• Monica Swalef, Partner |
  • Olivier Roodenburg, Senior Manager |

Het Pensioenakkoord herbergt volop kansen om het arbeidsvoorwaardelijke pensioen de waardering te laten krijgen die het verdient. Dat vraag om slagvaardigheid van sociale partners in de belangrijke besluiten die komen gaan. Waarbij het de uitdaging is om de complexiteit van de nieuwe pensioenregeling toegankelijk te maken.

De nieuwe pensioenregeling, hoe gaat die er precies uitzien? Duidelijk is in ieder geval dat iedere pensioenregeling een vorm van een premieregeling wordt. De grote lijnen zijn geschetst in het Pensioenakkoord dat in juni 2019 werd gesloten tussen kabinet en sociale partners en inmiddels is vertaald in conceptwetgeving. De sociale partners staan aan de vooravond om belangrijke keuzes te maken over de pensioenregeling binnen hun onderneming of bedrijfstak. Voorsorteren kan naar onze mening al goed, terwijl we wachten op definitieve wetgeving en lagere regelgeving.

De transitie naar het nieuwe pensioenstelsel is een ingewikkeld project, omdat er flink veel, vaak lastige, keuzes gemaakt moeten worden. Bijvoorbeeld tussen de belangen van groepen deelnemers onderling, maar ook keuzes tussen het bieden van zo veel mogelijk maatwerk en de uitvoerbaarheid en kosten daarvan. In de visie van KPMG is het daarom van belang vooraf een aantal uitgangspunten op te stellen die richting kunnen geven aan het transitieproces naar de nieuwe pensioenregeling. En na te denken wat de bedoeling is van de nieuwe pensioenregeling, alvorens deze in te richten.

Zo kan het verstandig zijn om alle keuzes in lijn te maken met de strategie, visie en doelstellingen van het pensioenfonds enerzijds, en de onderneming of de bedrijfstak anderzijds. Natuurlijk is de visie van de (centrale) ondernemingsraad en/of de vakbonden ook cruciaal. Immers, sociale partners gezamenlijk verstrekken de opdracht aan het pensioenfonds om de nieuwe pensioenregeling uit te voeren.

Naast de wijzigingen ten gevolge van het Pensioenakkoord, krijgen pensioenfondsen straks wellicht ook de vraag of ze in plaats van een volledig verplichte pensioenregeling bijvoorbeeld een verplichte basisregeling met daarbovenop vrijwillige mogelijkheden ter aanvulling kunnen aanbieden. Als dergelijke keuzes aansluiten bij de doelstellingen van de betrokken organisaties, zijn ze beter uit te leggen en vergroot dat hun draagvlak.

De pensioenhervorming leent zich er ook voor om complexiteit te bestrijden. Voor meer draagvlak, en een beter uitlegbare pensioenregeling. Die als het even kan minder kostbaar is. Zodat het arbeidsvoorwaardelijke pensioen de waardering krijgt die het verdient.

Tot slot is het de kunst te kiezen met het oog op de lange termijn. Het Pensioenakkoord biedt bijvoorbeeld de mogelijkheid om gebruik te maken van overgangsregelingen en het toepassen van maatwerk bij de vormgeving van compensatieregelingen. Keuzes die op de korte termijn aantrekkelijk lijken, kunnen op de langere termijn nadelig uitpakken. Het vergt slagvaardigheid en moed om niet voor die verleiding te zwichten. Het voorkomen van 'verborgen gebreken' in de pensioenregeling draagt bij aan een duurzaam vertrouwen van de deelnemers in de pensioenregeling.

Tot een nieuwe pensioenregeling komen – die sociale partners ter uitvoering in opdracht willen geven aan het pensioenfonds, dat deze op zijn beurt graag bevestigt middels een opdrachtbevestiging omdat deze past bij de doelstellingen, uitgangspunten en risicohouding van het pensioenfonds – is daarom voor pensioenfondsen een proces met kansen en bedreigingen. KPMG helpt u met het benutten van die kansen en het beheersen van de bedreigingen. We helpen bij het maken van de afwegingen en zorgen ervoor dat alle relevante aspecten in de besluitvorming worden meegenomen.

Wilt u meer weten over onze werkwijze, neem dan contact op met Monica Swalef of Olivier Roodenburg.