Europese Commissie publiceert uitkomsten AIFMD review - KPMG Nederland
close
Share with your friends

Europese Commissie publiceert uitkomsten AIFMD review

Europese Commissie publiceert uitkomsten AIFMD review

Contact

Ivo Habets

Senior manager

KPMG Nederland

Contact

Gerelateerde content

Op 10 januari 2019 heeft de Europese Commissie haar rapport gepresenteerd inzake de evaluatie van de werking van de Alternative Investment Fund Managers Directive (AIFMD). De Europese Commissie heeft KPMG gevraagd deze evaluatie uit te voeren in 15, voor de AIFMD representatieve, EU-lidstaten. KPMG Nederland heeft bijgedragen aan deze evaluatie door onze visie op de werking van de AIFMD in Nederland te delen. Hiervoor hebben wij gesproken met diverse marktpartijen, waaronder fondsbeheerders, bewaarders, fondsadministrateurs, belangenorganisaties en toezichthouders. 

AIFMD

Aanleiding voor de evaluatie

Als reactie op de financiële crisis in 2008, heeft het Europees Parlement in 2011 de AIFMD aangenomen. De AIFMD introduceerde een uniform wetgevingskader voor fondsbeheerders die alternatieve beleggingsfondsen beheren en/of aanbieden van deelnemingsrechten. Met de introductie van vereisten met betrekking tot kapitaal en waardering, een beheerste en integere bedrijfsvoering en informatieverstrekking werd beoogd het risico verbonden aan alternatieve beleggingsfondsen te mitigeren en de belegger beter te beschermen.

Op grond van artikel 69 AIFMD diende de werking van de AIFMD uiterlijk op 22 juli 2017 te worden geëvalueerd. Bij deze evaluatie diende te worden geanalyseerd welke ervaringen met de toepassing van de AIFMD zijn opgedaan, wat de gevolgen van de AIFMD zijn voor belegger, alternatieve beleggingsfondsen en fondsmanagers en in hoeverre de doelstellingen van de AIFMD zijn verwezenlijkt.

AIFMD heeft bijgedragen aan het creëren van een interne markt

De overall conclusie van de evaluatie is dat de AIFMD een cruciale rol heeft gespeeld bij het creëren van een interne markt binnen de EU voor alternatieve beleggingsfondsen. De AIFMD heeft een geharmoniseerd wetgevings- en toezichtskader gecreëerd voor fondsbeheerders van dergelijke beleggingsfondsen. Het merendeel van de vereisten voorvloeiend uit de AIFMD hebben in meer of mindere mate een effectieve, efficiënte en coherente bijdrage geleverd aan deze doelstelling.

Dat gezegd hebbend, toont de evaluatie ook dat op enkele onderwerpen uit de AIFMD verdere verbetering van de AIFMD noodzakelijk wordt geacht. De belangrijkste vijf bevindingen worden hieronder weergegeven.

Bevinding 1: paspoortregime werkt nog niet volledig optimaal

Meer dan de helft van de beheerde alternatieve beleggingsfondsen in de EU wordt aangeboden aan retail beleggers. Wij zien vanuit retail beleggers een steeds grotere vraag ontstaan naar duurzame beleggingsfondsen Veel duurzame beleggingsfondsen kwalificeren als alternatief beleggingsfonds, omdat zij investeren in alternatieve beleggingscategorieën zoals: microfinancieringen of duurzame energie. De vraag vanuit retail beleggers naar duurzame beleggingsfondsen zal dus deels gepaard gaan met de vraag naar meer beleggingsmogelijkheden in alternatieve beleggingsfondsen. Ook trends als crypto-investeringen zullen naar verwachting bijdragen aan deze groeiende vraag van retail beleggers.

De AIFMD betreft een minimum harmonisatie voor fondsbeheerders die rechten van deelneming aanbieden aan retail beleggers. Dit betekent dat iedere EU-lidstaat, naast de AIFMD, aanvullende eisen mag stellen aan het aanbieden van deelnemingsrechten aan retail beleggers. Wanneer een fondsbeheerder zijn alternatieve beleggingsfondsen in andere EU-lidstaten wilt aanbieden aan retail beleggers, krijgt hij zodoende te maken met een verscheidenheid aan notificatieprocedures en aanvullende vereisten. Dit maakt het aanbieden van rechten van deelneming aan retail beleggers in het buitenland onder een AIFMD-vergunning zeer complex. Wanneer fondsbeheerders op deze manier worden bemoeilijkt in het aanbieden van hun beleggingsfondsen in het buitenland, kan mogelijk onvoldoende worden ingespeeld op de groeiende vraag naar beleggingen in alternatieve beleggingsfondsen in de gehele EU.

Door de groeiende vraag van retail beleggers naar alternatieve beleggingsfondsen is naar onze mening de minimum harmonisatie van de AIFMD niet langer te verdedigen. De AIFMD dient naar onze mening bij te dragen aan één interne markt voor het beheren en aanbieden van alternatieve beleggingsfondsen in de EU. Nu naar verwachting het accent van de aanbieding steeds verder zal verschuiven naar retail beleggers hopen wij dat de Europese Commissie de minimum harmonisatie zal beperken, met als gevolg dat er ook een uniform wetgevingskader voor het aanbieden van deelnemingsrechten aan retail beleggers ontstaat.

