• Machiel Koper, Director |
  • Tim Barlage, Director |
5 min read

Na meer dan tien jaar onderhandelen ligt er eindelijk een Pensioenakkoord. Voor pensioenfondsen, pensioenuitvoeringsorganisaties, vermogensbeheerders, werkgevers en ondernemingsraden is dit het startpunt van een intensief traject waarin wendbaarheid troef is. Van deze partijen hoort KPMG allemaal hetzelfde geluid: het is veel, en het is ingewikkeld.  Dit thema kwam uitgebreid aan de orde tijdens de lunchsessie die het financieel risicomanagementteam van KPMG eind april organiseerde.

Het Pensioenakkoord bepaalt dat het beheer van het Nederlandse pensioen op geheel nieuwe leest wordt geschoeid. Vanaf 2026 heeft de deelnemer niet meer een gegarandeerde aanspraak op een bedrag, maar is alleen de hoogte van de ingelegde premie gegarandeerd. De consequenties hiervan voor registratie, administratie, communicatie én de manier van beleggen zijn verstrekkend. Dit geldt voor zowel de nieuwe premieovereenkomst als de verbeterde premieovereenkomst.

Keuzes in het Pensioenakkoord

Momenteel wordt volop gesproken over de keuze tussen de nieuwe premieovereenkomst en de verbeterde premieovereenkomst. Volgens Machiel Koper moeten partijen niet uit het oog verliezen dat deze twee contracten in de basis veel overeenkomsten hebben. Beide premieovereenkomsten hebben een leeftijdsonafhankelijke premie, die leeftijdsafhankelijk belegd wordt, waardoor financiële en biometrische resultaten doorwerken in de hoogte van pensioenuitkeringen, aldus Koper.

Maar waar zitten dan de grootste verschillen? De nieuwe premieovereenkomst kent in de basis meer solidariteit, met name vanwege de verplichte solidariteitsreserve. De verbeterde premieovereenkomst kent meer individuele keuzevrijheid, zoals de keuze voor een lifecycle-belegging en de keuze voor een vaste of variabele uitkering. De keuzes die binnen het contract worden gemaakt, bepalen het werkelijke karakter van de pensioenregeling en zullen impact hebben op het kostenniveau van de pensioenregeling. Daarom is het volgens Koper erg belangrijk dat uitvoeringsorganisaties vroegtijdig bij pensioenfondsen en sociale partners aangeven welke kostenimpact de verschillende keuzes hebben.

Overwegingen tot invaren

Een belangrijk onderdeel van de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel is het invaren. Invaren is het omzetten van de onder het huidige stelsel opgebouwde pensioenen naar startvermogens in het nieuwe stelsel. Circa EUR 1.700 miljard aan pensioenfondsvermogen kan worden ingevaren en daarom is het van vitaal belang dat dit proces zorgvuldig gebeurt. Het ontbreken van een individueel bezwaarrecht maakt transparante communicatie richting de deelnemers een vereiste om het vertrouwen in het nieuwe pensioenstelsel niet te schaden. Dit is een emotioneel beladen onderwerp, zo vertelde Linghou Zhou.

Voor het 'invaar'-vraagstuk zijn in eerste instantie de sociale partners aan zet, zij moeten bepalen of ze een verzoek tot invaren zullen indienen bij het pensioenfonds. Het pensioenfondsbestuur zal vervolgens bepalen of wordt overgegaan tot invaren en hoe dat zal worden vormgegeven. Of een pensioenfonds invaart, hangt samen met verschillende overwegingen en belangen van stakeholders, aldus Zhou. Zo zijn er veel voordelen voor het invaren te vinden (geen beleggings-'spagaat', toekomstbestendig, kostenefficiënt, etc.), maar zeker ook belangrijke nadelen (onzekerheid, juridisch omstreden, etc.). Het pensioenfonds is uiteindelijk verantwoordelijk voor een transitie die over het geheel genomen evenwichtig moet zijn.

Als alternatief voor invaren kan het pensioenfonds ook verzekeringsoplossingen in overweging nemen. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een buy-out, waarbij de opgebouwde pensioenen worden overgedragen aan een verzekeraar. Daarnaast bestaat er een hybride variant, waarbij de opgebouwde pensioenen deels worden overgedragen aan een verzekeraar (partiële buy-out) en de resterende pensioenen worden ingevaren. Dit is een interessante oplossing voor bijvoorbeeld fondsen met meerdere werkgevers of vergrijsde fondsen.

Het invaren van de opgebouwde pensioenen is een ingrijpende verandering voor de deelnemers; het invaarvraagstuk vergt de nodige voorbereiding en het is daarom van groot belang dat pensioenfondsen daar tijdig mee beginnen!

Nieuwe verdelingsvraagstukken

Het Pensioenakkoord zorgt voor een explicieter verband tussen de hoogte van de pensioenuitkering en het rendement van de beleggingen. Het Pensioenakkoord zal dus verstrekkende gevolgen hebben voor het vermogensbeheer, met name omdat het niet enkel om strikt individueel pensioenbeleggen gaat. In het nieuwe stelsel worden juist collectieve en individuele elementen gecombineerd en dat betekent dat er voortdurend verdelingsvraagstukken opdoemen, zo vertelt Tim Barlage in het laatste deel van de lunchsessie. Bij de nieuwe premieovereenkomst ontstaat er bijvoorbeeld meer ruimte om het beleggingsbeleid te richten op een zo hoog mogelijk rendement, in plaats van het sturen op een dekkingsgraad of het beschermen daarvan zoals nu gebeurt, aldus Barlage. Hierdoor worden beleggingscategorieën zoals aandelen en Emerging Markets Debt waarschijnlijk aantrekkelijker. Daarnaast is het de verwachting dat het lonender wordt voor pensioenfondsen om in illiquide beleggingen te stappen, zoals hypotheken of infrastructurele projecten.

Het belangrijkste is dat het beleggingsbeleid moet aansluiten op de risicohouding van de deelnemers. Deze risicohouding moet per leeftijdscohort worden vastgesteld.  Hoe die risicohouding te meten en vervolgens te verwerken in de beleggingsportefeuille, is volgens Barlage een forse uitdaging in het nieuwe stelsel. Tijdens de komende transitiejaren moeten pensioenfondsen en  pensioenuitvoerders hier een gedegen methodiek voor implementeren.

Het Pensioenakkoord brengt dus dynamiek teweeg in de markt. KPMG ziet dat diverse pensioenfondsen nog van uitvoerder wisselen voordat de grote transitie echt op gang komt. Daarnaast zijn er pensioenfondsen die samengaan om schaalgrootte te creëren en kosten naar beneden te brengen.  Betrokken partijen zijn momenteel druk bezig om het Pensioenakkoord te doorgronden en worstelen tegelijkertijd met de rolverdeling en procesinrichting. Kortom: de pensioenwereld staat voor een spannende tijd vol uitdagingen!

Meer informatie

Neem voor meer informatie contact op met Machiel KoperTim Barlage of Linghou Zhou.