dan een haalbaarheidstoets om de volgende redenen:

  • Een ALM-studie biedt meer mogelijkheden om de finesses en risico's van het beleggingsbeleid tot in detail te modelleren en te bestuderen. Doordat de standaard scenarioset van de haalbaarheidstoets slechts twee beleggingscategorieën kent, dienen alle beleggingen via mapping toegewezen te worden aan vastrentende en zakelijke waarden. Hoewel deze gesimplificeerde weergave van de werkelijkheid begrijpelijk is vanuit het perspectief van uitvoerbaarheid van de haalbaarheidstoets (met name voor kleine fondsen), doet dit afbreuk aan de inzichten in de specifieke kenmerken van beleggingsrisico's. Het is bijvoorbeeld moeilijk voorstelbaar dat de scenarioset van de haalbaarheidstoets inflatierisico's in een infrastructuurbelegging of valutarisico op buitenlandse beleggingen goed inzichtelijk maakt. Een fondsspecifieke scenarioset met daarbij een veelvoud aan beleggingscategorieën biedt voor dit doel duidelijk voordelen. Daarnaast is vanuit een ALM-studie het gebruikelijk om met specifiek vastgestelde stressscenario's meer inzicht in economische, maar ook niet-economische risico's te krijgen.
  • De haalbaarheidstoets heeft een duur van zestig jaar. Dat is een periode die weliswaar nuttig is om inzicht te krijgen in de verdeling van de waarde binnen het pensioenfonds over diverse generaties (één van de doelen van de haalbaarheidstoets), maar een dergelijke lange periode heeft weinig tot geen betrouwbaarheidswaarde. Denk alleen maar aan alle wijzigingen in pensioenland in de afgelopen twintig jaar (introductie FTK, introductie nFTK, diverse fiscale wijzigingen, opkomst CDC-achtige regelingen, groei aantal zzp'ers, consolidatie in de pensioenmarkt) of de aanstaande komst van het nieuwe pensioenstelsel. Wie zou in 1959 in staat geweest zijn om de huidige situatie te voorzien? Met andere woorden, het meest zekere dat je kunt zeggen over een periode van zestig jaar is dat de situatie niet zo zal zijn als dat zij doorgerekend wordt. Een gangbare analyseperiode van vijftien jaar (of zelfs tien of vijf jaar) zoals in de ALM-studie gebruikelijk is, geeft een realistischer beeld van de verwachtingen.
  • Een laatste beperking van de haalbaarheidstoets is dat de belangrijkste maatstaf waarnaar gekeken wordt het pensioenresultaat (conform een wettelijk voorgeschreven definitie) is. Binnen een ERB zou een meer holistische beschouwing van de relevante risico's passender zijn. De ALM-studie is een instrument dat bij uitstek geschikt is om naar risico's vanuit alle belanghebbenden te kijken. Denk bijvoorbeeld aan indexatiepotentieel, kans op korten, risico's op bijstortingen, stabiliteit van de premie, etc. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat het in veel gevallen mogelijk zal zijn deze output ook uit de modellen voor de haalbaarheidstoets te halen.

Conclusie

In dit artikel is een pragmatische methode besproken om tot een eerste invulling van de Eigen Risico Beoordeling te komen. Met deze methode worden eerst de diverse inhoudelijke vereisten van de ERB gekoppeld aan onderdelen van de rapportage. Vervolgens wordt voor de vulling van elk hoofdstuk gekeken welke onderdelen een fonds reeds 'op de plank heeft liggen'. Tot slot wordt een vergelijking gemaakt tussen het gebruik van de ALM-studie en de haalbaarheidstoets als input voor kwantitatieve onderdelen van de ERB. Hoewel de haalbaarheidstoets zeker zijn nut heeft binnen de totale governance van een pensioenfonds, is de conclusie dat een ALM-studie passender is vanuit het doel van de ERB, omdat deze meer fondsspecifiek is, een bredere beschouwing van de risico's biedt en naar verwachting tot meer betrouwbare uitkomsten leidt. De haalbaarheidstoets, die toch periodiek uitgevoerd moet worden, zou wel als een soort 'sanity check' op de volledigheid van de beschouwing van de risico's kunnen dienen.

Footnotes

Neem contact met ons op

 

Wilt u een offerte van ons ontvangen?

 

loading image Offerteaanvraag (RFP)