De winwinlening anno 2020: een limited edition

De winwinlening anno 2020

Een limited edition

Een limited edition

money in jar

De Vlaamse winwinlening bestaat sinds 2006. Deze werd destijds in het leven geroepen om investeringen in kleine en middelgrote ondernemingen (hierna: KMO’s) aan te moedigen, maar is vandaag relevanter dan ooit. Van deze winwinlening bestaat eveneens een Waalse variant, de ‘Coup de pouce’[1] en zeer recentelijk werd ook een Brusselse gelijkaardige regeling ingevoerd, de ‘Proxi-lening’[2]. De basisgedachte achter deze drie stelsels is dezelfde, maar hier en daar wijken de voorwaarden af.  

De huidige coronacrisis hakt er stevig in. Veel ondernemingen kampen met betalingsproblemen en alle extra middelen zijn dus welgekomen. De Vlaamse regering probeert het lijden te verzachten door de winwinlening nog aantrekkelijker te maken voor zowel kandidaat-kredietgevers als kandidaat-kredietnemers.

Wat houdt de regeling in?

Dankzij dit Vlaams gunstregime kunnen kredietnemers op een voordelige manier bijkomende financiering aantrekken, terwijl kredietgevers een belastingkrediet in de personenbelasting genieten. Het belastingkrediet voor de kredietgever bedraagt 2,5% per jaar op het openstaande bedrag van de lening (wat neerkomt op een belastingkrediet van maximum € 1.250 per jaar). Als kredietnemers hun schuld op een bepaald moment niet meer kunnen aflossen, kunnen kredietgevers nog steeds 30% van het nog verschuldigde bedrag recupereren door middel van een eenmalig belastingkrediet.

Alvorens van deze voordelen te kunnen genieten, moeten zowel de lening als de betrokken partijen aan bepaalde voorwaarden voldoen. In het kader van de huidige crisis zullen deze voorwaarden enigszins versoepeld worden. Enerzijds worden kredietgevers nog meer dan voorheen aangemoedigd tot deze alternatieve vorm van investeren. Anderzijds hebben kredietnemers meer ruimte om de lening beter op hun eigen noden af te stemmen. Hieronder komt eerst het standaardregime aan bod. Daarna lichten we de versoepelingen door de coronacrisis toe. 

Wat zijn de oorspronkelijke voorwaarden?

De kredietnemer

Enkel op Vlaams grondgebied gelegen ondernemingen die vallen onder de Europese KMO-definitie kunnen beroep doen op de winwinlening. Deze definitie omvat:

  • de ondernemingen met minder dan 250 werknemers;
  • met een jaaromzet die niet hoger is dan 50 miljoen EUR en/of een balanstotaal dat niet hoger is dan 43 miljoen EUR;
  • en die bovendien voldoen aan het zelfstandigheidscriterium.

 

Als een onderneming een deelnemingsrelatie aanhoudt van minstens 25% van het kapitaal of de stemrechten met (een) andere onderneming(en), voldoet zij niet meer aan het zelfstandigheidscriterium en moeten de gegevens van die verbonden onderneming(en) meegeteld worden bij het toetsen van bovenstaande Europese KMO-criteria.

Belangrijk is dat dit cumulatieve criteria zijn. Zodra één van deze voorwaarden is overschreden, is er niet langer sprake van een kwalificerende KMO.

Naast deze vennootschappen komen ook zelfstandigen-natuurlijke personen en vzw’s met een economische activiteit in aanmerking.

Vervolgens moet de kredietnemer ingeschreven zijn bij de Kruispuntbank van Ondernemingen. Voor de gevallen waarin zo’n inschrijving niet verplicht is gesteld, volstaat inschrijving bij een organisme voor de sociale zekerheid van de zelfstandigen. 

De kredietgever

Op het moment waarop de winwinlening wordt afgesloten, moet ook de kredietgever voldoen aan een aantal voorwaarden:

  • de kredietgever moet een natuurlijk persoon zijn die de lening niet afsluit in het kader van zijn handels- of beroepsactiviteiten;
  • hij/zij moet in het Vlaams Gewest wonen, of er minstens gevestigd zijn in termen van personenbelasting;
  • hij/zij mag geen werknemer zijn van de kredietnemer;
  • als de kredietnemer een zelfstandige (vennootschap) is, mag de kredietgever niet de echtgenoot of de wettelijk samenwonende partner (zaakvoerder, bestuurder, aandeelhouder of houder van een vergelijkbaar mandaat) van de kredietnemer zijn;
  • de kredietgever mag niet de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner zijn van één van de zaakvoerders, bestuurders of aandeelhouders van de kredietnemer.

 

Bovenstaande voorwaarden moeten dus enkel vervuld zijn op het moment van aangaan van de lening. Hoe deze factoren daarna verder evolueren, heeft geen belang. Uiteraard is het wel zo dat een kredietgever niet van het belastingkrediet kan genieten voor de jaren waarin hij geen personenbelasting betaalt in het Vlaams Gewest.

