close
Share with your friends
kpmg light purple abstract texture background

Extra maatregelen: de “carry back” van verliezen 2020

Extra maatregelen: de “carry back” van verliezen 2020

De regering heeft een nieuw wetsontwerp ingediend met extra maatregelen om de economische gevolgen van de coronacrisis voor ondernemingen te temperen. In tegenstelling tot de vorige reeks maatregelen ligt de nadruk niet enkel op liquiditeit, maar ook op solvabiliteit. Op 9 juni gaf de Kamercommissie Financiën alvast groen licht voor de zogenaamde “carry back-regeling” waarna het Parlement deze goedkeurde op 18 juni jl. De goedgekeurde tekst kan u hier vinden. De stemming over de wederopbouwreserve laat nog even op zich wachten.

Wij lichten de verschillende voorgestelde maatregelen toe in onderstaande tekst. De maatregelen kunnen een impact hebben op de te betalen belastingen over het vorige boekjaar en zijn daarom een belangrijk aandachtspunt bij de jaarafsluitingen. 

Carry back voor verliezen

Als gevolg van de COVID-19-pandemie voorziet de regering voor vennootschappen (en zelfstandigen) een fiscale vrijstelling om de solvabiliteit en het eigen vermogen te versterken.

Vennootschappen die onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting kunnen aanspraak maken op een tijdelijke vrijstelling van de vennootschapsbelasting voor het geheel of een deel van het resultaat van het belastbare tijdperk dat overeenstemt met de boekjaren die worden afgesloten in de periode van 13 maart 2019 tot 12 maart 2020. Dat vrijgestelde bedrag kan worden aangesproken om de verliezen van 2020 op te vangen.

Vennootschappen krijgen zo de mogelijkheid om het geschatte verlies van inkomstenjaar 2020 toe te rekenen aan de belastbare inkomsten van het voorbije inkomstenjaar. De maatregel heeft als doel ondernemingen minder zwaar te belasten over het voorbije inkomstenjaar. Daarnaast kunnen ondernemingen hun teveel gedane voorafbetalingen, al dan niet gedeeltelijk, recupereren. Deze maatregel heeft dus een onmiddellijke liquiditeitsimpact op de vennootschappen die in de huidige omstandigheden tijdelijke verliezen verwachten. Let wel, deze maatregel is steeds een keuze, geen verplichting.

Fiscaaltechnisch kan een onderneming haar belastbare winst van het vorige boekjaar tijdelijk vrijstellen van belasting. Door het aanleggen van een vrijgestelde reserve kan de onderneming het belastbaar resultaat in haar fiscale aangifte reduceren. Dat initieel vrijgestelde bedrag zal vervolgens gedurende het huidige belastbare tijdperk volledig worden opgenomen in de belastbare basis. De verliezen van het huidige boekjaar worden op die manier gecompenseerd met de winst van het vorige boekjaar – dit is het zogenaamde “carry back”-systeem van de verliezen (achterwaartse verliesverrekening).

Deze tijdelijke vrijstelling kan nooit hoger kan zijn dan de belastbare winst van het vorige inkomstenjaar en wordt beperkt door een dubbel plafond. Enerzijds houdt men rekening met de verliezen die de onderneming realiseert in het huidige inkomstenjaar. Daarbij is er een tolerantie van 10% is voorzien. Anderzijds geldt er een absoluut maximum van € 20 miljoen.

Daarbij is het cruciaal dat het verwachte verlies voor dit inkomstenjaar zo correct mogelijk wordt ingeschat. De schatting moet zo dicht mogelijk bij het uiteindelijke werkelijke verlies liggen. Daarbij voorziet men een maximale tolerantie van 10%. Indien later blijkt dat het vrijgestelde bedrag meer dan 10% hoger ligt dan het effectief geleden verlies, wordt het overschrijdingsverschil belast. Er wordt dan een nieuwe afzonderlijke aanslag voorzien tegen een aparte tariefschaal tot 40%, afhankelijk van het uiteindelijke verschil.

Merk daarenboven op dat voor boekjaar 2019 het belastingtarief nog 29,58% bedraagt, terwijl vanaf boekjaar 2020 een tarief van 25% van toepassing is. Om die tariefdaling te compenseren, wordt de belastbare grondslag voor 2020 verhoogd met 18,32% van de aangelegde reserve.

