Voorbeeldjaarrekening 2018 Pensioenfondsen - KPMG Nederland
close
Share with your friends

Voorbeeldjaarrekening 2018 Pensioenfondsen

Voorbeeldjaarrekening 2018 Pensioenfondsen

De voorbeeldjaarrekening biedt pensioenfondsen en hun uitvoerders praktische handvatten

Wilfred Kevelam

Senior Manager Financial Services

KPMG Nederland

Contact

Gerelateerde content

A man standing looking towards buildings

De Voorbeeldjaarrekening die de branchegroep Pensioenen jaarlijks uitbrengt, biedt pensioenfondsen en hun uitvoerders een praktisch houvast voor de inrichting van de jaarverslaggeving. Het model 2018 is de twaalfde editie en voldoet aan alle actuele richtlijnen en eisen die aan de jaarverslaggeving van pensioenfondsen worden gesteld.

Het aanzien van 2018

Het aanzien van 2018, op pensioengebied, wordt in hoge mate gedomineerd door de discussie over het nieuwe pensioenstelsel. De complexiteit van dit voortdurende debat is genoegzaam bekend. Voor pensioenfondsen is het zaak de ontwikkelingen nauwgezet te monitoren en zich, zonder op de muziek vooruit te lopen, voor te bereiden op de wijzigingen die aanstaande zijn.

Ook bereiden pensioenfondsen zich voor op de ontwikkelingen op het gebied van good pension fund governance. Ondernemingspensioenfondsen met een beheerd vermogen van meer dan EUR 1 miljard dienen per 1 januari 2019 een raad van toezicht te hebben ingesteld. Daarnaast worden per 13 januari 2019 de wijzigingen in de Pensioenwet uit hoofde van IORP II effectief. Op basis van IORP II dienen pensioenfondsen te beschikken over een doeltreffend governancesysteem, waarbij de drie sleutelfuncties (de risicobeheersingsfunctie, de actuariële functie en de interne auditfunctie) centraal staan. Pensioenfondsen dienen hun interne governance naar deze richtlijnen in te richten en in de jaarverslaggeving uit te leggen welke keuzes zijn gemaakt.

In oktober 2018 heeft de minister van Financiën het ontwerpbesluit waarin geregeld wordt dat meer organisaties worden aangemerkt als organisatie van openbaar belang (OOB) naar de Eerste en Tweede Kamer gestuurd. Hieronder vallen ook pensioenfondsen die op twee achtereenvolgende balansdata een beheerd vermogen van meer dan EUR 10 miljard hebben. In tegenstelling tot eerdere voorstellen hoeven deze pensioenfondsen geen (onafhankelijke) auditcommissie in te stellen.

Code Pensioenfondsen 2018

Ook verscheen in 2018 de geactualiseerde versie van de Code Pensioenfondsen. De normen zijn gegroepeerd aan de hand van acht thema's, waarbij het aantal inhoudelijke wijzigingen ten opzichte van de vorige editie van de Code beperkt is. Nog steeds geldt het 'pas toe of leg uit'-beginsel. In de jaarverslaggeving dient het pensioenfonds daarom toe te lichten waarom het een norm niet (volledig) toepast. Nieuw is dat het intern toezicht wordt gevraagd om in zijn rapportage te rapporteren over de naleving van de Code door het fonds. Dit zal in de jaarverslaggeving over 2018 dus voor het eerst plaatsvinden.

Niet-financiële informatie en risico's

Vorig jaar refereerden wij al aan de toenemende aandacht voor niet-financiële informatie en niet-financiële risico's. Medio 2018 heeft DNB onderzoek gedaan naar niet-financiële risico's. Relevante thema's op dit gebied zijn bijvoorbeeld de beheersing van operationele en uitbestedingsrisico's, cybersecurity en maatschappelijk verantwoord en duurzaam beleggen. Op dit laatste punt wordt meer en meer verwacht dat pensioenfondsen hun rol als maatschappelijk belegger actief invullen. Veel pensioenfondsen richten zich bijvoorbeeld steeds meer op het bijdragen aan duurzame oplossingen in plaats van het uitsluiten van sectoren en bedrijven. Het transparant rapporteren over beleid, gehanteerde criteria en definities en gemaakte keuzes wordt voor pensioenfondsen steeds relevanter.

