De afgelopen tijd zijn er opnieuw veel nieuwsberichten verschenen rond cryptomunten, met als meest gekende voorbeeld de Bitcoin. Dankzij de media-aandacht overwegen steeds meer personen de aankoop van cryptomunten.[1] Met de naderende deadline voor de indiening van uw aangifte personenbelasting voor inkomstenjaar 2020, rijst de vraag hoe inkomsten en meerwaarden m.b.t. cryptomunten aangegeven en behandeld moeten worden.[2] Zoals we in deze bijdrage toelichten, is er bij gebrek aan een specifiek en coherent fiscaal en regelgevend kader jammer genoeg geen ‘one-size-fits-all’-antwoord en moet iedere feitelijke situatie geval per geval worden beoordeeld.

Uitgangspunt: 4 inkomenscategorieën

Een Belgische rijksinwoner (natuurlijke persoon) is in principe belastbaar op het globale inkomen, dus ook inkomen verkregen of gerealiseerd in het buitenland.

De personenbelasting kent 4 inkomenscategorieën met elk haar eigen regels en tarieven: onroerend inkomen, roerend inkomen, beroepsinkomen en divers inkomen. Opdat cryptomunten aanleiding geven tot een belastbaar inkomen moet datgene wat door de belastingplichtige effectief wordt bekomen dus onder één van voornoemde inkomenscategorieën vallen.

In deze flash focussen we op meerwaarden bij de realisatie van cryptomunten door natuurlijke personen, bv. bij een verkoop via een crypto-exchange maar ook als een cryptomunt bijvoorbeeld wordt omgezet in een andere cryptomunt of wordt gebruikt als ruil- of betaalmiddel, dat fiscaal mogelijks kwalificeert als belastbaar divers inkomen (speculatieve meerwaarde) of als beroepsinkomen. Let wel: in de praktijk zijn niet enkel meerwaarden relevant. Ook het ontginnen van cryptomunten (minen) en andere manieren waarop cryptomunten worden gebruikt (bv. een lening), kunnen mogelijks (belastbaar) roerend- of beroepsinkomen opleveren (te analyseren geval per geval). [3]

Conceptuele benadering: 3 verschillende profielen en steeds beoordeling in concrete

De categorie waarbinnen inkomsten/meerwaarden uiteindelijk eventueel belast worden, is afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Het is onmogelijk om voor elke situatie een pasklaar antwoord te geven maar de grote lijnen kunnen worden toegelicht aan de hand van 3 verschillende profielen.

 

De goede huisvader

Een persoon leest in de media over de koersontwikkelingen van cryptomunten en het feit dat ook sommige institutionele beleggers in cryptomunten beginnen te investeren, bijvoorbeeld als alternatief voor goud. De persoon beslist om zelf ook te investeren in cryptomunten, o.a. in de overtuiging dat hij zo een betere spreiding van zijn beleggingsportefeuille realiseert. Hij schaft deze cryptomunten aan via bijvoorbeeld een crypto-exchange om deze een bepaalde tijd in zijn portefeuille aan te houden.

Stel dat de goede huisvader na een bepaalde termijn beslist om zijn cryptomunten te verkopen en een meerwaarde realiseert. Dan zal die meerwaarde in principe belastingvrij zijn, voor zover de verrichting kwalificeert als een ‘normale verrichting van het beheer van een privévermogen bestaande uit onroerende goederen, portefeuillewaarden en roerende voorwerpen’ (art. 90, 1° WIB92). Indien het evenwel niet gaat om normaal beheer van privévermogen, maar ook geen beroepsinkomen is, dan zullen de meerwaarden belastbaar zijn als divers inkomen (zie hieronder punt b).

Dus als een cryptomunt kwalificeert als een portefeuillewaarde of roerend voorwerp, hetgeen het geval lijkt als de munt ruim verhandelbaar is en kadert binnen een normaal beheer van het privévermogen, zal de meerwaarde niet belastbaar zijn en moet de goede huisvader de meerwaarde niet aangeven in zijn aangifte personenbelasting (de tegenhanger van normaal beheer is speculatie).

De cruciale vraag is: wat verstaat de fiscus onder verrichtingen die kaderen binnen het normaal beheer van het privévermogen (d.w.z. niet-speculatieve verrichtingen) en wanneer is iemand ‘een goede huisvader die handelt als een voorzichtig en redelijk persoon’? Het is niet eenvoudig om daar een eenduidig antwoord op te geven. Het daarbij is vooral belangrijk om rekening te houden met de feitelijke elementen (o.a. de persoonlijke situatie van de belegger) en met de achterliggende intentie van de belastingplichtige. Heeft de huisvader deze cryptomunten gekocht met eigen middelen (niet met geleend geld), vertegenwoordigden de cryptomunten geen disproportioneel aandeel in zijn totale beleggingsportefeuille, is er redelijk veel tijd verstreken tussen de verwerving en realisatie (buy-and-hold strategie) enz.?[4] Dan zijn er zeker argumenten om te stellen dat de meerwaarde verkregen is binnen een normaal beheer van privévermogen als ‘goede huisvader’.

