• Leon Kanters, Partner |

5 minuten leestijd

Op het moment dat ik deze blog schrijf is er ruim een maand verstreken en is het Verenigd Koninkrijk (VK) een derde land waarmee de Europese Unie (EU) een vrijhandelsakkoord heeft gesloten. Dit alles gebeurde het weekend voor Kerstmis en leidde onmiddellijk tot veel vragen. Op veel vragen kon antwoord worden gegeven, maar op veel vragen ook niet. Daarvoor is het akkoord met het VK te veelomvattend. In een recordtempo moe(s)t het bedrijfsleven zich deze nieuwe situatie eigen maken.

Natuurlijk wisten we dat als de onderhandelingen succesvol zouden verlopen het hoogst haalbare een vrijhandelsakkoord zou zijn. Maar hoe dat er dan exact uit zou zien werd pas rond het kerstweekend duidelijk. Veel vragen kwamen op ons af: hoe was dit vrijhandelsakkoord te duiden? Het was aan ons om ons in een recordtempo zo veel mogelijk van het akkoord eigen te maken. Tot oudejaarsavond stroomden de vragen binnen en toen was het zover. Het Brexit-tijdperk werd zonder veel geknal ingeluid …

Het Brexit-tijdperk verloopt rustig

De Britten zeggen het zo mooi: "The proof of the pudding is in the eating" en dat geldt zeker bij Brexit. Ik was dan ook hoogst verbaasd dat het de eerste dagen van 2021 zo ongelofelijk stil bleef rond Brexit. Er deden zich nauwelijks problemen voor en de verwachte chaos bleef uit. Lag dat nu aan onze geweldige voorbereiding of was het thema Brexit te veel opgeblazen. Achteraf kijkend, wellicht een beetje van beide. Natuurlijk hebben de meeste ondernemers die veel zaken doen met het VK voorbereidende maatregelen getroffen en ook de handhavingsdiensten hebben zich helemaal opgeschaald en zo veel mogelijk voorbereidingen getroffen. De wijze waarop de publieke en private sector hier hebben samengewerkt verdient absoluut een compliment. Toch was de belangrijkste oorzaak van het uitblijven van chaos het uitblijven van goederenstromen. Slechts zeer mondjesmaat vond er goederenverkeer plaats tussen het VK en de EU. De meeste bedrijven hadden er namelijk voor gekozen om voor Brexit alvast zo veel mogelijk voorraad over te brengen. Ook de coronapandemie heeft ertoe bijgedragen dat er minder goederenverkeer was dan gebruikelijk rond deze tijd. Handhavingsdiensten hebben de crisisteams voor een belangrijk deel afgeschaald. 

Toch zijn er issues

Zijn er dan geen problemen? Jazeker, die zijn er wel. Zeker wanneer het goederen van dierlijke of plantaardige oorsprong betreft. Slechts een derde van het inkomend verkeer in de eerste maand heeft alle papieren op orde. Een zesde van alle zendingen kan niet toegelaten worden door de EU en dient vernietigd te worden. De overige 50% heeft met oponthoud aan de grens van doen, omdat de formaliteiten nog niet op orde zijn en daarom de goederen niet direct kunnen worden vrijgegeven. Geluk bij een ongeluk was dat de invoer een fractie was van wat er normaal uit het Verenigd Koninkrijk komt. Veel energie wordt nu gestoken in het op peil brengen van de formaliteiten. Voor veel bedrijven zijn deze formaliteiten nieuw. Bovendien hebben we momenteel te maken met schaarste op het gebied van douaneagenten. Niet alleen in het VK, maar ook in Nederland. 

Rondom het vervoer onder douaneverband, 'Common Transit Convention', doen zich nog steeds veel problemen voor. Met name aan Britse zijde is er veel onbekendheid met deze wijze van douanevervoer. Anders dan op het continent heeft het Verenigd Koninkrijk hier in het verleden veel minder gebruik van gemaakt, waardoor dit voor veel bedrijven, douaneagenten en douaneambtenaren onbekend terrein is.

