close
Share with your friends

De ‘COVID-19-jaarrekening’: deel 2

De ‘COVID-19-jaarrekening’

document and glasses

1. Mogelijke impact van de COVID-19-pandemie op de verschillende rubrieken van de balans en resultatenrekening

Zoals eerder aangegeven zorgen vele onzekerheden zoals de duur van de lockdown, de snelheid waarmee de economie opnieuw zal heropleven, de (financiële) steunmaatregelen van de overheid voor een uitzonderlijke en ongebruikelijke situatie waarbij aanpassingen in de boekhouding en jaarrekening noodzakelijk zijn voor getroffen bedrijven. 

De balans zal voor onderstaande rubrieken en subrubrieken aangepast moeten worden.

1.1 Activering van rente op vreemd vermogen (art. 3:16 KB 29.04.2019/WVV)

In de vervaardigingsprijs van voorraden en bestellingen in uitvoering mag de rente op vreemd vermogen dat wordt gebruikt voor hun financiering worden opgenomen voor zover deze rente betrekking heeft op voorraden of bestellingen waarvan de productie of uitvoering meer dan één jaar bestrijkt en zij op de normale productieperiode van deze voorraden of de normale uitvoeringstermijn van deze bestellingen betrekking heeft.

In die mate waar ondernemingen hun bedrijfsactiviteiten hebben moeten opschorten, is activering van rente op vreemd vermogen op voorraden en bestellingen in uitvoering niet langer geoorloofd gedurende de afwijkende (verlengde) productieperiode.

1.2 Voorzieningen voor (niet-recurrente) risico’s en kosten (art. 3:11 en 3:32 KB 29.04.2019 / WVV)

Voorzieningen voor risico's en kosten moeten worden geboekt voor voorzienbare risico's, mogelijke verliezen en ontwaardingen, ontstaan tijdens het boekjaar waarop de jaarrekening betrekking heeft of tijdens voorgaande boekjaren, zelfs als deze risico's, verliezen of ontwaardingen slechts gekend zijn tussen de balansdatum en het ogenblik waarop de jaarrekening door het bestuursorgaan van de onderneming wordt opgesteld.

Enkele praktische voorbeelden:

  • De verplichtingen die mogelijks op de onderneming rusten over werkloosheid met bedrijfstoeslag
  • Ontslagvergoedingen
  • Contractuele schadevergoedingen ingeval laattijdige leveringen
  • Huurkosten voor winkels die gesloten worden

 

De voorzieningen voor risico's en kosten worden geïndividualiseerd naar gelang van de risico's en kosten met dezelfde aard die ze moeten dekken. De boeking van een algemene voorziening voor de COVID-19 pandemie is bijgevolg niet toegestaan.

Het is eveneens niet toegestaan om, bij gebrek aan objectieve beoordelingscriteria, de waardering van een voorzienbaar risico of een mogelijk verlies te boeken ten laste van de resultatenrekening. De wetgeving spreekt van een aleatoire waardering. In dat geval volstaat een melding in de toelichting, wanneer de betrokken bedragen belangrijk zijn.

1.3 Bestaande geboekte herwaarderingsmeerwaarden

Vanuit het voorzichtigheidsbeginsel moeten de eventueel bestaande herwaarderingsmeer-waarden op materiële vaste activa, deelnemingen en aandelen onder de financiële vaste activa voor jaarrekeningen vanaf afsluitdatum 31 maart 2020, bijzonder kritisch geëvalueerd worden. De handhaving van deze geboekte niet-gerealiseerde meerwaarden moet opnieuw getoetst worden aan de stringente wettelijke en normatieve regelgeving.

De herwaarderingsmeerwaarden moeten gerechtvaardigd zijn door een blijvende overeen-komstige productiviteit of rendabiliteit, op grond waarvan het betrokken materieel vast actief voldoende rentabiliteit dient te genereren die toelaat de hogere afschrijvingskost ingevolge de herwaardering te dragen. In ditzelfde perspectief wordt bepaald dat zo de betrokken activa onmisbaar zijn voor de voortzetting van het bedrijf van de onderneming, een meerwaarde slechts blijvend mag worden uitgedrukt zo zij steunt op de rentabiliteit van de ondernemingsactiviteit.

Als het bestuursorgaan zou beslissen om bepaalde materiële vaste activa die niet langer noodzakelijk zijn voor de continuïteit van de onderneming buiten gebruik te stellen, dan moet de geboekte herwaarderingsmeerwaarde op niet meer duurzaam tot de activiteit van de vennootschap bijdragende materiële vaste activa om deze reden uitgeboekt worden.