 

De speculant

Het spreiden van de risico’s in een beleggingsportefeuille is niet voor iedereen de reden om cryptomunten aan te schaffen. Sommigen schaffen ze louter aan met de bedoeling om deze daarna op korte termijn te verkopen aan een hogere prijs, zij speculeren dus op een snelle en sterke koersstijging. Speculatie is de tegenhanger van een normaal beheer van het privévermogen, aangezien een goede huisvader zijn vermogen normaal gezien niet blootstelt aan een groot risico.

Als de fiscus van mening is dat uw inkomen uit cryptomunten louter het gevolg is van speculatie - d.w.z. dat de persoon in kwestie bijvoorbeeld een groot financieel risico neemt met de bedoeling een grote winst op te strijken - zal ze het inkomen (de meerwaarde) willen belasten als divers inkomen en onderwerpen aan een afzonderlijk tarief van 33%, excl. de gemeentelijke opcentiemen.[5] In dat geval kunnen de werkelijke kosten en lasten die werden gedaan of gedragen om de inkomsten te verkrijgen of te behouden (o.i. ook minderwaarden) wel in mindering worden gebracht van de belastbare basis.[6] Bovendien, als de verrichtingen zoals bedoeld in art. 90, 1°  in een bepaald inkomstenjaar globaal genomen een negatief saldo vertonen, door een of meerdere gerealiseerde minderwaarden (i.e. een verlies), dan is het in principe mogelijk om dat verlies af te trekken van de (crypto)meerwaarden die tijdens de volgende vijf belastbare tijdperken werden gerealiseerd en belastbaar zijn als diverse inkomsten (bedoeld in art. 90, 1° WIB92).[7]

De trader of beroepshandelaar

Daarnaast kunnen de winsten (meerwaarden) uit cryptomunten eventueel gezien worden als een beroepsinkomen. Een aantal belangrijke elementen om te beoordelen of meerwaarden al dan niet gezien kunnen worden als een beroepsinkomen zijn de frequentie van de verrichtingen, de mate van (professionele) organisatie en het belang van de ingezette middelen.

Als de verrichtingen voldoende talrijk zijn, professioneel georganiseerd zijn en de inzet van bepaalde activa vergt, is er mogelijks sprake van beroepsinkomen. Dit zal vaak het geval zijn wanneer u op een regelmatige basis actief cryptomunten aan- en verkoopt (het zogenaamde “traden”).

Als de winsten of meerwaarden kwalificeren als een beroepsinkomen, worden zij belast aan de progressieve tarieven van de personenbelasting. Uw beroepsinkomen kan dan belast worden aan maximum 50% (excl. gemeentelijke opcentiemen).

De belasting wordt in voorkomend geval geheven op uw netto-beroepsinkomen, wat betekent dat u ook beroepskosten in mindering mag brengen van uw inkomen. U kan ofwel kiezen voor de forfaitaire beroepskosten ofwel voor de werkelijke beroepskosten. Als u kiest voor de werkelijke beroepskosten te bewijzen zou u eventueel de elektriciteit, uw randapparatuur (It-toestellen, bureau, enz.), in mindering kunnen brengen van uw beroepsinkomen. Let op: als de fiscus van oordeel is dat de inkomsten of meerwaarden kwalificeren als beroepsinkomen, zullen mogelijks daar mogelijks ook sociale zekerheidsbijdragen op moeten worden betaald.

Aangifte van een crypto-wallet als een “buitenlandse effectenrekening”?