Ook de btw bij invoer leidt tot veel problemen. Zeker wanneer bijvoorbeeld de Britse voorraad toebehoort aan een in Nederland gevestigde entiteit. Hoewel op grond van het Terugtrekkingsakkoord tot eind 2021 de gebruikelijke EU btw-regels voor verkopen op afstand blijven gelden voor zendingen die in 2020 zijn verzonden vanuit of naar het VK (wordt aangemerkt als een intracommunautaire levering in Nederland), doen zich problemen voor bij de verwerking in de Nederlandse btw-aangifte en listing, omdat vanaf 1 januari 2021 de informatiesystemen geen uitwisseling van gegevens meer toestaan. Van EU-zijde zal hier op korte termijn een richtlijn voor volgen.

Rules of Origin, wie is hier beter mee af…

Een ander heikel punt blijft het gebruik van de zogenaamde 'rules of origin'. Om gebruik te kunnen maken van tarief- en quotavrij goederenverkeer dienen de goederen van oorsprong uit respectievelijk het Verenigd Koninkrijk of de EU te zijn. Voor de zogenaamde geheel en al verkregen goederen (bijvoorbeeld in Nederland geteelde uien) levert dit doorgaans geen problemen op. Anders is dat wanneer het geassembleerde producten betreft die zijn samengesteld uit producten van over de hele wereld. Wanneer voldoen deze goederen nu wel en wanneer niet aan de regels? Behoudens een aantal grondregels gelden er per (eind)product afzonderlijke regels. Een bedrijf met bijvoorbeeld 30 verschillende producten heeft dus te maken met 30 verschillende regels. En dat is bij lange na niet alles. In het vrijhandelsakkoord met het Verenigd Koninkrijk is de combinatie met actieve veredeling toegestaan. Actieve veredeling wil zeggen dat grondstoffen zonder betaling van douanerechten mogen worden ingevoerd mits zij in de vorm van een bewerkt product het grondgebied weer verlaten. Stel dat die bewerking van dien aard is dat het bewerkt product kwalificeert voor oorsprong, dan mag het bewerkt product tarief- en quotavrij in de EU of het Verenigd Koninkrijk worden ingevoerd. Blijft het echter in het land van assemblage, dan moet alsnog over de grondstoffen betaald worden. Het lijkt daarmee dat productiebedrijven in het Verenigd Koninkrijk hier meer voordeel van hebben dan concurrenten in de EU. Immers, het afzetgebied van de EU is nu eenmaal veel groter dan dat van het VK.

Een ander voorbeeld schuilt in de wijze waarop het Verenigd Koninkrijk nieuwe vrijhandelsverdragen heeft gesloten met landen waar ook de EU al handelsverdragen mee heeft gesloten. In tegenstelling tot exporteurs in de EU mogen Britse exporteurs bij het vaststellen of zij voldoen aan de 'rules of origin' onder bepaalde voorwaarden EU-componenten meetellen. Hierdoor zullen zij in veel gevallen eerder voldoen aan de 'rules of origin' dan wanneer enkel Britse componenten daarvoor meetellen. Dit heeft het Verenigd Koninkrijk bilateraal met een groot aantal landen in de wereld afgesproken.

De EU was geen voorstander van een dergelijke "diagonale cumulatie" van oorsprong. Dit zou een competitief voordeel voor het Verenigd Koninkrijk kunnen inhouden. 

Het resultaat is nu dat EU exporteurs de Britse componenten niet mogen meetellen. Het kan daarom voorkomen dat een identiek product, geproduceerd uit identieke componenten, alle uit hetzelfde land van oorsprong, bij uitvoer uit het Verenigd Koninkrijk wel in aanmerking komen voor tariefvrije invoer in bijvoorbeeld Tunesië en bij uitvoer uit de EU niet. Dit betekent in dit specifieke geval voor de Britse exporteur 'business as usual' en voor de EU exporteur een competitief nadeel.

Wie had dat gedacht …