Maatschappelijk verantwoord belasten - KPMG Nederland
close
Share with your friends

Maatschappelijk verantwoord belasten

Maatschappelijk verantwoord belasten

Heeft een institutionele belegger ook (fiscale) zorgplichten?

Gerelateerde content

Palm trees palmaceae tropical sea

ESG-factoren vormen bij pensioenfondsen een steeds belangrijker onderdeel van het beleggingsbeleid. ESG staat voor Environment, Social & Governance: drie niet-financiële beslissingsfactoren die meegenomen worden bij investeringsbeslissingen.

ESG wordt vaak geassocieerd met duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Denk bijvoorbeeld aan de 'Ten Principles of the UN Global Compact' die vrijwel alle Nederlandse pensioenfondsen hebben onderschreven en waarmee zij zich bij hun beleggingsbesluiten committeren aan minimumstandaarden op het gebied van mensenrechten, arbeid, milieu en anticorruptie. Daarnaast is er veel aandacht voor beleggen in bepaalde sectoren, zoals de wapen- en de tabaksindustrie.

Recentelijk zien we dat ook de fiscaliteit – vallend onder 'Governance' – een relevante factor wordt bij het beoordelen van potentiële investeringen. Daarbij gaat het dan niet zozeer om de fiscaaltechnische aspecten van de investeringsstructuren, maar meer om de vraag of een institutionele belegger ook overige (fiscale) zorgplichten heeft. Is het aanvaardbaar dat een pensioenfonds betrokken is bij agressieve belastingplanning? In dit kader zou een pensioenfonds zichzelf de volgende vragen kunnen stellen:

  • Willen wij beleggen in bedrijven die zich bezighouden met agressieve belastingplanning?
  • Willen wij beleggen in fiscaal gedreven investeringsstructuren die door onze stakeholders als onwenselijk kunnen worden beschouwd?

Het fiscale landschap verandert snel. Op verschillende niveaus worden initiatieven ontplooid om agressieve belastingplanning tegen te gaan. Het meest in het oog springende voorbeeld daarvan is het Base Erosion & Profit Shifting ('BEPS')-project dat is geïnitieerd door de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, een samenwerkingsverband van 36 welvarende landen). Ook de EU heeft zich de afgelopen jaren niet onbetuigd gelaten, denk aan de Anti-Tax Avoidance Directive en de Mandatory Disclosure Rules. Deze initiatieven proberen met regelgeving agressieve belastingplanning tegen te gaan.

Daarnaast krijgt het maatschappelijke debat over fiscale planning steeds meer momentum. NGO's (zoals Oxfam Novib en Tax Justice Network) schrijven kritische rapporten en diverse multinationals zijn in de pers door de mangel genomen vanwege hun fiscale structuren. Voor pensioenfondsen is het van belang de hiermee gepaard gaande reputatierisico's te managen.

Het definiëren van agressieve belastingplanning is overigens niet eenvoudig, met name omdat daar ook een zeker subjectief element in schuilt. De één kan als motto hebben 'Alles wat volgens de letter van de wet mag is akkoord', terwijl de ander van mening is dat gebruikmaken van de mazen in de wet onaanvaardbaar is. Desalniettemin kan uit de genoemde initiatieven van de OESO en de EU wel een aantal min of meer objectieve criteria worden gedestilleerd, die een indicatie kunnen geven van de 'mate van fiscale agressiviteit'. Voorbeelden hiervan zijn het gebruik van vennootschappen in belastingparadijzen, hybride mismatches (een betaling is aftrekbaar, terwijl de corresponderende bate niet wordt belast) en kunstmatige en complexe structuren zonder economische realiteit.

Een interessante vraag daarbij is of het wenselijk is om te investeren in een structuur die niet direct faciliterend is voor het pensioenfonds zelf (pensioenfondsen zijn in de regel immers vrijgesteld van vennootschapsbelasting), maar die fiscale voordelen biedt voor andere investeerders of de managers van een dergelijk fonds. Sta je toe dat pensioengelden worden gebruikt om anderen een fiscaal voordeel te laten behalen? En neem je daarmee zelf een reputatierisico als die structuur in de pers komt door een volgende Panama Papers of Paradise Papers?

Kortom, voor institutionele beleggers wordt het steeds complexer om fiscale (reputatie)risico's van hun investeringen te beoordelen. Structuren die in het verleden 'standard practice' waren, kunnen in het licht van de hiervoor beschreven ontwikkelingen niet langer wenselijk zijn.

Met behulp van objectieve indicatoren (een stoplichtensysteem waarin de diverse factoren worden gewogen) kunnen pensioenfondsen in kaart brengen of zij beleggen in structuren of bedrijven die door stakeholders als fiscaal agressief en/of onwenselijk worden beschouwd. Daarbij zou een pensioenfonds eerst de fiscale risicobereidheid moeten formuleren om deze vervolgens te integreren in het beleggingsbeleid en eventueel vast te leggen in een Tax Policy.

Zo zou een pensioenfonds een investering in een fonds gevestigd op de Kaaimaneilanden als te risicovol kunnen beschouwen ('rood licht') en daar een desinvesteringsbeleid aan kunnen koppelen, omdat de Kaaimaneilanden zijn opgenomen op de zogenoemde grijze lijst van de EU (landen waarvan de EU van mening is dat zij hun fiscale regime moeten aanpassen). Een investering via bijvoorbeeld Jersey zou voor dit pensioenfonds mogelijk wel als acceptabel worden gezien ('oranje licht'), omdat Jersey heeft voldaan aan de eisen die de EU stelt aan transparantie en informatie-uitwisseling. Overigens is Jersey wel opgenomen in de regeling van laagbelastende staten die Nederland heeft opgesteld. Een pensioenfonds met een lagere risk appetite zou als uitgangspunt kunnen hanteren dat in het geheel niet meer via belastingparadijzen wordt belegd. Voor dit pensioenfonds zouden beide landen dus als onwenselijk ('rood licht') worden aangemerkt.

Wilt u meer informatie over dit onderwerp, neem dan contact op met Jeroen Bruggeman.

Neem contact met ons op

 

Wilt u een offerte van ons ontvangen?

 

Offerteaanvraag (RFP)