close
Share with your friends

Het nieuwe pensioenakkoord vraagt om nog meer wendbaarheid van pensioenfondsen

Pensioenakkoord vraagt om wendbaarheid van fondsen

Door het pensioenakkoord zal het pensioenstelsel ingrijpend veranderen. Zijn pensioenfondsen hierop ingesteld?

Gerelateerde content

Zig zag roads on mountains

Het verandervermogen van pensioenfondsen is sinds enkele jaren een veelbesproken thema. Door het maatschappelijke debat omtrent de inrichting van het pensioenstelsel en het recent gesloten pensioenakkoord wordt de noodzaak van complexiteitsreductie van pensioenfondsen en daarmee het belang van hun verandervermogen steeds groter. Het is een onderwerp dat in het bijzonder veel aandacht van De Nederlandsche Bank (DNB) krijgt. In deze publicatie gaan wij – in het licht van het onlangs gesloten pensioenakkoord – nader in op de significantie van het verandervermogen en de complexiteitsreductie van pensioenfondsen.

Verandervermogen en complexiteitsreductie

Door het maatschappelijke debat omtrent de inrichting van het pensioenstelsel en het recent gesloten pensioenakkoord is het evident dat het pensioenstelsel de komende jaren ingrijpend zal veranderen. Deze ontwikkelingen doen een beroep op het vermogen van pensioenfondsen om zich aan te passen en dit bovendien tijdig te doen. Dit roept de volgende vragen op: Hoe is het gesteld met het 'verandervermogen' van pensioenfondsen? Zijn pensioenfondsen op dit moment wel voldoende in staat om hun bestuurlijke inrichting en de systemen voor de pensioenuitvoering aan te passen aan de verwachte wijzigingen in het pensioenstelsel?

Het is daarom niet vreemd dat het verandervermogen van pensioenfondsen ook de aandacht van DNB heeft. DNB bracht in 2017 reeds een publicatie[1] uit waarin zij het verandervermogen relateerde aan de reductie van complexiteit. Hoe minder complex een pensioenfonds is, hoe groter de wendbaarheid van desbetreffend fonds, aldus DNB. DNB noemt in het artikel een drietal aandachtspunten met betrekking tot de wendbaarheid van pensioenfondsen.

Het eerste aandachtspunt betreft de complexiteit van de regeling. Veel Nederlandse pensioenfondsen voeren verschillende regelingen uit, waaronder vaak een veelheid aan overgangsregelingen. Dit zorgt voor veel administratieve belasting van pensioenfondsen en/of hun uitvoeringsorganisaties en verlaagt daarmee de wendbaarheid van desbetreffende pensioenfondsen. Wij zien dat veel pensioenfondsen actief aan de slag zijn gegaan om regelingen te vereenvoudigen en het aantal regelingen te reduceren. Dit lijkt echter makkelijker dan het is, omdat pensioenfondsen hierbij mede afhankelijk zijn van afspraken met sociale partners, aangesloten werkgevers en uitvoeringsorganisaties. Hoewel pensioenfondsen hier actief mee bezig zijn, lijken de belangen van de verschillende betrokken partijen dusdanig ver uit elkaar te liggen dat pensioenfondsen nog veel moeite hebben om de complexiteit van de regelingen daadwerkelijk te verminderen.

Een tweede aandachtspunt van DNB is de bestuurlijke inrichting en governance van pensioenfondsen. Om de wendbaarheid van pensioenfondsen te vergroten, zijn initiatief en aansturing vanuit de besturen van pensioenfondsen nodig. In het kader van de bestuurlijke inrichting en governance gaat veel aandacht uit naar IORP II, dat per januari 2019 geïmplementeerd is. Naar aanleiding hiervan dienen pensioenfondsen drie sleutelfuncties (actuarieel, risicomanagement en interne audit) in te richten. Om de wendbaarheid van pensioenfondsen te vergroten, zien wij voornamelijk een belangrijke rol weggelegd voor de sleutelfuncties risicomanagement en interne audit.

Als derde aandachtspunt voor het vergroten van het verandervermogen noemt DNB het budget om te veranderen. De verschillende maatregelen die pensioenfondsen moeten nemen om tot complexiteitsreductie te komen, brengen kosten met zich mee. Pensioenfondsen dienen daarom budget vrij te maken voor het vergroten van hun verandervermogen. Dit staat haaks op de sectorbrede ambitie (alsmede de verwachtingen van de deelnemers en werkgevers) van de afgelopen jaren om de kosten per deelnemer significant te verminderen.

Wij zien dat elk fonds op zijn eigen manier met bovenstaande thema's worstelt: de grotere fondsen met name op het gebied van complexiteitsreductie (hoeveelheid aan (overgangs)regelingen) en de kleinere fondsen op het gebied van governance en kosten.

