close
Share with your friends
Business woman

Vrijstelling sociaal passief

Vrijstelling sociaal passief

Als een onderneming met een omvangrijk en loyaal personeelsbestand de belastingvrijstelling voor sociaal passief toepast, kan dat al snel een aanzienlijke, tijdelijke belastingbesparing opleveren. Dit kan de liquiditeitspositie positief beïnvloeden. Als men dit stelsel bijvoorbeeld vijf jaar toepast, kan de tijdelijke besparing oplopen tot 1.267 EUR per werknemer. In tijden waarin cash management steeds belangrijker wordt, verdient deze vrijstelling dan ook extra aandacht.

Door de invoering van het eenheidsstatuut voor arbeiders en bedienden werden in 2014 de opzegtermijnen voor arbeiders en bedienden geharmoniseerd. Dat kan leiden tot een aanzienlijke verhoging van ontslagkosten. Om deze financiële impact te beperken, heeft de wetgever voor een begeleidende fiscale compensatiemaatregel gezorgd, namelijk de vrijstelling sociaal passief. Deze regeling houdt in dat werkgevers jaarlijks onder bepaalde voorwaarden en binnen bepaalde grenzen bezoldigingen fiscaal in mindering kunnen brengen van het belastbaar resultaat.

De regeling ging van kracht op 1 januari 2014. De gevolgen zijn echter pas sinds 1 januari 2019 duidelijk, aangezien werknemers vijf jaar in dienst moeten zijn onder het eenheidsstatuut alvorens de vrijstelling geldt. Vanaf boekjaar 2019 kan de vrijstelling dus voor een jaarlijkse belastingvoordeel zorgen. Dat kan de liquiditeitspositie van de onderneming optimaliseren.

Eind 2019 publiceerde de Administratie over deze vrijstelling een verduidelijkende circulaire. Wij geven een toelichting.

1. Toepassingsgebied

De vrijstelling sociaal passief geldt voor zowel vennootschappen als zelfstandigen. Zij kunnen de regeling toepassen op al hun werknemers ongeacht hun statuut (arbeider of bediende) of arbeidsregeling (voltijds, halftijds, etc.). De vrijstelling geldt enkel onder de voorwaarde dat de werknemers ononderbroken en gedurende minimaal vijf jaren in dienst zijn bij de onderneming sinds de invoering van het eenheidsstatuut (01/01/2014) en dat zij onderworpen zijn aan het Belgische sociale zekerheidsrecht.

Bedrijfsleiders die een bezoldiging ontvangen en tewerkgesteld zijn als een werknemer in het kader van een arbeidscontract komen ook in aanmerking voor de vrijstelling. Meewerkende echtgenoten met bezoldigingen vallen daarentegen niet binnen het toepassingsgebied.

2. Bedrag van de vrijstelling

In principe is het vrij te stellen bedrag vanaf het zesde dienstjaar van de werknemer onder het eenheidsstatuut gelijk aan drie weken bezoldiging. Vanaf het eenentwintigste dienstjaar zal dit worden herleid naar 1 week bezoldiging.

Om deze bezoldiging te berekenen vertrekt men van de gemiddelde maandelijkse brutobezoldiging (inclusief sociale bijdragen) die de werknemer tijdens het belastbaar tijdperk heeft verkregen vanaf het moment dat de anciënniteitsvoorwaarde van vijf jaar is bereikt. Bepaalde bezoldigingselementen zijn uitgesloten van de referentiebezoldiging (vakantiegelden, dertiende maand, etc.). Overuren, ploegenpremies, voordelen van alle aard, etc. behoren daarentegen wel tot de referentiebezoldiging. Er werd wel een loonplafond voorzien van 1 830 EUR.

De wekelijkse bezoldiging berekent men vervolgens door de gemiddelde maandbezoldiging, beperkt tot 1 830 EUR, te vermenigvuldigen met 3/13.

Tot slot heeft de regering om budgettaire redenen besloten dat het vrij te stellen bedrag gespreid moet worden over een termijn van vijf jaar.

Persoon A is op 4 mei 2012 in dienst getreden en ontvangt in boekjaar 2019 een gemiddelde bruto-maandelijkse referentiebezoldiging van 1 700 EUR. De eerste schijf van 1 500 EUR mag voor 100% in aanmerking genomen worden voor de berekening van de vrijstelling sociaal passief, de overige 200 EUR slechts voor 30% (i.e. EUR 1 830). De totaal in aanmerking te nemen maandelijkse bezoldiging voor de berekening van het sociaal passief met betrekking tot aanslagjaar 2020 voor persoon A bedraagt dan 1 560 EUR.

