close
Share with your friends

Gedeeltelijke vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing

Gedeeltelijke vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorhef

Gang stenen gebouw

Recent werden tal van steunmaatregelen die de heropstart van de economie moeten faciliteren, goedgekeurd. Een van die steunmaatregelen was de invoering van een nieuwe vrijstelling voor de doorstorting van bedrijfsvoorheffing. De maatregel zou werkgevers moeten stimuleren om hun werknemers niet langer tijdelijk werkloos te stellen en is in werking getreden op 23 juli 2020.

1. Achterliggende reden

Werkgevers zijn verplicht om bedrijfsvoorheffing af te houden van het loon van hun werknemers en deze door te storten naar de overheid. De bedrijfsvoorheffing is een voorschot op de jaarlijkse inkomstenbelasting die de werknemer moet betalen. De impact van de huidige COVID-19-crisis is ongezien en alomtegenwoordig. Om de tewerkstelling te ondersteunen en ondernemingen aan te zetten om werknemers terug uit de tijdelijke werkloosheid te halen, wenste de werkgever de loonkost voor de maanden juni, juli en augustus 2020 te verminderen. Hierdoor zou de werkgever meer financiële armslag moeten krijgen.

2. Begunstigde werkgevers

Werkgevers die gedurende een ononderbroken periode van minstens 30 kalenderdagen tussen 12 maart en 31 mei 2020 (beide dagen, wettelijke feestdagen en weekenddagen inbegrepen) gebruik hebben gemaakt van het stelsel van tijdelijke werkloosheid, kunnen gebruik maken van deze maatregel. Het bereiken van deze periode van 30 opeenvolgende dagen wordt op ondernemingsniveau bekeken. Het is dus voldoende dat binnen de onderneming gedurende die 30 dagen telkens minstens 1 werknemer tijdelijk werkloos was. Dit hoeft niet elke dag dezelfde werknemer te zijn.

De maatregel wil enkel die ondernemingen met financiële moeilijkheden viseren. Daardoor wordt elke vennootschap die in de periode van 12 maart 2020 tot 31 december 2020 een inkoop van eigen aandelen deed, een kapitaalvermindering verrichtte of dividenden betaalde of toekende, van deze maatregel uitgesloten. Ook vennootschappen die een deelneming aanhouden in een vennootschap die gevestigd is in een belastingparadijs of die voor een totaalbedrag van ten minste EUR 100.000 betalingen aan deze vennootschappen verrichten, worden uitgesloten van deze maatregel.

3. Vrijgestelde bedrijfsvoorheffing

Het gedeelte van de bedrijfsvoorheffing dat niet doorgestort moeten worden, wordt berekend aan de hand van een vergelijking met de totale kost aan bedrijfsvoorheffing van een referentieperiode, de maand mei 2020. De totale kost aan bedrijfsvoorheffing omvat het volgende: de daadwerklelijke verschuldigde bedrijfsvoorheffing uit hoofde van de vastgestelde belastbare bezoldigingen van de werknemers met uitsluiting van het vakantiegeld, de eindejaarspremie en de achtergestelde bezoldigingen. Opzegvergoedingen komen bijgevolg niet in aanmerking voor de toepassing van de maatregel. Wat het vakantiegeld betreft, wordt enkel het dubbel vakantiegeld bedoeld.

De vrijstelling is gelijk aan 50% van het verschil tussen enerzijds de totale kost aan bedrijfsvoorheffing voor de maand mei 2020 en anderzijds de totale kost aan bedrijfsvoorheffing voor elk van de maanden juni, juli en augustus 2020.

 

Voorbeeld 1 Voorbeeld 2
BV mei 2020: EUR 1000 BV mei 2020: EUR 3.000
BV juni 2020: EUR 1.500 BV augustus 2020: EUR 4.500
Vrijstelling voor de maand juni: Vrijstelling voor de maand augustus:
1.500 - 1.000 = 500 x 50% = EUR 250 4.500 - 3.000 = 1.500 x 50% = EUR 750

 

De totale vrijstelling van doorstorting ingevolge deze maatregel mag, over de drie beoogde maanden samen, nooit meer bedragen dan EUR 20 miljoen.

De vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing wordt berekend op de massa verschuldigde bedrijfsvoorheffing die overblijft na de toepassing van alle andere vrijstellingen (vb. vrijstelling voor startende ondernemingen, vrijstelling voor nachtarbeid, …) inzake niet doorstorting bedrijfsvoorheffing. Wanneer de bedrijfsvoorheffing na toepassing van alle andere maatregelen onvoldoende is om het bedrag in mindering te brengen, kan het saldo worden overgedragen naar elk van de volgende periodes waarvoor bedrijfsvoorheffing verschuldigd is en daar in mindering worden gebracht. De overdracht is enkel mogelijk binnen hetzelfde kalenderjaar.

4. Formaliteiten

 Werkgevers die gebruik wensen te maken van deze vrijstelling moeten twee aangiftes in de bedrijfsvoorheffing overleggen. De eerste aangifte moet enerzijds de door de werkgever betaalde of toegekende belastbare bezoldigingen bevatten en anderzijds de ingehouden bedrijfsvoorheffing. De tweede aangifte heeft uitsluitend betrekking op de bezoldigingen waarvoor een deel of het geheel kan worden vrijgesteld van bedrijfsvoorheffing.

De werkgevers die van de vrijstelling gebruik wensen te maken moeten bovendien de nodige gegevens en stukken ter beschikking houden van de administratie.

Conclusie

Deze maatregel kan dus een aanzienlijke loonkostenbesparing betekenen, mits vervulling van een aantal (administratieve) voorwaarden.

Denkt u hierop recht te hebben, aarzel dan niet om ons te contacteren. Onze specialisten helpen u graag verder indien u bijkomend advies wenst.

Neem contact met ons op