Ter illustratie

Stel dat een vennootschap (boekjaar eindigend per 31 december) in 2019 een positief belastbaar resultaat van € 500.000 heeft gerealiseerd. Gedurende het boekjaar 2020 raamt de vennootschap echter dat zij een verlies zal lijden van € 100.000. Het geschatte verlies ligt lager dan de geplafonneerde bedragen, waardoor een vrijgestelde reserve ter waarde van € 100.000 in de aangifte vennootschapsbelasting voor inkomstenjaar 2019 kan worden opgenomen. Bijgevolg wordt de vennootschap voor inkomstenjaar 2019 slechts belast op € 400.000.

Uiteindelijk is het werkelijk geleden verlies (resultaat van het belastbaar tijdperk excl. terugname – 1ste bewerking) in 2020 gelijk aan € 130.000. Door terugname van de reserve, incl. de verhoging van 18,32%, bedraagt het verlies voor boekjaar 2020 uiteindelijk nog € 11.680 (= 130.000 – 100.000 – 18.320). Geen sanctie is van toepassing omdat het opgelopen verlies hoger is dan de aangelegde reserve.

Voor de personenbelasting bestaat er een vergelijkbare regeling. Daarbij treden wij voorlopig niet verder in detail. Als u hierover meer informatie wenst, helpen wij u uiteraard graag verder. 

Wederopbouwreserve

Een tweede maatregel om het verloren eigen vermogen terug op te bouwen, is het voorstel omtrent de “wederopbouwreserve”. De Kamercommissie Financiën keurde deze maatregel echter nog niet goed.

Deze wederopbouwreserve zou toelaten om toekomstige winsten, vanaf aanslagjaar 2022, fiscaal gunstig te behouden door deze tijdelijk vrij te stellen. Op die manier kan een vennootschap, mits ze haar eigen vermogen en tewerkstelling op peil houdt, zo snel mogelijk terug over een gelijkaardig eigen vermogen beschikken als voor het COVID-19-tijdperk. Zoals het woord het zegt, zullen vennootschappen de komende drie jaar, na inkomstenjaar 2020, een deel van hun winst kunnen toewijzen aan een vrijgesteld 'reservefonds voor de heropbouw van het eigen vermogen'.

Dat reservefonds moet worden gevormd als een vrijgestelde reserve die beperkt is tot het bedrijfsverlies van het boekjaar op de afsluitdatum van het boekjaar in 2020, met als maximum 20 miljoen euro.

Verder is de vrijstelling van de wederopbouwreserve onderhevig aan de onaantastbaarheidsvoorwaarde. Dat betekent concreet dat de reserve op een afzonderlijke passiefrekening geboekt moet worden en behouden moet blijven. Bij een latere (gedeeltelijke) aantasting van de reserve zal deze alsnog belastbaar worden.

Het is ook belangrijk om te weten dat de opgebouwde reserve eveneens gekoppeld wordt aan de tewerkstelling binnen de onderneming. De loonkosten moeten voor het inkomstenjaar 2020 en de drie volgende jaren gelijk zijn aan ten minste 85 % van de in 2019 betaalde loonkosten. Indien dit niet het geval is, wordt een pro ratadeel van het reservefonds belastbaar.

Uitsluitingsgronden voor beide maatregelen

Beide maatregelen gaan gepaard met een aantal voorwaarden. Zo geldt er een uitsluiting voor vennootschappen die (i) dividenduitkeringen, (ii) kapitaalverminderingen of (iii) een inkoop eigen aandelen doorvoerden tussen 12 maart 2020 en het indienen van de aangifte voor boekjaar 2020.

Verder zullen ook vennootschappen die een deelneming aanhouden in een vennootschap gevestigd in een belastingparadijs of betalingen aan deze vennootschappen verrichten, zonder economische substantie, niet kunnen genieten van de gunstmaatregelen.

Conclusie

Als uw vennootschap verliezen verwacht door de huidige crisis en als er een belastbare basis is voor het vorige belastbare tijdperk, raden wij u aan om de impact van deze maatregelen grondig te bekijken. Het kan immers een gunstig effect hebben op de cashpositie van uw vennootschap. Zorg er dus voor dat uw onderneming maximaal kan genieten van deze bijzondere maatregelen.

Aarzel niet om ons te contacteren als u nog verdere vragen heeft.

Neem contact met ons op