Verslaggevingsrichtlijnen voor APF en PPI

Het aantal wijzigingen in de verslaggevingseisen zoals opgenomen in Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving is beperkt ten opzichte van het voorgaande jaar. Wel zijn nieuwe verslaggevingsrichtlijnen voor pensioenuitvoerders in de vorm van een algemeen pensioenfonds (APF) of premiepensioeninstelling (PPI) van toepassing.

Voor het APF geldt dat nieuwe richtlijnen zijn opgenomen in RJ 610 Pensioenfondsen. Deze richtlijnen zijn met terugwerkende kracht van toepassing voor boekjaren vanaf 1 januari 2017. Belangrijk is dat de jaarverslaggeving informatie moet bevatten over de algemene bedrijfsomgeving van het APF en over de financiële situatie per collectiviteitskring. Dit betekent dat zowel voor het APF als voor de verschillende collectiviteitskringen een separate, financiële verantwoording wordt opgesteld bestaande uit een balans, staat van baten en lasten, kasstroomoverzicht en toelichting. Er is dus geen sprake van consolidatie van de financiële gegevens van de bedrijfsomgeving en de collectiviteitskringen. Dit sluit aan op de toetsing van de financiële positie zoals voorgeschreven in de Pensioenwet. De financiële positie (dekkingsgraad) wordt per collectiviteitskring afzonderlijk getoetst. Voor de inrichting van de balans, de staat van baten en lasten, het kasstroomoverzicht en de toelichting hierop per collectiviteitskring zijn de overige verslaggevingsrichtlijnen vanuit RJ 610 van toepassing en kan deze Voorbeeldjaarrekening dienstbaar zijn.

In het bestuursverslag wordt onder meer aandacht besteed aan de ontwikkelingen in de bedrijfsomgeving van een APF en de kenmerken van en de ontwikkelingen binnen de verschillende collectiviteitskringen.

Voor de verslaggeving door PPI's is een nieuw, separaat hoofdstuk 611 Premiepensioeninstellingen opgesteld. Hoewel het aantal PPI's in Nederland beperkt is, is het toevoegen van een nieuw hoofdstuk onzes inziens gerechtvaardigd om te komen tot uniforme verslaggeving door dit type pensioenuitvoerder. Het nieuwe hoofdstuk, van toepassing op boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2018, stelt onder meer het volgende:

  • Beleggingen en verplichtingen voor risico deelnemers dienen separaat op de balans van de PPI te worden gepresenteerd.
  • In de winst-en-verliesrekening worden de resultaten voor risico deelnemers als separaat overzicht gepresenteerd onder de resultaten voor risico van de PPI.
  • In het kasstroomoverzicht van de PPI worden geen kasstromen voor risico deelnemers verantwoord.
  • In het bestuursverslag zal informatie omtrent de uitgevoerde regelingen worden opgenomen.

Voorbeeldjaarrekening biedt praktisch houvast

De hierboven beschreven ontwikkelingen zijn nader uitgewerkt in de 2018-editie van de Voorbeeldjaarrekening die KPMG jaarlijks publiceert. Hiermee bieden wij pensioenfondsen en hun uitvoerders een praktisch houvast bij het opstellen van de jaarverslaggeving over boekjaar 2018. In deze editie van de Voorbeeldjaarrekening zijn waar mogelijk voorbeeldteksten opgenomen ten aanzien van bovengenoemde ontwikkelingen. Deze voorbeeldteksten dienen uiteraard aangepast te worden naar de specifieke feiten en omstandigheden van uw fonds.

In de Voorbeeldjaarrekening 2018 lichten wij in een apart katern de nieuwe verslaggevingsrichtlijnen die gelden voor een APF nader toe. De verslaggevingsrichtlijnen die gelden voor PPI's worden niet nader uitgewerkt, omdat deze geen deel uitmaken van de primaire standaard voor pensioenfondsen (RJ 610).

Wij verwachten met deze nieuwe editie van de Voorbeeldjaarrekening een bijdrage te leveren aan de kwaliteit en relevantie van de jaarverslaggeving over 2018. Voor een nadere toelichting of vragen kunt u uiteraard contact met een van de auteurs opnemen.

Meer artikelen en blogs over dit thema lezen?

Wij houden u op de hoogte per e-mail. Geef uw voorkeuren door.

Neem contact met ons op

 

Wilt u een offerte van ons ontvangen?

 

Offerteaanvraag (RFP)