close
Share with your friends

Einde voor de gemeentebelasting op tweede verblijven?

Einde voor de gemeentebelasting op tweede verblijven?

Lighthouse

De gemeentebelasting op tweede verblijven gelegen in de gemeenten De Panne, Knokke-Heist en Koksijde is reeds meerdere jaren het voorwerp van discussie. Recente arresten van het Hof van Beroep en het Hof van Cassatie lijken nu het geschil definitief te beslechten: gemeenten die geen belasting opleggen aan de eigen inwoners doch wel aan de eigenaars van een tweede verblijf schenden zonder redelijke verantwoording het gelijkheidsbeginsel.

Onze kustgemeenten doen ontegensprekelijk belangrijke inspanningen om het openbaar domein te verfraaien teneinde hun badplaats zo aantrekkelijk en veilig mogelijk te maken.

Er moet worden aangenomen dat de uitgaven die een gemeente maakt voor haar openbare dienstverlening, zoals de kosten voor groenaanplantingen, de zorg voor veiligheid, de zorg voor de openbare ruimte, infrastructuurwerken, etc. ten goede komen aan allen die zich op het grondgebied van de gemeente bevinden, met andere woorden zowel aan hen die hun woonplaats hebben in de gemeente (de inwoners) als aan hen die er een tweede verblijf hebben.

In deze optiek eist het (in België grondwettelijk gewaarborgde) gelijkheidsbeginsel dan ook dat een belasting die tot doel heeft dergelijke kosten te verhalen, zowel gevestigd worden in hoofde van hen die er hun vaste woonplaats hebben, als in hoofde van hen die er een tweede verblijf hebben.

De gemeentebelasting op tweede verblijven wordt dan ook doorgaans gebruikt als een soort compenserende belasting ten aanzien van de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting die door de eigen inwoners van een gemeente wordt betaald.

Als er door een gemeente echter geen aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting wordt gevestigd doch wel een belasting op tweede verblijven, zoals dat het geval is in de gemeenten De Panne, Knokke-Heist en Koksijde, dan leidt dit tot problemen.

De gemeentelijke belastingreglementen van de kustgemeenten De Panne, Knokke-Heist en Koksijde zijn reeds jarenlang het voorwerp van discussie.

Ook nadat het Hof van Cassatie[1] in het verleden reeds uitdrukkelijk had geoordeeld dat er geen redelijke verantwoording voorhanden is om voormelde kosten uitsluitend ten laste van de tweedeverblijvers te leggen, riepen deze kustgemeenten keer op keer nieuwe argumenten in om het onderscheid in behandeling te verantwoorden (o.a. bescherming residentieel wonen, vrijwaring sociale cohesie, prijsdruk op de woningmarkt, forfaitaire weeldebelasting, vermijden van de belasting op leegstand, extra kosten inzake veiligheid en milieu, extra huisvuilophalingen, organisatie culturele, sportieve en toeristische evenementen en activiteiten, extra personeelskosten, …).

In meerdere uitspraken heeft het Hof van Beroep te Gent recent de door de gemeente ingeroepen argumenten één voor één van tafel geveegd.[2]

Het Hof van Beroep te Gent is van oordeel dat elke verblijfplaats aanleiding geeft tot ongeveer dezelfde kost aan gemeentelijke en veiligheidsvoorzieningen. Ook de andere ingeroepen argumenten verantwoorden het gemaakte onderscheid niet volgens het Hof. Deze gemeentebelastingen op tweede verblijven zijn, voor wat betreft deze kustgemeenten, in strijd met het gelijkheidsbeginsel.

De jarenlange discussie lijkt aldus beslecht. Niettemin lijken voormelde kustgemeenten zich weinig aan te trekken van deze recente rechtspraak. Nochtans zullen de eigenaars van een tweede verblijf met een grote kans op slagen de gemeentebelasting op tweede verblijven in de kuststeden De Panne, Knokke-Heist en Koksijde kunnen aanvechten.

[1] Cass. 17 mei 2018, F.17.0032.N, LBR 2018.3 en Cass. 3 september 2015, F.13.0125.N en F.13.0142.N, TFR 2016, afl. 498, 296.

[2] Gent 9 april 2019, 2018/AR/137 (Koksijde), onuitgeg; Gent 1 oktober 2019, 2018/AR/1311 (Koksijde), onuitgeg; Gent 22 oktober 2019, 2018/AR/1192 (Koksijde), onuitgeg; Gent 3 december 2019, 2019/AR/23 (De Panne), onuitgeg; Gent 3 december 2019, 2018/AR/1990 (Knokke-Heist), onuitgeg; Gent 3 december 2019, 2018/AR/1514 (Koksijde), onuitgeg; Gent 18 februari 2020, 2019/AR/478 (Koksijde), onuitgeg.

Neem contact met ons op