Aangezien persoon A vijf jaar anciënniteit bezit in aanslagjaar 2020, bedraagt de vrijstelling in hoofde van deze werknemer voor aanslagjaar 2020, 1 080 EUR (drie weekbezoldigingen). Deze vrijstelling moet gespreid worden over vijf jaar waardoor er in de komende vijf aanslagjaren telkens 216 EUR mag worden vrijgesteld.

Bij het sociaal secretariaat kunnen de nodige gegevens worden opgevraagd voor de bepaling van het vrij te stellen bedrag.

3. Aanrekening en terugname van de vrijstelling

Voor vennootschappen wordt het vrijgestelde bedrag samen met de andere ‘niet-belastbare bestanddelen’ afgetrokken van de belastbare basis (derde bewerking – code 1607). Gelet op het loonplafond en de spreiding over vijf jaar, zal de vrijstelling sociaal passief in het eerste aanslagjaar maximaal EUR 253 per werknemer bedragen. Deze vrijstelling zal vervolgens jaarlijks toenemen en zal vanaf het vijfde aanslagjaar jaarlijks EUR 1 267 per werknemer kunnen bedragen, mits er geen aanpassing gebeurt van het loonplafond).

De vrijstelling kan enkel worden toegepast indien de vennootschap over een positief belastbaar resultaat beschikt. De vrijstelling is niet overdraagbaar. Als het belastbaar resultaat beperkt of negatief is, gaat het niet-gebruikte bedrag van de vrijstelling definitief verloren. Indien in een dergelijke situatie de vrijstelling sociaal passief voor verscheidene werknemers wordt toegepast, moet het beperkt aangewende bedrag van de vrijstelling evenredig worden verdeeld over alle werknemers die voor het betrokken jaar in aanmerking komen.

De vrijstelling sociaal passief is een voorlopige vrijstelling. Wanneer de betrokken werknemer het bedrijf verlaat, dient de onderneming het totale bedrag dat aan sociaal passief voor die werknemer werd vrijgesteld, op te nemen in het belastbaar resultaat van het belastbaar tijdperk waarin de tewerkstelling eindigt. Dit gebeurt via de verworpen uitgaven in de code 1218 ‘terugnemingen van vroegere vrijstellingen’.

De terugname moet worden toegepast ongeacht de reden waarom de werknemer de onderneming verlaat (pensionering, ontslag, vrijwillig vertrek, overlijden, stopzetting van de activiteit, …) en ongeacht of er een opzeggingsvergoeding is betaald of niet. Eventuele ontslagkosten zullen in dat belastbaar tijdperk uiteraard ook in mindering worden gebracht van het resultaat.

4. Formaliteiten

Er zijn geen boekhoudkundige verplichten om de vrijstelling te mogen toepassen. Er moet dus geen voorziening of belastingvrije reserve worden geboekt. 

De werkgever moet wel jaarlijks een lijst opstellen van de tewerkgestelde werknemers waarvoor de vrijstelling wordt toegepast. De lijst hoort men jaarlijks in te dienen via de fiche 281.78 op Belcotax-on-web. 

De fiches 281.78 moeten uiterlijk worden ingediend tegen de uiterste indieningsdatum (eventueel toegestaan uitstel inbegrepen) van de corresponderende aangifte in de inkomstenbelasting. Dus voor vennootschappen met afsluitdatum per 31 december 2019 betekent dit dat zij nog tot het moment van het indienen van hun aangifte vennootschapsbelasting kunnen beslissen om voor 2019 van deze vrijstelling gebruik te maken.

Voor vennootschappen die niet per kalenderjaar boekhouden is 30 maart van het daaropvolgende jaar de uiterste datum. 

5. Conclusie

Door de vrijstelling sociaal passief kan een onderneming met een omvangrijk en loyaal personeelsbestand een tijdelijke belastingbesparing realiseren. Zo kan ze op een efficiënte manier haar liquiditeitspositie positief te beïnvloeden.

De keerzijde van de maatregel is de administratieve opvolging per werknemer. Die opvolging dient jaarlijks te gebeuren om de vrijstelling correct te berekenen. KPMG kan u daarbij de nodige administratieve ondersteuning bieden.

Tot slot merken we op dat er een financiële enveloppe voor de maatregel voorzien werd[1]. Die wordt jaarlijks geëvalueerd. Dat betekent dat de berekening van de maatregel kan worden aangepast. De toekomstige omvang van de vrijstelling ligt dus nog niet vast.

Onze specialisten helpen u graag verder als u bijkomend advies of hulp wenst.

[1] De jaarlijkse begrotingskost van de maatregel was oorspronkelijk voor 2019 geplafonneerd op 250 miljoen EUR). Ingevolge de spreiding van de vrijstelling over vijf jaar, werd dit plafond voor 2019 verlaagd naar 50 miljoen EUR. Dit plafond neemt jaarlijks gradueel toe tot 250 miljoen EUR vanaf 2023. Vanaf 2020 worden deze plafonds geïndexeerd

Neem contact met ons op