De lening

De lening zal steeds achtergesteld zijn ten aanzien van zowel bestaande als toekomstige schulden van de kredietnemer. Zo komt het geleende bedrag bijna op gelijke hoogte te staan van het kapitaal van de kredietnemer.

Dit nadeel van de winwinlening wordt meteen getemperd door een gedeeltelijke garantie op terugbetaling. Bij betalingsproblemen van de kredietnemer heeft de kredietgever recht op een éénmalig belastingkrediet van 30% van het nog uitstaande geld.

De looptijd van de lening ligt vast op 8 jaar. Terugbetaling kan in één keer na afloop van de lening. Alternatieven zijn maandelijkse, driemaandelijkse, zesmaandelijkse of jaarlijkse aflossingen. Zelfs een eenmalige vervroegde terugbetaling behoort tot de opties.

Een kredietgever kan maximaal 50 000 EUR uitlenen, al dan niet verspreid over één of meer winwinleningen aan één of meer kredietnemers. Een kredietnemer kan tot 200 000 EUR lenen.

Vervolgens mag de rentevoet van de lening niet hoger zijn dan de wettelijke rentevoet die van kracht is op de datum waarop de winwinlening gesloten wordt. Voor het jaar 2020 is dit 1,75%. Hij mag niet lager zijn dan de helft daarvan, m.a.w. 0,875% in 2020. Die rentevoet moet vast zijn en is een bruto-rentevoet, waarop de roerende voorheffing dus nog moet worden ingehouden. Het is de kredietnemer die gehouden is de roerende voorheffing (30%) in te houden, aangezien de kredietgever steeds een natuurlijk persoon is. De voorheffing is in hoofde van de kredietgever bevrijdend.

Versoepelingen door de coronacrisis

Voor de crisis had de kredietgever bij onvermogen tot terugbetaling van de kredietnemer al recht op een schadevergoeding van de overheid van 30% van het nog uitstaande geld in de vorm van een eenmalig belastingkrediet. Dit recht op terugbetaling wordt nu opgetrokken tot 40% voor alle winwinleningen afgesloten na 15 maart 2020 en tot op de datum die de Vlaamse Regering bepaalt (ten laatste 31 december 2021). Het risico van de kredietgever wordt voor deze leningen dus bijna gehalveerd.

Waar dit voor de crisis nog niet mogelijk was, kunnen nu ook kleine aandeelhouders een winwinlening toestaan aan de KMO waarvan zij een aantal, tot maximum 5%, van de aandelen bezitten.

De looptijd van de lening lag oorspronkelijk vast op 8 jaar. Omdat de Vlaamse overheid zich in deze coronacrisis zo flexibel mogelijk wenst op te stellen, kan deze looptijd vanaf vandaag variëren van 5 tot 10 jaar. Daarnaast kunnen leningen die normaal gezien zouden aflopen in 2020 nog eens met maximum 2 jaar verlengd worden. Op die manier kan terugbetaling van het hoofdbedrag beter verspreid of nog even uitgesteld worden. Het belastingkrediet van 2,5% per jaar op het openstaande bedrag zal als gevolg daarvan kunnen blijven doorlopen voor een maximumduur van 10 jaar in totaal.

Tot slot werden de maximumbedragen per kredietgever en kredietnemer opgetrokken als gevolg van de crisis. Elke kredietgever kan nu tot 75 000 EUR uitlenen, al dan niet via meerdere winwinleningen aan meerdere kredietnemers en elke kwalificerende KMO kan tot 300 000 EUR aan bijkomende financiering ontvangen.

Het ontwerpdecreet werd op 6 oktober 2020 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en kan vanaf 7 oktober 2020 ook effectief toegepast worden. 

Conclusie

Kort samengevat kan de kredietnemer op deze manier dus lenen aan een uitzonderlijk lage rentevoet, zonder dat hij zich daarbij zorgen moet maken om het verstrekken van waarborgen. Evenmin doet de kredietgever een slechte zaak. Hij heeft recht op een jaarlijks rendement van 1,75%. Dat lijkt niet veel, maar is zeker niet slecht in vergelijking met het huidig rendement op bijvoorbeeld een spaarrekening. Daarbovenop geniet de kredietgever een jaarlijks belastingkrediet van 2,5% op het openstaande uitgeleende bedrag (wat hier neerkomt op een belastingkrediet van maximum van € 1.875 per jaar) en wordt zijn risico aanzienlijk beperkt door een eenmalig belastingkrediet van maar liefst 40%. Er valt vandaag bijgevolg meer dan ooit te winnen met de winwinlening.

Aarzel niet om ons te contacteren bij verdere vragen. 

 

Auteurs: Manouk van Oijen, Tax Adviser & Ilke Vandenbroeck, Director

[1] Decreet 28 april 2016, Prêt ‘Coup de pouce’, BS 10 mei 2016.

[2] Bijzonder machtenbesluit nr. 2020/045 van 19 juni 2020, BS 30 juli 2020.

Neem contact met ons op

 

Wilt u een offerte van ons ontvangen?

 

loading image Vraag een offerte aan