Nl building new

Brexit: a (never)ending story

3 minuten leestijd

Opnieuw is er een belangrijke week aangebroken in de onderhandelingen tussen het Verenigd Koninkrijk (VK) en de Europese Unie (EU). Hoewel we al vaker hebben gezegd dat het er nu echt om gaat spannen, zijn we zo langzamerhand toch de finale aan het bereiken en lijkt de titel van mijn blogs niet meer zo treffend. Beide partijen sluiten uitstel van de transitiefase immers absoluut uit. Om die reden zal de titel van nieuwe versies van deze blog voortaan 'Brexit: an ending story' luiden.

Stilte voor de storm?

Al enige tijd is het relatief rustig rondom de ontwikkelingen in de Brexitonderhandelingen. Wordt er nauwelijks progressie geboekt of hebben de onderhandelaars afgesproken zo weinig mogelijk naar buiten te brengen om zo de onderhandelingen niet te verstoren? Mij lijkt dat laatste het geval. Er moeten immers nog een paar heel harde noten worden gekraakt. En juist op deze punten – 'level playing field' en visserij – lijkt tot nu toe weinig progressie te zijn geboekt.

Vanaf de zijlijn hoor ik dat het VK uiteindelijk voor een belangrijk deel zal instemmen met de EU-eisen rondom staatssteun en dat de EU deels de eisen van het VK inwilligt met betrekking tot het vissen in Britse wateren. Maar zo voor de hand liggend als die uitkomst ook lijkt, zo moeilijk zal het zijn die te bewerkstelligen. Daarvoor hebben de partijen zich in de afgelopen jaren te veel ingegraven.

Vrijhandelsakkoord-scenario: onwenselijke situaties

Als we van het positieve uitgaan, namelijk dat het VK en de EU tot overeenstemming komen over een vrijhandelsakkoord en dat bedrijven in het VK en de EU zich daar zo veel mogelijk op voorbereid hebben, dan nog zal dit leiden tot zeer onwenselijke situaties. Ik zal dit proberen toe te lichten aan de hand van een beperkt aantal voorbeelden.
Een vrijhandelsakkoord zal zich in het meest positieve scenario voornamelijk beperken tot goederen. Deze zullen tarief- en quotavrij verhandeld kunnen worden, mits zij van oorsprong zijn uit de EU of het VK. Hier doet zich meteen een praktisch probleem voor. Hoe kan bijvoorbeeld een Britse exporteur onmiddellijk na de transitiefase aantonen dat zijn producten van oorsprong zijn? De goederen waren de dag ervoor immers nog afkomstig uit de EU. Is het bedrijf meteen een geregistreerde exporteur en beschikt het direct over het noodzakelijke bewijsmateriaal (leveranciersverklaringen) van al zijn toeleveranciers om de VK-oorsprong te kunnen aantonen? Ik vrees van niet.

Een ander voorbeeld is de aanpassing van ERP-systemen ('enterprise resource planning'). Hoe goed het bedrijf ook is voorbereid, het lijkt een praktische onmogelijkheid om alles exact op het juiste tijdstip volledig ingericht te krijgen. Want wat op oudejaarsavond nog een intracommunautaire zending zou zijn, wordt op nieuwjaarsdag meteen een exportzending. Expresdiensten en onlineverkopen zullen hier zeker mee geconfronteerd worden. 

Tot slot een voorbeeld van een bedrijf dat een deel van zijn productie in het VK laat uitvoeren en hiervoor grondstoffen uit de EU aanlevert. Het bedrijf kan hierbij opteren voor een Vergunning passieve veredeling, waardoor in het VK alleen over de toegevoegde waarde betaald hoeft te worden. Zelfs wanneer een dergelijke vergunning tijdig is aangevraagd en verleend, blijft het erg moeilijk om hier onmiddellijk na nieuwjaar van te profiteren. Grondstoffen die voor 1 januari 2021 zijn ingeleverd kunnen niet meegerekend worden om slechts over de over de toegevoegde waarde de douanerechten berekenen. Zij zijn namelijk op 1 januari 2021 geen EU grondstoffen meer, maar Britse grondstoffen. Een enkeling zal wellicht denken: biedt voorafgaande invoer hiervoor geen soelaas? Dat klopt inderdaad wanneer goederen uitwisselbaar zijn (equivalentieverkeer), maar dat is in lang niet alle gevallen mogelijk. Zonder het gebruik van voorafgaande invoer kan alleen van de regeling Passieve veredeling geprofiteerd worden als grondstoffen na 1 januari 2021 zijn uitgevoerd.

Met de beste wil van de wereld en ondanks een uitstekende voorbereiding zijn een aantal zaken helaas vrijwel niet te voorkomen. Om maar te zwijgen over waarschijnlijk de meerderheid van alle bedrijven in de EU en het VK die zich niet zo goed hebben (kunnen) voorbereid(en). Zij zullen – deels onnodig – met grote schadeposten geconfronteerd worden, die bovenop COVID-19 voor veel bedrijven niet te dragen zijn.

Overgangsperiode gewenst!

Inmiddels zijn we minder dan twee maanden verwijderd van de fatale Brexitdatum en nog steeds is niet duidelijk hoe er na 1 januari 2021 handel moet worden gedreven. Dit maakt het voor veel bedrijven gewoonweg onmogelijk tijdig de juiste maatregelen te treffen. Tot nu toe lijken met name de EU-handhavingsdiensten onverbiddelijk wanneer een overgangsperiode ter sprake komt. Toch blijf ik – misschien wel tegen beter weten in – pleiten voor een overgangsperiode van bijvoorbeeld twee tot drie maanden, waarin bedrijven de gelegenheid krijgen zaken zoveel mogelijk achteraf te herstellen en waar handhavingsdiensten ruimhartig en vergevingsgezind omgaan met (onvermijdelijke) fouten.