Het nieuwe pensioenakkoord

In juni 2019 heeft het kabinet een akkoord gesloten met werkgevers en werknemers over de pensioenen en de AOW-leeftijd. De hoofdlijnen van de wijzigingen die volgen uit het pensioenakkoord zijn:

  • Tijdelijke bevriezing van de AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd wordt twee jaar bevroren op de huidige leeftijd van 66 jaar en vier maanden.

  • Minder harde stijging van de AOW-leeftijd ten opzichte van de leeftijdsverwachting

Afgesproken is dat de AOW-leeftijd minder hard meestijgt met de stijging van de leeftijdsverwachting.

  • Afschaffing doorsneesystematiek

De doorsneesystematiek, waarbij pensioenopbouw leeftijdsonafhankelijk is, wordt afgeschaft. Dit bevordert de individualisering van pensioenen en leidt ertoe dat jongeren relatief meer pensioen opbouwen voor dezelfde premie, omdat hun inleg langer rendeert.

  • Pensioencontracten

In het nieuwe stelsel komen twee pensioencontracten. Enerzijds een collectief contract waarbij alle deelnemers de beleggingsrisico's en ‑rendementen met elkaar delen. Anderzijds een persoonlijk contract, per deelnemer, waarbij iedere deelnemer individueel de beleggingsrisico's draagt en profiteert van de beleggingsrendementen. Voor beide pensioencontracten geldt dat sprake is van een stabiele premie.

Met name de afspraken omtrent de afschaffing van de doorsneesystematiek en de nieuwe opzet van pensioencontracten raakt de wendbaarheid van pensioenfondsen. Dit zijn beide afspraken die uiteindelijk leiden tot het individueler maken van pensioenproducten. Meer individualisering van pensioenproducten, waarbij pensioenfondsen en/of hun uitvoeringsorganisaties per individuele deelnemer 'pensioenpotten' moeten gaan administreren, zal leiden tot een significant grotere administratieve belasting voor de pensioenfondsen en uitvoeringsorganisaties.

Impact van het pensioenakkoord op pensioenfondsen

In het licht van de aanstaande wijzigingen uit hoofde van het pensioenakkoord wordt de wendbaarheid om tot een ordentelijke uitvoering van het nieuwe akkoord te kunnen komen van nog groter belang voor pensioenfondsen. Pensioenfondsen dienen hierbij de aandachtspunten van DNB mee te nemen. Met name de aandachtspunten omtrent de complexiteitsreductie van pensioenregelingen en het beschikbaar stellen van budget zijn hierin relevant.

De complexiteitsreductie van pensioenregelingen is op dit moment bij pensioenfondsen al een erg complex thema en blijkt in de praktijk lastig realiseerbaar. Het is onze verwachting dat de aanpassingen vanuit het pensioenakkoord (met name de premiesystematiek en de pensioencontracten) voor nog grotere uitdagingen binnen de pensioensector gaan zorgen. Daarmee is het naar onze mening van groot belang dat de pensioenfondsen de reeds ingezette complexiteitsreductie van de pensioenregelingen op korte termijn (voor de ingang van het pensioenakkoord) realiseren. Zodra dit op orde is en hiermee meer administratieve capaciteit gerealiseerd is, hebben pensioenfondsen meer ruimte om de nodige aanpassingen te kunnen doorvoeren om de wijzigingen uit hoofde van het nieuwe pensioenakkoord te kunnen uitvoeren.

Naast het doorzetten van de complexiteitsreductie dienen pensioenfondsen rekening te houden met de kosten die gepaard zullen gaan met de aanstaande uitvoering van het nieuwe pensioenakkoord. De individualisering van pensioenproducten die voortvloeit uit de wijziging van de premiesystematiek en de twee nieuwe typen pensioencontracten, leidt tot een grotere administratieve belasting. Naast de eenmalige kosten om de systemen hierop aan te passen (of zelfs te vervangen), zal deze transitie ook op de langere termijn naar onze verwachting meer kosten met zich meebrengen. Het moeten bijhouden van pensioenproducten op meer individueel niveau is complexer en daarmee ook duurder. Het is dan ook de vraag of de positieve trend van dalende kosten per deelnemer van de afgelopen jaren aanhoudt. Wij achten het van belang dat pensioenfondsen hierover (tijdig) communiceren met de deelnemers en werkgevers om een verwachtingskloof tijdig te voorkomen.

Het verandervermogen van pensioenfondsen zal daarmee de komende jaren zeker een thema blijven binnen de sector, wellicht wel meer dan ooit.

Wilt u meer informatie, neem dan contact op met Henry Battjes of David van Walraven.

Neem contact met ons op

 

Wilt u een offerte van ons ontvangen?

 

loading image Offerteaanvraag (RFP)