Wat de aandelen betreft die binnen de financiële vaste activa zijn geboekt, kan algemeen gesteld worden dat die rentabiliteit kan worden berekend door het financiële resultaat dat wordt behaald met het betrokken actief (zijnde de financiële opbrengsten) te relateren aan de boekwaarde van het financieel vast actief. Het bekomen resultaat dient een duurzaam karakter te hebben en aanvaardbaar te blijven in vergelijking met het resultaat dat bekomen wordt zonder rekening te houden met de effecten van de herwaardering.

Bij genoteerde aandelen geboekt als financieel vast actief zal de beurskoers een indicatie zijn maar dan moet deze beurskoers op vaststaande en duurzame wijze uitstijgen boven de boekwaarde van de aandelen.

Algemeen gesteld kan de marktwaarde van het geherwaardeerde actief nooit overschreden worden bij het boeken van een herwaarderingsmeerwaarde op het betrokken actief.

Deze periodische evaluaties dienen te gebeuren door het bestuursorgaan. Voorzichtigheid in deze onzekere tijden is hier de basisregel!

1.4 Immateriële vaste activa (art. 3:38 KB 29.04.2019/WVV)

Als de onderneming andere dan van derden verworven immateriële vaste activa op haar balans heeft dan moet het bestuursorgaan opnieuw een geactualiseerde inschatting maken van de gebruikswaarde of van het toekomstig rendement van deze activa. De boekhoudwetgeving schrijft immers voor dat dergelijke activa tegen vervaardigingsprijs op het actief geboekt worden voor zover die niet hoger is dan een voorzichtige raming van de gebruikswaarde of van het toekomstig rendement voor de onderneming.

1.5 (Niet-recurrente) afschrijvingen (art. 3:39 en 3:42 KB 29.04.2019/WVV)

Voor immateriële en materiële vaste activa met beperkte gebruiksduur wordt overgegaan tot aanvullende of niet-recurrente afschrijvingen wanneer, ingevolge hun technische ontwaarding of wegens de wijziging van economische of technologische omstandigheden, hun boekhoudkundige waarde hoger is dan hun gebruikswaarde voor de onderneming.

Deze niet-recurrente afschrijvingen, die in de toekomst niet langer verantwoord blijken, moeten worden teruggenomen ten belope van het surplus ten opzichte van de oorspronkelijk geplande afschrijvingen.

Niet-recurrente afschrijvingen dienen ook geboekt te worden voor eventueel buiten gebruik gestelde of niet meer duurzaam tot de activiteit van de onderneming bijdragende materiële vaste activa om rekening te houden met de waarschijnlijke realisatiewaarde ervan.

1.6 (Niet-recurrente) waardeverminderingen

Waardeverminderingen zijn correcties op de aanschaffingswaarde van de actiefbestanddelen, al dan niet met onbeperkte gebruiksduur, om rekening te houden met al dan niet als definitief aan te merken ontwaardingen of minderwaarden bij het afsluiten van het boekjaar. Binnen het kader van de ‘COVID-19-jaarrekening’ zijn volgende aanpassingen mogelijks aan de orde:

  • Op immateriële vaste activa met onbeperkte gebruiksduur (art. 3:39, §2 KB 29.04.2019 / WVV).
  • Op materiële vaste activa met onbeperkte gebruiksduur (art. 3:42, §2 KB2 9.04.2019 / WVV).
  • Op deelnemingen en aandelen die in de rubriek ‘Financiële vaste activa’ zijn opgenomen worden (niet-recurrente) waardeverminderingen geboekt in geval van duurzame minder-waarde of ontwaarding, verantwoord door de toestand, de rentabiliteit of de vooruitzichten van de onderneming waarin de deelnemingen of de aandelen worden aangehouden (art. 3:44, §2 KB 29.04.2019/WVV). Alle intercompany-verrichtingen en -saldi vragen een kritische analyse en evaluatie.

    Op de vorderingen, inclusief de vastrentende effecten, die in de rubriek ‘Financiële vaste activa’ zijn opgenomen, worden waardeverminderingen toegepast, zo er voor het geheel of een gedeelte van de vordering onzekerheid bestaat over de betaling hiervan op de vervaldag (art. 3:44, §2 , tweede lid KB 29.04.2019/WVV).
  • Op de vorderingen terugbetaalbaar op méér dan een jaar en op ten hoogste een jaar, zo er voor het geheel of een gedeelte van de vordering onzekerheid bestaat over de betaling hiervan op de vervaldag (art. 3:46 KB29.04.2019/WVV). Specifiek voor de waardeverminderingen op handelsvorderingen verwijzen we naar de circulaire 2020/C/45 van FOD Financiën dd. 20/03/2020 waarin bevestigd wordt dat de COVID-19-crisis kan worden beschouwd als een bijzondere omstandigheid die de vrijstelling van waardeverminderingen op handelsvorderingen rechtvaardigt.
  • Op geldbeleggingen en liquide middelen worden waardeverminderingen toegepast wanneer de realisatiewaarde op de datum van de jaarafsluiting lager is dan de aanschaffingswaarde. Aanvullende waardeverminderingen worden geboekt om rekening te houden hetzij met de evolutie van hun realisatie- of marktwaarde, hetzij met de risico's inherent aan de aard van de betrokken producten of van de gevoerde activiteit (art. 3:52 en 3:53 KB 29.04.2019/WVV). Kritische activa zijn de edele metalen en kunstwerken.

1.8 Bestellingen in uitvoering (art. 3:49 en 3:50 KB 29.04.2019/WVV)

Ten aanzien van de bestellingen in uitvoering worden waardeverminderingen toegepast, als hun vervaardigingsprijs vermeerderd met het geraamde bedrag van de nog te maken kosten, hoger is dan de in de overeenkomst bedongen prijs. Er worden aanvullende waardeverminderingen geboekt op de bestellingen in uitvoering, om rekening te houden hetzij met de evolutie van hun realisatie- of marktwaarde, hetzij met de risico's inherent aan de aard van de betrokken producten of van de gevoerde activiteit.

Voor de risico's en kosten verbonden aan de verdere uitvoering van deze bestellingen worden voorzieningen gevormd, voor zover deze risico's niet zijn gedekt door bovenvermelde waardeverminderingen.

1.9 Uitgestelde belastingen (art.3:54 KB 29.04.2019/WVV)

De in bovenstaande negatieve aanpassingen in de boekhouding en jaarrekening, evenals bepaalde fiscale steunmaatregelen als gevolg van de COVID-19 crisis hebben als gevolg dat de belastbare basis (aanzienlijk) lager zal zijn voor getroffen ondernemingen.

Het gepassiveerde bedrag van de uitgestelde belastingen mag in dit geval aangepast worden ingevolge deze gewijzigde fiscale toestand, voor zover het effectief bedrag van de geraamde uitgestelde belasting waarschijnlijk sterk zal verschillen van het bedrag op de passiefzijde van de balans.

1.10 Leasingcontracten op balans

Getroffen ondernemingen hebben vaak tijdelijke werkloosheid voor hun personeel ingeroepen of, al dan niet verplicht, ‘homeworking’ toegepast. Ondernemingen hebben met de leasinggever mogelijk afwijkende contractuele bepalingen afgesproken.

  • Betalingsuitstel zonder de looptijd van het leasingcontract te verlengen
  • Verlenging van de initiële looptijd van de contracten, met eenzelfde periodisch te betalen vergoeding

 

Naargelang de afspraken moet de boekhouding en jaarrekening als volgt aangepast worden:

  • Aanpassing kortlopende leasingschuld naar lange termijn
  • De afschrijvingstermijn van de leasingcontracten kan door een beslissing van het bestuursorgaan verlengd worden . Noteer dat het geen verplichting is om het actief in leasing af te schrijven over de duurtijd van het leasingcontract.

1.11 Schulden

Als de onderneming voor haar overheidsschulden, afbetalingsplannen of betalingsuitstel heeft genegotieerd dan zal de toelichting van de jaarrekening bij voorkeur aanvullende inlichtingen bevatten indien het materiële bedragen betreft. Wij verwijzen bovendien naar de wettelijke bepaling waarbij het bedrag van de vervallen schulden met betrekking tot belastingen en RSZ moet vermeld worden in de toelichting van de jaarrekening van het volledig schema:

  • VOL-kap 6.9 codes 9072 en 9076
  • VOL-inb 6.9 codes 9072 en 9076

 

Belastingschulden en RSZ-schulden waarvoor een betalingsuitstel werd verkregen worden beschouwd als vervallen schulden…

In het verkort- en microschema worden de vervallen schulden niet afzonderlijk vermeld!

Bijkomend aandachtspunt is de berekening en boeking van de verwijlinteresten. Hiervoor wordt verwezen naar CBN-advies 146/1 – ‘Belastingschulden – Sociale schulden – verwijlinteresten’.

1.12 Leningen

Vele ondernemingen hebben beroep gedaan op de wettelijke regeling tot betalingsuitstel voor hun kapitaalaflossingen.

Afhankelijk van de aangepaste contractuele voorwaarden dienen de grootboekrekeningen onder de (sub)rubrieken 17 en 42 in overeenstemming worden gebracht.

  • Betalingsuitstel kapitaalsaflossing met verlenging looptijd lening
  • Betalingsuitstel zonder verlenging looptijd lening (verhoogde aflossingen na uitstelperiode)

 

Auteur: Patrick Valckx, Partner

Neem contact met ons op