Houdbaarheid van kostenaanname voor levensverzekeraars |
close
Share with your friends

De houdbaarheid van de huidige kostenaanname voor levensverzekeraars

Houdbaarheid van kostenaanname voor levensverzekeraars

De krimpende markt voor levensverzekeringen stelt verzekeraars voor verschillende uitdagingen. Eén van deze uitdagingen is de stijging van de kostenratio: de kosten van de onderneming versus de verdiende premie.

Contact

Gerelateerde content

De houdbaarheid van de huidige kostenaanname voor levensverzekeraars

De krimpende markt voor levensverzekeringen stelt verzekeraars voor verschillende uitdagingen. Eén van deze uitdagingen is de stijging van de kostenratio: de kosten van de onderneming versus de verdiende premie. Als deze ratio voor een onderneming te hoog is of de voorziening voor toekomstige kosten onvoldoende is, dan brengt dit de toekomstbestendigheid in gevaar. Verzekeraars zullen dan dus flinke kostenreducties moeten bewerkstelligen. Hoe deze reducties uitwerken op de ingeschatte toekomstige kosten, is uitgedrukt in de Best Estimate (kosten)voorziening onder Solvency II. Daarom heeft dit deel van de voorziening de afgelopen jaren regelmatig de aandacht gehad van DNB, zowel in sector-breed onderzoek als bij specifieke verzekeraars. In dit artikel staan we stil bij enkele belangrijke aandachtspunten ten aanzien van het bepalen van de kostenvoorziening voor levensverzekeraars.

Dalen de kosten evenredig met het premievolume?

Onderstaande grafiek toont de ontwikkeling van de premie-inkomsten, de kosten en de kostenratio over de afgelopen zeven jaar voor de levensverzekeraars die in Nederland onder toezicht staan. De kostenratio in 2017 ligt op een vergelijkbaar niveau als in 2011. Dit betekent dat over deze periode de kosten gemiddeld in een vergelijkbaar tempo gedaald zijn als de premie-inkomsten. De vraag is of deze daling van de kosten in de toekomst houdbaar blijft.

Bron: DNB-staten 2011-2017

Bij de inschatting van de toekomstige kosten veronderstellen veel verzekeraars op dit moment dat hun kosten volledig schaalbaar zijn. Een deel van de verzekeraars onderbouwt dit (deels) met nieuwe productie, andere verzekeraars nemen aan dat de portefeuille in de toekomst wordt overgedragen.

Ten aanzien van nieuwe productie heeft DNB aangegeven dat dit meegenomen mag worden mits dit gebaseerd is op realistische inschattingen. Hierbij moet gebruik gemaakt worden van ondernemings-specifieke informatie en de verwachte ontwikkelingen in de markt en het marktaandeel. Waar het voor een enkele verzekeraar wellicht verdedigbaar is om gebruik te maken van nieuwe productie, is het duidelijk dat dit voor de markt als geheel niet geldt als gevolg van de dalende premievolumes. Het is daarom van belang om kritisch te blijven monitoren of de gehanteerde veronderstelling nog in lijn is met de praktijk en anders over te gaan op een alternatieve methode.

Het alternatief is om een deel van de kosten niet variabel, maar vast te veronderstellen. Hiermee wordt rekening gehouden met het feit dat bij een krimpende portefeuille niet alle kosten evenredig dalen. Het gevolg is dat de kostenvoorziening stijgt en de Solvency II positie op korte termijn verslechtert. Tegelijkertijd kan deze aanname bijdragen aan de stabiliteit van de Solvency II positie, wanneer de verwachte kosten in lijn liggen met de kosten die in de toekomst gerealiseerd worden.

Indien voor de onderbouwing wordt uitgegaan van een overdracht van de portefeuille, is het van belang om te overwegen of er wel voldoende partijen zijn die de portefeuille in de toekomst willen overnemen tegen de gestelde voorwaarden. Hierbij dient in de toekomstig verwachte kosten rekening gehouden te worden met de kosten die gepaard gaan met een dergelijke overname.

Hoe kan de kostenaanname zo goed mogelijk onderbouwd worden?

Ongeacht de strategie van de levensverzekeraar, blijkt uit bovenstaande dat de aanname voor de toekomstige kosten essentieel is voor een correcte weergave van de voorzieningen en de Solvency II positie. Daarom is het van belang dat de onderbouwing robuust is en dat hierbij gebruik gemaakt wordt van de guidance van DNB1.

In de praktijk is dit proces weerbarstig en blijkt de samenwerking tussen de afdelingen vaak (te) beperkt. Hierdoor beschouwt het actuariaat de kosten die zij ontvangen als gegeven en is het voor finance onduidelijk hoe de kosten aanname doorwerkt in de projecties en daarmee in de voorziening. Dit betekent dat de gevoeligheid van de voorziening voor de gemaakte aannames maar beperkt inzichtelijk is. In de gevoeligheden wordt bijvoorbeeld vaak gekeken naar een stijging of daling van de inflatieparameter, maar niet naar verschillende kosten scenario’s ten aanzien van het businessplan. Hierdoor is het vaak onduidelijk in hoeverre de kosten ook op de (middel)lange termijn passend zijn voor de onderneming.

We zien een belangrijke rol weggelegd voor het actuariaat en de actuariële functie om de samenwerking met finance te versterken. Onder Solvency II dient de actuariële functie zorg te dragen voor het correct modelleren en het toetsen van de technische voorziening. De kostenvoorziening is hier onderdeel van. De actuariële functie draagt derhalve de verantwoordelijkheid voor het proces voor de totstandkoming van de kostenvoorziening en een challenge op de uitkomsten. Het (laten) uitvoeren van gevoeligheidsanalyses kan hierbij een belangrijke rol spelen om meer inzicht te geven.

Conclusie

De kostenvoorziening speelt een belangrijke rol in de krimpende markt voor levensverzekeraars. Naast het realiseren van kostenreducties is het van belang om tot een accurate inschatting van de kostenvoorziening te komen die aansluit bij de strategie van de onderneming. Hierbij is het cruciaal dat de verschillende afdelingen samenwerken, gehanteerde uitgangspunten realistisch zijn en gevoeligheden in kaart worden gebracht.

Wilt u meer weten over de kostenvoorziening of een passende onderbouwing hiervan? Dan kunt u contact opnemen met Veronique de Boer-Achmad, Ted van der Aalst of Janinke Tol.

1Aangezien de kostenvoorziening op het snijvlak ligt tussen finance en het actuariaat, vereist dit nauwe samenwerking tussen beide afdelingen. Gewoonlijk stelt finance eerst de kostenbasis vast, op basis van realisaties en het businessplan. Ook bepaalt finance hoe de kosten verdeeld worden over de verschillende producten. Vervolgens gebruikt het actuariaat deze informatie voor het maken van projecties voor de uitloop van de toekomstige kosten. Door de uitkomsten van de projecties te vergelijken met de toekomstige jaren in het businessplan, kan getoetst worden of de kostenvoorziening in lijn is met de strategische plannen van de onderneming.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig