EPIFP geen goede graadmeter voor winstgevendheid - KPMG Nederland
close
Share with your friends

EPIFP geen goede graadmeter voor toekomstige winstgevendheid, maar wat dan wel?

EPIFP geen goede graadmeter voor winstgevendheid

In dit artikel onderzoeken we wat de EPIFP ons in de praktijk aan inzichten brengt en doen we een eerste verkenning naar een alternatieve maatstaf voor winstgevendheid.

Gerelateerde content

NL Beach

Wat leert EPIFP ons over de verzekeraar?

Op de Solvency II-balans van verzekeraars is de verwachte winst die in toekomstige premies is vervat, op basis van de Engelstalige terminologie ook wel aangeduid met de afkorting 'EPIFP[1]', onderdeel van het eigen vermogen. De EPIFP dient in de SFCR[2] openbaar gemaakt te worden. Bij de berekening van de EPIFP gaat het om de verwachte toekomstige kasstromen, binnen de Solvency II-contractgrenzen, van de reeds liggende portefeuille, niet te verwarren met de waarde van verwachte toekomstige productie. De term 'netto in-force kasstromen' zou hier ook voor gebruikt kunnen worden en dekt de lading daarom mogelijk beter. In dit artikel onderzoeken we wat de EPIFP ons in de praktijk aan inzichten brengt en doen we een eerste verkenning naar hoe een alternatieve maatstaf voor winstgevendheid eruit zou kunnen zien.

EPIFP op de Solvency II-balans

Schadeverzekeraars

In onderstaande figuur is de verhouding tussen de EPIFP en het totale eigen vermogen van in Nederland onder toezicht staande schadeverzekeraars per 31 december 2016 en per 31 december 2017 weergegeven. Hierbij is op basis van de bruto premie-inkomsten een onderverdeling gemaakt naar kleine, middelgrote en grote verzekeraars.

EPIFP schade

Bron: DNB-staten 2016, 2017

Het aandeel van de EPIFP in het eigen vermogen van schadeverzekeraars is gemiddeld ongeveer 10%. Uit de data blijkt dat de EPIFP voor de grotere schadeverzekeraars gemiddeld gezien een groter aandeel van het eigen vermogen beslaat dan voor de kleinere schadeverzekeraars. Uit nadere analyse van de onderliggende data blijkt dat het aandeel van de EPIFP in het eigen vermogen, op een enkele uitzondering na, relatief stabiel is gebleven. Daarnaast valt op dat er diverse schadeverzekeraars zijn die in 2016 een negatieve EPIFP rapporteren, wat erop duidt dat zij in 2016 verliesgevende productie hebben verkocht. In alle gevallen hebben deze verzekeraars dit in 2017 weten om te buigen naar een positieve EPIFP. Er zijn 2 verzekeraars die in 2016 een positieve EPIFP rapporteerden, maar in 2017 een negatieve EPIFP laten zien. De vraag is of zij dit in 2018 ook weten om te buigen.

Levensverzekeraars

In onderstaande figuur is de verhouding tussen de EPIFP en het totale eigen vermogen van in Nederland onder toezicht staande levensverzekeraars per 31 december 2016 en per 31 december 2017 weergegeven, waarbij de uitvaartverzekeraars apart zijn getoond.

EPIFP Leven

Bron: DNB-staten 2016, 2017

Het aandeel van de EPIFP in het eigen vermogen van levensverzekeraars is gemiddeld ongeveer 15%. Opvallend is het substantieel grotere aandeel van de EPIFP in het eigen vermogen bij de uitvaartverzekeraars. Een verklaring hiervoor zijn de relatief lang doorlopende premie-inkomsten bij de uitvaartverzekeraars, die op basis van de Solvency II-curve een positieve bijdrage aan het eigen vermogen leveren. Uit nadere analyse van de onderliggende data blijkt dat er in tegenstelling tot de schademarkt geen verzekeraars zijn die een negatieve EPIFP rapporteren.

Hoewel de naam wellicht anders doet vermoeden geeft de EPIFP geen inzicht in 'economische' winstgevendheid

Eigenvermogensbestanddelen worden onder Solvency II ingedeeld in drie tiers, waarbij tier 1 het meest hoogwaardige vermogen weergeeft. Deze indeling is relevant voor het vaststellen van het vermogen dat in aanmerking komt voor het dekken van de wettelijke kapitaalvereisten. Bij de introductie van Solvency II is er discussie geweest of de EPIFP wel tot het tier 1-vermogen gerekend zou moeten worden. Na enige discussie is uiteindelijk besloten dat dit wel het geval is, waarbij één van de argumenten van de industrie was dat dit consistent is met de 'economische basis' van Solvency II[3]. In de praktijk speelt de EPIFP bij transacties in de verzekeringsmarkt echter nauwelijks een rol in het vaststellen van de transactieprijs. Hoe komt dit?

