close
Share with your friends

De wederopbouwreserve: eigen vermogen fiscaal voordelig herstellen

De wederopbouwreserve

KPMG abstract textuur paars

Het zal niemand nog verbazen dat de huidige COVID-19-pandemie een impact heeft op veel vennootschappen. Om deze vennootschappen de broodnodige ademruimte te geven voerde de vorige regering reeds de carry back van verliezen in. Deze carry back van verliezen hebben wij besproken in een vorig artikel waarin we ook kort een tweede maatregel aanhaalden: de wederopbouwreserve. Voor die wederopbouwreserve was er op dat moment enkel een wetsvoorstel voorhanden. De Kamercommissie Financiën heeft ondertussen deze tweede maatregel goedgekeurd. De Wet van 19 november 2020 tot invoering van deze wederopbouwreserve werd op 1 december jl. gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. In dit artikel lichten we alvast de kernpunten van deze wederopbouwreserve toe.

Wederopbouwreserve

In tegenstelling tot de carry back van verliezen is de wederopbouwreserve gericht op de structurele eigenvermogensopbouw van vennootschappen. De wederopbouwreserve is namelijk een vrijgestelde reserve die in aanslagjaar 2022, 2023 of 2024 aangelegd kan worden ten belope van het boekhoudkundig bedrijfsverlies op de afsluitdatum van boekjaar 2020 of, voor vennootschappen die hun boekjaar afsluiten tussen 1 januari 2020 en 31 juli 2020, boekjaar 2021. Het maximale bedrag dat door een vennootschap in een boekjaar aangelegd kan worden als een wederopbouwreserve is evenwel beperkt tot het bedrag van de belastbare gereserveerde winst dat vastgesteld wordt vóór de aanleg van deze vrijgestelde reserve. Er geldt net zoals bij de carry back van verliezen een absoluut maximum van 20 miljoen EUR.

Vennootschappen met een positief bedrijfsresultaat op de afsluitdatum van boekjaar 2020 of, in voorkomend geval, boekjaar 2021 kunnen deze maatregel dus niet toepassen. Dat betekent dan ook dat een vennootschap die haar omzet fors zag dalen ten gevolge de COVID-19-pandemie maar geen negatief bedrijfsresultaat realiseert op de afsluitdatum van boekjaar 2020 of 2021, niet zal kunnen terugvallen op deze maatregel.

Voorwaarden

Om te kunnen genieten van de maatregel, moet er aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Een eerste voorwaarde is dat de vennootschap geen verdeling van het eigen vermogen mag doorvoeren in de periode van 12 maart 2020 tot en met de dag van de indiening van de aangifte die verbonden is aan het aanslagjaar waarin de wederopbouwreserve wordt aangelegd. Voor vennootschappen met een boekjaar per kalenderjaar betekent dit dus tot en met ten vroegste september 2022. Onder een verdeling van het eigen vermogen wordt onder andere een inkoop eigen aandelen, dividenduitkering of kapitaalvermindering verstaan.

Een tweede voorwaarde is dat de vennootschap geen uitgesloten vennootschap mag zijn. Zo zullen vennootschappen die op 18 maart 2020 reeds konden worden omschreven als een onderneming in moeilijkheden, uitgesloten zijn. Net zoals bij de carry back van verliezen zullen ook vennootschappen die een directe deelneming aanhouden in een vennootschap gevestigd in een belastingparadijs of betalingen aan deze vennootschappen verrichten, zonder economische substantie, niet kunnen genieten van deze maatregel.

Tijdstip van belastbaarheid

De wederopbouwreserve moet in eerste instantie voldoen aan de zogenaamde onaantastbaarheidsvoorwaarde. Dat houdt in dat zij op een afzonderlijke rekening van het passief geboekt moet worden en blijven. De wederopbouwreserve wordt toch (gedeeltelijk) belastbaar indien de vennootschap een inkoop van eigen aandelen, dividenduitkering, kapitaalvermindering of elke andere verdeling van het eigen vermogen uitvoert.

Bijkomstig kent de wederopbouwreserve ook nog een specifieke voorwaarde opdat deze vrijgestelde reserve niet (gedeeltelijk) belastbaar wordt, namelijk een tewerkstellingsvoorwaarde. Deze tewerkstellingsvoorwaarde heeft als doel het tewerkstellingspeil binnen de vennootschap te garanderen. Concreet houdt deze voorwaarde in dat de loonkost bij afsluiting van het boekjaar minstens gelijk dient te zijn aan 85 pct. van de loonkost op afsluitdatum van boekjaar 2019. Wanneer de loonkost onder deze drempelwaarde van 85 pct. zakt, wordt de wederopbouwreserve (gedeeltelijk) belastbaar.

Conclusie

De wederopbouwreserve laat een vennootschap toe haar toekomstige winsten fiscaalvriendelijk binnen de onderneming te houden. Wij raden u aan de impact van deze maatregel voor uw vennootschap grondig te bekijken, specifiek in het kader van de interestaftrekbeperking. Bent u door de recente maatregelen de weg doorheen het fiscale bos even kwijt of denkt u dat dit voor u van toepassing kan zijn, aarzel dan niet om ons te contacteren.

 

Auteurs: Laurens Palmans, Tax Adviser, & Ilke Vandenbroeck, Director

Neem contact met ons op