close
Share with your friends

Fiscale aandachtspunten voor het jaareinde

Fiscale aandachtspunten voor het jaareinde

alarm klok

Het einde van 2020 nadert zienderogen. Het was een jaar van grote omwentelingen: de economische schok voortgebracht door de coronacrisis leidde tot tal van fiscale steunmaatregelen. Ondertussen is ook de laatste fase in de hervorming van de vennootschapsbelasting ingetreden. In tijden van crisis is een goed doordacht beleid nog belangrijker.  Het is dan ook raadzaam om tijdig aandacht te besteden aan enkele eindejaarsverrichtingen. Ondoordachte beslissingen kunnen namelijk fiscaal nadelig uitdraaien, maar goede beslissingen kunnen dan weer een gunstige fiscale impact hebben. Graag lichten wij enkele aandachtspunten toe die hierbij van pas kunnen komen.

Voorafbetalingen

Zorgen dat voldoende voorafbetalingen gebeurden is zonder twijfel een evergreen. Door de recente maatregelen worden voorafbetalingen sterk aangemoedigd. Wanneer een vennootschap verzuimt (voldoende) voorafbetalingen te doen, wordt de vennootschapsbelasting vermeerderd met tot 6,75% voor aanslagjaar 2021. Deze vermeerdering kan teniet worden gedaan door tijdige voorafbetalingen met als stelregel: hoe eerder de voorafbetaling, hoe groter het voordeel.

Dat laatste is echter minder relevant in coronatijden. Omdat veel vennootschappen kampen met liquiditeitsproblemen, heeft de wetgever namelijk de voordeelpercentages verbonden aan voorafbetalingen in het derde en vierde kwartaal tijdelijk verhoogd. Voor het vierde kwartaal bedraagt het percentage 5,25% in plaats van 4,50%. De voorafbetaling voor het vierde kwartaal moet vóór 21 december as. gebeuren.  Let wel, de schatkist moet de voorafbetalingen uiterlijk op de vervaldag op haar bankrekening ontvangen. Hou dus rekening met een mogelijke verwerkingstijd van betalingen.

Wederopbouwreserve

De nieuwe maatregel over de wederopbouwreserve (lees hierover onze eerdere nieuwsbrief) treedt in werking op 11 december as. en laat vennootschappen toe hun eigen vermogen op een fiscaal voordelige manier te herstellen.

Daarvoor zullen de boekhoudkundige bedrijfsverliezen van het boekjaar 2020 van belang zijn, aangezien die het maximumbedrag zullen vormen voor de in de toekomst aan te leggen wederopbouwreserve – mits ze de 20 mio EUR niet overstijgen (naast andere voorwaarden uiteraard).

Daarom is het dienstig te kijken naar de verliezen van boekjaar 2020 met oog op de nieuwe vrijgestelde wederopbouwreserve. Meer bedrijfsverlies betekent namelijk dat er een grotere vrijgestelde reserve kan worden aangelegd in latere jaren. Deze vrijgestelde reserve maakt het voor vennootschappen mogelijk om een deel van hun winst voor de belastbare tijdperken 2021, 2022 en 2023 (verbonden met de aanslagjaren 2022, 2023 en 2024) tijdelijk vrij te stellen. Zo kunnen vennootschap getroffen door de coronacrisis fiscaal voordelig winsten behouden en hun eigen vermogen herstellen. De vrijstelling is beperkt tot het boekhoudkundig bedrijfsverlies op de afsluitdatum van boekjaar 2020 of boekjaar 2021, geplafonneerd tot maximum 20 miljoen, voor vennootschappen die hun boekjaar afsluiten tussen 1 januari 2020 en 31 juli 2020.

Merk op dat de aanleg van een wederopbouwreserve leidt tot een daling van de belastbare gereserveerde winst in de belastingaangifte voor de betrokken jaren. 

Verbod uitkeringen bij toepassing corona-maatregelen

Als een vennootschap gebruik maakt van één van de ‘corona-maatregelen’ moet zij er oog voor hebben dat deze vaak slechts kunnen worden toegepast indien er niets uit het eigen vermogen wordt of werd uitgekeerd. Een vennootschap mag met name sinds 12 maart 2020 geen dividenden uitgekeerd hebben, eigen aandelen ingekocht hebben, of kapitaalverminderingen doorgevoerd hebben.

Deze voorwaarde is onder meer verbonden aan: de wederopbouwreserve, de verhoogde bonificaties voor voorafbetalingen, de gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ondernemingen geconfronteerd met tijdelijke werkloosheid, de tax shelter voor de verwerving van nieuwe aandelen in een kleine vennootschap, en de carry back voor verliezen. Wanneer een vennootschap gebruik maakt van de carry back van verliezen (lees hierover meer in ons andere artikel) mag zij volgens de minister zelfs geen tantièmes uitkeren. Voor het merendeel van deze maatregelen geldt het uitkeringsverbod tussen 12 maart en 31 december 2020.

Fiscale consolidatie

Daarnaast zijn er ook verrichtingen die u mogelijk beter uitstelt tot het nieuwe jaar. Dat is met name van belang voor verbonden vennootschappen die voor aanslagjaar 2020, boekjaar eindigend op 31 december 2019, het regime van fiscale consolidatie (lees hierover meer in ons andere artikel[1]) hebben toegepast.