De EPIFP blijkt in de praktijk weinig bruikbaar om de toekomstige winstgevendheid van de bestaande portefeuille te analyseren. De EPIFP dient namelijk te worden bepaald op basis van artikel 260, lid 2 van de gedelegeerde verordening, wat onder meer met zich meebrengt dat de EPIFP op basis van dezelfde veronderstellingen als de best estimate voorziening wordt berekend. Zoals hierboven reeds vermeld, brengt dit onder andere met zich mee dat de EPIFP moet worden berekend op basis van de Solvency II-curve, wat de economische realiteit niet reflecteert. Om toekomstige winstgevendheid op een economische basis te kunnen analyseren is daarom een alternatief nodig.

Een alternatieve maatstaf is nodig om inzicht in winstgevendheid te krijgen

De EPIFP dient door verzekeraars in de SFCR openbaar gemaakt te worden om het publiek de kans te geven zich een beeld te vormen van de structuur, omvang en de kwaliteit van het eigen vermogen[4], wij concluderen dat de EPIFP hier in de praktijk niet in slaagt. Om liggende en toekomstige productie goed te kunnen beoordelen, pleiten wij ervoor dat verzekeraars een alternatieve maatstaf ontwikkelen, passend binnen het concept van free capital generation. Die maatstaf zou zo veel mogelijk gebaseerd moeten worden op marktinformatie, zodat het resultaat een economische waarde oplevert waarvoor een externe partij de betreffende portefeuille over wil nemen. Dit zal alleen het geval zijn als er voldoende rekening wordt gehouden met een vergoeding voor de risico's in de portefeuille. Deze maatstaf kan desgewenst aan bestaande, vrijwillige rapportages worden toegevoegd.

Wij zien enkele elementen die een plaats zouden moeten krijgen in een dergelijke methodiek:

  • Verdiscontering van de verwachte best estimate kasstromen op basis van een curve die de economische realiteit reflecteert. Een illiquiditeitspremie gebaseerd op het beleggingsbeleid van de verzekeraar kan, net als in de berekening van de Contractual Service Margin (CSM) onder IFRS 17, deel uitmaken van deze curve.
  • Vergoeding voor kapitaalsbeslag in verband met het aanhouden van de (extra) risicomarge en SCR.

Bij de constructie van deze maatstaf zijn diverse vraagstukken nog nader uit te werken, zoals eventuele op- en afslagen in de disconteringscurve in combinatie met de bijbehorende (beleggings)risico's, alsook diversificatievoordelen tussen portefeuilles en de hoogte van de vergoeding voor het kapitaalsbeslag.

Conclusie

Hoewel de naam wellicht anders doet vermoeden, is de EPIFP in de praktijk geen goede graadmeter om de toekomstige winstgevendheid van de bestaande portefeuille te analyseren. Wij pleiten ervoor dat verzekeraars een alternatieve maatstaf ontwikkelen, passend binnen het concept van free capital generation. Als verzekeraars deze maatstaf consistent toepassen, kan dit veel waarde toevoegen bij strategische discussies over productontwikkeling, pricing en kostendraagvlak. Daarnaast geeft het externe gebruikers meer inzicht in de waarde van toekomstige productie.

Wilt u meer weten over de mogelijkheden om de winstgevendheid van uw portefeuille te analyseren? Dan kunt u contact opnemen met Veronique de Boer-Achmad, (020) 656 2457 of Jeroen van Wageningen.

Lees ook het onderzoek dat KPMG heeft uitgevoerd naar de aandacht die Europese verzekeraars aan Capital Generation geven: Free Capital Generation 2018.

Footnotes

[1] EPIFP is de afkorting voor 'expected profits included in future premiums'

[2] Solvency and Financial Condition Report

[3] Joint industry view April 19, 2010: "Why expected future profits must be treated as Tier 1 Capital"

[4] Solvency II Directive, Artikel 51

Neem contact met ons op

 

Wilt u een offerte van ons ontvangen?

 

Offerteaanvraag (RFP)