close
Share with your friends
reviewing tax form

Dankzij tolerantie geen afronding voor btw

Dankzij tolerantie geen afronding voor btw

Ingevolge een wijziging van het Wetboek van Economisch Recht hebben ondernemingen sinds 1 december 2019, naargelang het geval, de verplichting (bij cashbetalingen) dan wel de mogelijkheid het totaal te betalen bedrag af te ronden op het dichtstbijzijnde veelvoud van 5 eurocent. Gelet op de complexe administratieve gevolgen op het vlak van btw, stelt de fiscus zich tolerant op. Twee circulaires verduidelijken de impact van deze regeling op het vlak van btw. De algemene gevolgen inzake btw worden toegelicht in Circulaire nr. 2019/C/123. De specifieke gevolgen voor het geregistreerde kassasysteem (‘GKS’) maken het voorwerp uit van Circulaire nr. 2019/C/124 (zie www.monkey.be)

Zonder tolerantie

De regeling inzake afronding houdt concreet in dat wanneer het te betalen totaalbedrag eindigt op 1,2,6 of 7 eurocent, dit wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 5 cent. Als het te betalen totaalbedrag daarentegen eindigt op 3,4,8 of 9 eurocent, wordt het totaalbedrag naar het dichtstbijzijnde hogere veelvoud van 5 cent afgerond (art. VI.7/2, §1 WER).

Volgens artikel 26 WBTW moet de verschuldigde btw worden berekend over alles wat de leverancier of dienstverrichter als tegenprestatie verkrijgt of moet verkrijgen van de afnemer of een derde (inclusief prijssubsidies). Indien de onderneming gehouden is het te betalen totaalbedrag geheel of gedeeltelijk af te ronden of daarvoor opteert en dit bedrag effectief geheel of gedeeltelijk wordt afgerond, moet de btw in principe worden geheven in functie van de werkelijk van de klant gevorderde prijs, namelijk de afgeronde prijs.

Deze oplossing leidt echter tot relatief complexe berekeningen wanneer het aan de kassa betaalde bedrag betrekking heeft op prestaties die onderworpen zijn aan verschillende btw-tarieven. Om de correcte verschuldigde btw te bepalen, zou in dit geval immers toepassing moeten worden gemaakt van 'de regel van drie'.

Praktijkvoorbeeld

Een particulier koopt op 1 december 2019 in een winkel een totaalpakket van goederen tegen €63,92 waarop twee verschillende btw-tarieven van toepassing zijn (6% en 21%):

  • het goederenpakket A tegen een prijs van €23,81 (= €22,46 maatstaf + €1,35 btw [6%])
  • het goederenpakket B tegen een prijs van €40,11 (= €33,15 maatstaf + €6,96 btw [21%])

 

De winkel moet de afronding toepassen of kiest hiervoor. Het totaalbedrag van €63,92 wordt bijgevolg afgerond naar €63,90.

De toepassing van de btw-regels vereist dat de belasting wordt geheven over de werkelijk van de klant ontvangen prijs, wat als gevolg heeft dat het afrondingsverschil van €0,02 (= €63,92 – €63,90) over de diverse goederenpakketten dient te worden omgeslagen op basis van 'de regel van drie':

  • verhouding goederenpakket A = prijs goederenpakket A (€23,81) / totaalbedrag (€63,92) = 0,3725 ofwel 37,25%
  • verhouding goederenpakket B = prijs goederenpakket B (€40,11) / totaalbedrag (€63,92) = 0,6275 ofwel 62,75%

 

Deze verhoudingen moeten vervolgens worden omgeslagen op de 2 eurocent:

  • 37,25% van €0,02 = €0,00745 van de afronding heeft betrekking op het goederenpakket A aan 6%
  • 62,75% van €0,02 = €0,01255 van de afronding heeft betrekking op het goederenpakket B aan 21%

 