Om in aanmerking te komen voor het systeem van fiscale consolidatie dient tussen de betrokken vennootschappen gedurende een ononderbroken periode van 5 jaar sprake te zijn van een aandeelhoudersrelatie van ten minste 90%. Voor het boekjaar eindigend op 31 december 2019 verstrijkt die vijfjarige termijn pas op 31 december 2020. Bijgevolg is het van cruciaal belang dat beide vennootschappen geen handelingen stellen die de verbondenheid in gedrang brengt in de periode tussen het afsluiten van de overeenkomst en 31 december 2020.

[1] “België betreedt het speelveld van fiscale consolidatie” (december 2018). Zie: België betreedt het speelveld van fiscale consolidatie - KPMG België (home.kpmg)

Gunsttarief voor opnemingen uit vrijgestelde reserves

Daarnaast geeft de wetgever vennootschappen de mogelijkheid om ‘oude’ belastingvrije reserves te laten belasten tegen een gunsttarief. De wetgever wil vennootschappen daartoe aanzetten om zo op korte termijn meer belastinginkomsten te creëren. Normaal worden belastingvrije reserves belast aan het normale tarief, maar voor aanslagjaar 2021 en 2022 geldt een tarief van 15%, of zelfs 10% wanneer de vennootschap de reserves aanwendt voor investeringen in afschrijfbare materiële of immateriële activa. Als de vennootschap de opname voor investeringen wenst te spreiden over boekjaar 2020 en 2021, moet zij hieraan voor het jaareinde nog aandacht besteden. Bovendien kan het gunsttarief gecombineerd worden met de investeringsaftrek, echter vormt deze reserve wel steeds een minimale belastbare basis.

Vennootschappen kunnen het gunsttarief toepassen op de volgende reserves: oude investeringsreserves (aangelegd in aanslagjaar 1982) en nieuwe investeringsreserves waarvan de driejarige termijn is verstreken, bepaalde verwezenlijkte meerwaarde waarvoor de onaantastbaarheidsvoorwaarde is vervuld, vrijgestelde reserves afkomstig uit de 120% aftrek voor o.a. elektrische auto’s, en vrijgestelde winsten van inschakelingsbedrijven.

Investeringsaftrek: verhoogd en verlengd met twee jaar

Nog een coronamaatregel is de verhoging van de gewone investeringsaftrek tot 25%, daar waar deze normaal zou dalen tot 8% in 2020. De wetgever wil daarmee vermijden dat vennootschappen investeringen op de lange baan schuiven ten gevolge van de coronacrisis. Deze aftrek is van toepassing op de aanschaffings- of beleggingswaarden van investeringen door kleine vennootschappen in nieuwe materiële vaste activa gedaan tussen 12 maart en 31 december 2022. In principe komt de aftrek in mindering van de winst van het belastbaar tijdperk waarin de activa zijn verkregen, en dus afschrijfbaar worden. Daarnaast kunnen vennootschappen uitzonderlijk de aftrek voor vaste activa verkregen of tot stand gebracht in 2019 twee jaar overdragen in plaats van één jaar bij onvoldoende winst.

Vennootschappen, zowel groot als klein, kunnen natuurlijk ook nog steeds opteren voor een afzonderlijke verhoogde investeringsaftrek voor specifieke investeringen, zoals energiebesparende investeringen of investeringen in digitale vaste activa. Het tarief daarvoor ligt echter nagenoeg altijd beneden 25%. Die investeringsaftrek is echter wel onbeperkt overdraagbaar.

Jaarrekening en jaarverslag

De uitbraak van de COVID-19-pandemie stelt heel wat Belgische bedrijven voor grote uitdagingen. Talrijke ondernemingen worden jammer genoeg negatief beïnvloed door de huidige crisis en het einde is  nog niet onmiddellijk in zicht. De tijdelijke lockdown voor bepaalde sectoren en ondernemingen en andere maatregelen hebben aanleiding gegeven tot een terugval van de activiteiten, verlies van contracten, substantiële daling van de omzet, onderbreking van de productie, onbeschikbaarheid van personeel en mogelijks ontslagen.

Het bestuursorgaan moet in de jaarrekening en het jaarverslag rekening houden met talrijke onzekerheden zoals de duurtijd van de lockdown en andere maatregelen, de snelheid waarmee de economie zal heropleven en de mate en de duurtijd van de (financiële) steunmaatregelen van de overheid voor deze uitzonderlijke en ongebruikelijke situatie. Onnodig te melden dat het bestuursorgaan rekening moet houden met alle relevante informatie die beschikbaar is tot de datum waarop de jaarrekening en het jaarverslag wordt vastgelegd.

In de balans en resultatenrekening zullen, in vergelijking met vorig jaar, materiële aanpassingen in de waardering van activa en passiva toegepast moeten worden via het boeken van.

  • Duurzame niet-recurrente afschrijvingen en waardeverminderingen
  • Voorzieningen voor niet-recurrente risico’s en kosten
  • Andere niet-recurrente bedrijfs-en financiële kosten

 

Tenslotte moet het bestuursorgaan permanent de continuïteit van het bedrijf beoordelen en indien nodig herstelmaatregelen voorstellen en uitwerken. Eventuele uitkeringen moeten eveneens kritisch worden geëvalueerd. 

Conclusie

Een goede - en vooral - tijdige toepassing van bovenstaande maatregelen kan zonder meer fiscaal interessant zijn. Daarnaast is het ook belangrijk om te bekijken welke impact er op de jaarrekening en de verslaggeving kan zijn.

Het is dan ook raadzaam uw adviseur tijdig te raadplegen. Uiteraard kijken wij graag mee naar de mogelijkheden die voorgaande zaken u al dan niet kunnen bieden.

Neem contact met ons op