Bevinding 2: rapportagedruk is toegenomen

Fondsbeheerders dienen sinds de introductie van de AIFMD een veelheid aan informatie aan te leveren bij de nationale toezichthouders. Het opstellen van de diverse rapportages heeft geleid tot toenemende tijds- en kostendruk. Marktpartijen hebben ten aanzien van de rapportageverlichtingen aangegeven dat:

  • zij duplicaties ervaren tussen informatie die in het kader van de AIFMD-rapportageverplichtingen dient te worden aangeleverd en informatie die dient te worden aangeleverd uit hoofde van andere wetgeving (bijvoorbeeld EMIR of MiFID II). Doordat veelal voor iedere wet een aparte rapportage moet worden ingediend, dienen fondsbeheerders meerdere malen dezelfde data te verstrekken;
  • de rapportageverplichtingen afwijken per EU-lidstaat. Hoewel de AIFMD-rapportageverplichtingen in iedere EU-lidstaat gelijk zijn, hebben nationale toezichthouders de bevoegdheid om aanvullende informatie op te vragen. Daarnaast mogen nationale toezichthouders zelf bepalen op welke wijze de gegevens dienen te worden aangeleverd; en
  • het soms onduidelijk is over welke entiteit de gegevens worden uitgevraagd: de onder toezichtstaande fondsbeheerder of de alternatieve beleggingsfondsen die in beginsel niet onder toezicht staan.

Ook in onze gesprekken met Nederlandse marktpartijen kwam de rapportagedruk regelmatig naar voren. Door diverse marktpartijen is aangegeven dat op Europees en nationaal niveau goed dient te worden onderzocht welke gegevens daadwerkelijk noodzakelijk zijn voor adequaat toezicht. Marktpartijen hebben nu het gevoel dat sommige data dubbel wordt opgevraagd en dat niet alle data daadwerkelijk wordt gebruikt. Ook missen markpartijen een terugkoppeling op de data die wordt aangeleverd. Hierdoor vragen marktpartijen zich af wat er met de data gebeurt. Marktpartijen verwelkomen een generieke terugkoppeling van feiten en cijfers die alle marktpartijen (inclusief beleggers) een beter marktinzicht geven.

Wij raden de AFM en DNB aan om vooruitlopend op de bespreking van dit rapport in Brussel te onderzoeken hoe zij binnen de grenzen van hun nationale bevoegdheden gehoor zouden kunnen geven aan deze bevindingen en aanbevelingen.

Bevinding 3: positieve invloed beheersing belangenverstrengeling, risicomanagement en beloning

Het onderzoek toont aan dat AIFMD een positieve invloed heeft gehad op het beperken van dezogenoemde micro-prudentiële risico’s met betrekking tot belangenverstrengeling, risicomanagement. Fondsbeheerders hebben hun governance, beleid en procedures op deze gebieden aangepast aan de AIFMD vereisten. Ten aanzien van het beloningsbeleid is ongeveer de helft van de respondenten van mening dat AIFMD weliswaar weinig veranderd heeft aan het overall beloningsniveau van geïdentificeerde medewerkers, maar dat wel een verschuiving zichtbaar is van variabele beloning naar vaste beloning.

Wel merken wij vanuit onze eigen ervaring op dat toezichthouders bij de uitvoering van hun toezicht nog onvoldoende rekening houden met het proportionaliteitsbeginsel. De AIFMD geeft fondsbeheerders op bepaalde onderdelen van de interne bedrijfsvoering de ruimte om deze in te richten naar de aard, schaal en complexiteit van de beleggingen. Desondanks merken wij dat in de dagelijkse toezichtspraktijk weinig onderscheid wordt gemaakt tussen omvang van beleggingsfondsen en van toepassing zijnde beleggingscategorieën. Het resultaat is dat bijvoorbeeld zaken als het 3 lines of defence model voor kleine fondsbeheerders met een beperkte staf (minder dan 10 medewerkers) veelal een papieren exercitie blijft die wordt onderworpen voor de vergunningsaanvraag, maar niet in de feitelijke bedrijfsvoering wordt geïmplementeerd. De AIFMD zou op dit onderdeel nog meer aan effectiviteit kunnen winnen, wanneer toezichthouders bij de uitvoering van hun toezichtstaak op pragmatische wijze meedenken over de wijze waarop de vereisten uit de AIFMD op maat gemaakt kunnen worden voor bepaalde type fondsbeheerders (qua omvang en qua beheerde beleggingscategorieën).