Bijgevolg bedragen de maatstaf van heffing en de verschuldigde btw na afronding:

  • Voor goederenpakket A: €23,81 - €0,00745 = €23,80255 ≈ €23,80 totaal / 1,06 = €22,45 MvH * 0,06 = €1,35 btw
  • Voor goederenpakket B: €40,11 - €0,01255 = €40,09745 ≈ €40,10 totaal / 1,21 = €33,14 MvH * 0,21 = €6,96 btw

2. What measures have been taken by the regional authorities?

  • Measures taken by the Flemish government
  • Measures taken by the Walloon government
  • Measures taken by the Brussels government

Met tolerantie

De btw-administratie stelt terecht in haar Circulaire nr. 2019/C/123 dat gelet op het zeer kleine bedrag van de afrondingen, hun verdeling op bovenstaande manier een onevenredige administratieve last met zich kan meebrengen. De btw-administratie staat daarom toe dat de btw wordt berekend op het totaal te betalen bedrag per btw-tariefgroep, voorafgaand aan de afronding. Volledig nieuw is deze tolerantie niet, gezien zij al werd geïntroduceerd in 2016 toen de afronding op 5 cent facultatief mogelijk werd. Aan de toepassing van de tolerantie is wel de strikte voorwaarde gekoppeld dat de onderneming die gebruik maakt van de vereenvoudingsmaatregel dit systematisch doet voor alle te betalen bedragen die afgerond zijn, hetzij naar boven, hetzij naar beneden. De keuze is bovendien definitief. De maatstaf van heffing voor afronding en de verschuldigde btw per tariefgroep worden opgenomen in de periodieke btw-aangifte.

Kortom, hoewel de klant de afgeronde prijs betaalt, gaat men bij toepassing van de tolerantie voorbij aan de principes inzake het bepalen van de maatstaf van heffing en wordt er btw geheven over de niet-afgeronde prijs.

De wetgeving inzake economisch recht roept echter nog een bijkomende complexiteit in het leven, gezien zij vereist dat de onderneming die de afronding toepast, uitdrukkelijk de toegepaste afronding moet aangeven op elk document waarop het te betalen totaalbedrag vermeld staat. Dit betekent in praktijk dat zowel de prijs vóór afronding als de werkelijk betaalde prijs na afronding beiden moeten worden vermeld op allerlei btw-documenten zoals facturen, kassatickets, GKS-kastickets en btw-bonnetjes.

Impact

Dankzij de toepassing van de administratieve tolerantie kunnen vele btw-belastingplichtigen de verzwarende administratieve dans ontspringen die de nieuwe afrondingsregels met zich zouden brengen voor de correcte berekening van de verschuldigde btw. Wel dienen belastingplichtigen erover te waken dat de door hen uitgereikte facturen en/of andere btw-documenten de vereiste melding maken van zowel de prijs vóór afronding als de werkelijk betaalde prijs (na afronding), overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van Economisch Recht.

Naast de belastingplichtigen die gehouden zijn of ervoor opteren om bepaalde btw-documenten uit te reiken, zijn het vooral de producenten van geregistreerde kassasystemen en de erkende drukkers van btw-bonnetjes die geïmpacteerd worden door de nieuwe regelgeving. Zij moeten immers sinds 1 december 2019 respectievelijk het model van het kasticket van de geregistreerde kassasystemen en het model van het btw-bonnetje aanpassen om aan de vereisten op het vlak van vermelding van de bedragen te beantwoorden. Oude btw-bonnenboekjes in circulatie mogen wel verder gebruikt worden, maar het niet-afgeronde bedrag moet samen met het afgeronde bedrag worden aangebracht op de rekening of het ontvangstbewijs, ook al is daarvoor geen afzonderlijk vakje voorzien. De specifieke gevolgen van de afrondingsregels voor het geregistreerd kassasysteem worden verduidelijkt in circulaire nr. 2019/C/124.

Neem contact met ons op