Als u cryptomunten aanhoudt via bv. een zogenaamde “web-based wallet” van een (buitenlandse) crypto-exchange, raden wij u aan om aandachtig te bestuderen (samen met uw adviseur) of u die wallet al dan niet als buitenlandse rekening dient aan te geven in de aangifte personenbelasting en moet melden bij het Centraal Aanspraakpunt van de Nationale Bank van België (het CAP).[8]

Conclusie

De behandeling van inkomsten (meerwaarden) van cryptomunten in de aangifte personenbelasting verschilt mogelijk sterk naargelang de feiten en omstandigheden. Het is niet mogelijk een pasklaar antwoord te geven voor elke situatie. Hieronder proberen we toch een overzicht te geven aan de hand van de verschillende profielen de wij in deze bijdrage besproken hebben:

  • Bent u van mening dat de meerwaarden kaderen in het normaal beheer van uw privévermogen en heeft u gehandeld als een goede huisvader? Dan zou u kunnen beslissen om uw meerwaarden niet aan te geven in uw aangifte personenbelasting (bij afwezigheid van enig belastbaar inkomen). Dan is het wel het aangeraden om goed bij te houden waarom en op basis waarvan u die positie inneemt, want het is niet uitgesloten dat als de fiscus vaststelt dat u een meerwaarde op cryptomunten heeft gerealiseerd, zal proberen aan te tonen dat de meerwaarde een abnormaal, speculatief-, of beroepskarakter heeft.
  • Wenst u daarentegen spontaan aan de fiscus mee te delen dat uw inkomsten het gevolg zijn van speculatie of abnormaal beheer van privévermogen? Dan dient u dit inkomen als divers inkomen op te nemen in “Vak XV – B. Andere diverse inkomsten” (bv. onder code 1440-15/2440-82). Eventuele (aftrekbare) kosten kan u aangeven in code 1441-14/2441-81. Zie ook code 1202-50/2202-29 voor eventuele verliezen (zie eerder). U zal dan op het nettobedrag belast worden aan 33% (excl. gemeentelijke opcentiemen: die komen er nog bovenop).
  • Bent u actief bezig met cryptomunten en koopt en verkoopt u deze munten op regelmatige basis? Dan zullen de inkomsten die u hieruit verkrijgt hoogstwaarschijnlijk gezien worden als beroepsinkomen. Het inkomen dient dan aangegeven te worden als beroepsinkomen.

Uiteraard kan u ons steeds contacteren als u uw persoonlijke situatie wilt bespreken.

In één van onze volgende bijdragen zullen we meer vertellen over de verwerking van cryptomunten in de vennootschapsbelasting.

 

Auteurs Kevin Hellinckx en Laurens Palmans

  1. Een persoon kan bij de aankoop van cryptomunten verschillende intenties hebben: inspelen op snelle en sterke prijsstijgingen, een belegging op lange(re) termijn, diversificatie van de beleggingsportefeuille enz. De aankoop en het gebruik van cryptomunten hoeft echter niet per se hoofdzakelijk beleggings gedreven te zijn. Iemand zou cryptomunten bv. ook kunnen kopen louter uit interesse (nieuwsgierigheid) en/of met de bedoeling om bepaalde goederen of diensten te kopen met cryptomunten.
  2. De deadline voor de aangifte op papier is 30 juni 2021. Wanneer de aangifte ingediend wordt via Tax-on-web heeft u tot en met 15 juli 2021, mandatarissen hebben tijd tot en met 21 oktober 2021.
  3. Er kan eventueel ook sprake zijn van roerend inkomen als een contract bv. bepaalt dat de betalingen zullen gebeuren in cryptomunten (volgens de ‘normale’ fiscale regels die gelden voor roerend inkomen). Het aantal contracten met dergelijke clausules is momenteel zeer beperkt, vandaar dat we er in deze bijdrage niet verder op in gaan. Daarnaast vinden ook zogenaamde “tokens”, die soms worden gebruikt voor crowdfunding, steeds meer intrede. U kan ons altijd contacteren indien u hier meer informatie rond wenst.
  4. Voor andere vragen die vaak door de fiscus gesteld worden en als beoordelingscriterium worden gebruikt, verwijzen we naar de vragenlijst van de Rulingcommissie omtrent cryptomunten: https://www.ruling.be/sites/default/files/content/download/files/vragenlijst_cryptomunten_0.pdf. Zie ook K. Hellinckx, A. Bergmans en K. Van Ende, ”Het fiscale lot van cryptomunten, Algemeen Fiscaal Tijdschrift 2019/5, p. 6-43.
  5. Tenzij de toepassing van de progressieve aanslagvoeten voordeliger is.
  6. In tegenstelling tot beroepsinkomen zijn hier in principe geen sociale zekerheidsbijdragen op verschuldigd.
  7. In dergelijke situatie raden we aan om contact op te nemen met uw fiscaal adviseur om dit nader te bekijken.
  8. Zie bv. ook K. Hellinckx, S. Mertens en E. Roggen, “Uitbreiding van het Centraal aanspreekpunt: einde van het Belgisch fiscaal bankgeheim en voorloper van een vermogen(winst)belasting?, Tijdschrift beleggingsfiscaliteit n°16, p. 47-118.