Bevinding 4: verschillende, nationale interpretaties van delegatie en bewaarfunctie

Niet tegenstaande de overall conclusie dat AIFMD heeft bijgedragen aan een geharmoniseerd wetgevingskader voor fondsbeheerders, blijkt uit het onderzoek dat EU-lidstaten de AIFMD op deelgebieden verschillend hebben verankerd in hun nationalewetgeving. Zo bestaan binnen de EU verschillende opvattingen over het “substance” begrip in het kader van het delegeren van beheerwerkzaamheden. Ook de werkzaamheden van de AIFMD bewaarfunctie worden door verschillende EU-lidstaten anders geïnterpreteerd. Op nationaal niveau zijn bijvoorbeeld interpretatieverschillen zichtbaar ten aanzien van onder meer de “look-through”-bepaling en de cash
monitoring-taken.

Het risico van interpretatieverschillen bij omzetting van de AIFMD in nationale wetgeving komt duidelijk naar voren in de recente Brexit discussie. Britse fondsbeheerders die overwegen om zich te vestigen op het vasteland vergelijken de wijze waarop de AIFMD is geïmplementeerd in nationale wetgeving van potentiële vestigingslanden. EU-lidstaten kunnen zich profileren met een ideaal vestigingsklimaat, doordat de AIFMD op een minimum wijze is geïmplementeerd. Ook een nationaal regime waarbij minimale aanvullende eisen worden gesteld aan het aanbieden van deelnemingsrechten aan retail beleggers kunnen bijdragen aan het verbeteren van het vestigingsklimaat van een EU-lidstaat.

Bevinding 5: interactie en overlap met andere wet- en regelgeving

Het onderzoek evalueerde ook de interactie en overlap van AIFMD met overige relevante wet- en regelgeving. Het betrof hierbij met name samenloop van AIFMD met UCITSD, PRIIPS, MiFID II, EMIR en de Prospectusrichtlijn. Waar de eerste bevinding de duplicatie van informatieverplichtingen benadrukte, bestaan tussen de diverse wet- en regelgeving ook andere interactie en overlap.

Marktpartijen beschouwen de afstemming met UCITSD als positief. AIFMD en UCITSD maken het mogelijk één target operating model te implementeren voor fondsbeheerders die onder beide richtlijnen vallen. Ten tweede onderkennen de respondenten dat informatievoorziening aan beleggers qua inhoud en frequentie positief toegenomen is. De keerzijde is echter dat de diverse informatievereisten onder bijvoorbeeld AIFMD, PRIIPs en MiFID II qua definities onvoldoende op elkaar afgestemd zijn en daardoor juist tot verwarring kunnen leiden en vergelijkbaarheid bemoeilijkt. Een voorbeeld hier is MiFID II dat alternatieve beleggingsfondsen als complex classificeert, hetgeen dergelijke fondsen minder aantrekkelijk maken voor distributie aan retail beleggers. Een ander voorbeeld is het AIFMD-vereiste dat fondsbeheerders een beschrijving moeten publiceren van alle vergoedingen, kosten en uitgaven die (in)direct of indirect ten laste van de beleggers komen. AIFMD schrijft echter geen berekeningsmethodiek en format voor, hetgeen tot nationale verschillen kan leiden. Ten derde leveren de AIFMD, UCITSD en de Prospectusrichtlijn een driedubbele verplichting tot het publiceren van een prospectus op wanneer Nederlandse fondsbeheerders deelnemingsrechten van closed-end beleggingsfondsen aanbieden aan retail beleggers.

Bij onze werkzaamheden komen wij regelmatig tegen dat met name kleine fondsbeheerders onvoldoende op de hoogte zijn van andere EU-regelgeving die op hen van toepassing zijn. Door de wirwar van regels verliezen zij het overzicht met betrekking tot welke richtlijn of verordening nu van toepassing is. Het uitvoeren van een regulatory scan kan bijdragen aan het creëren van overzicht van de toepasselijkheid van bepaalde wetgeving en de overlap van vereisten die voortvloeien uit verschillende richtlijnen en verordeningen. Vervolgens kan worden nagedacht hoe een fondsbeheerder op pragmatische wijze kan voldoen aan de verschillende vereisten.

Tot slot

De AIFMD speelt een belangrijke rol bij  het realiseren van de doelstelling van de Capital Markets Union om EU spaargelden te investeren in ondernemingen en projecten ten behoeve van de economische groei in de EU. Het rapport omvat een eerste evaluatie van de AIFMD door de Europese Commissie. De Europese Commissie zet haar evaluatie voort en zal deze verder rapporteren aan het Europese Parlement en de Europese Raad. We zullen dus nog even moeten wachten op het antwoord op de vraag of dit rapport ook daadwerkelijk een wijziging van de AIFMD gaat bewerkstelligen. Wij hopen dat de bevindingen en aanbevelingen uit dit artikel worden meegenomen in bespreking van het rapport in Brussel.

Wilt u meer weten over het rapport of heeft u andere vragen met betrekking tot Fund Management Regulations, neem dan contact op met Ivo Habets, (020) 656 4664 of per e-mail of met Sabine Swaak, (020) 656 8275 of per e-mail.

Neem contact met ons op

 

Wilt u een offerte van ons ontvangen?

 

Offerteaanvraag (RFP)