close
Share with your friends

CBN schept meer duidelijkheid over inbrengen in nijverheid

CBN schept duidelijkheid over inbrengen in nijverheid

business writing

De Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN) heeft op 10 maart een nieuwe versie gepubliceerd van haar ontwerpadvies over de boekhoudkundige verwerking van inbrengen in nijverheid. Het nieuwe vennootschapsrecht heeft dit soort inbrengen immers mogelijk gemaakt voor besloten en coöperatieve vennootschappen (BV’s en CV’s). In deze nieuwe versie van haar oorspronkelijk advies van 4 september 2019 lijkt de CBN haar initieel standpunt te bevestigen, maar toch enigszins te verfijnen.

De manier waarop inbrengen in nijverheid boekhoudkundig worden verwerkt heeft ook op fiscaal vlak een grote impact. Het bepaalt of in hoofde van de ontvangende vennootschap al dan niet sprake zal zijn van een belastbare vermogensaangroei. 

Eerste versie ontwerpadvies CBN: bestuursorgaan beslist

In de eerste versie van haar advies stelde de commissie dat een inbreng in nijverheid in principe niet als een eigenvermogensbestanddeel (onder rubriek 11: inbreng buiten kapitaal) geboekt moet worden. De rechten die de vennootschap heeft op de inbrenger van nijverheid zouden in plaats daarvan geboekt moeten worden onder de “niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen (klasse 0)”. Zij voorzag er op dat moment echter nog in dat het bestuursorgaan hiervan naar goeddunken kon afwijken.

Deze algemene regel is fiscaal gezien goed nieuws. Het is namelijk vaste rechtspraak dat alles wat een vennootschap verkrijgt buiten het voor de exploitatie bijeengebrachte (fiscale) kapitaal een opbrengst van haar ondernemingsactiviteit is en dus, na aftrek van de kosten, een ondernemingswinst die is onderworpen aan de vennootschapsbelasting. Omdat de fiscale wet inbrengen in nijverheid uitdrukkelijk uitsluit van het fiscale (gestorte) kapitaalbegrip, betekent dit dat een boeking van een inbreng in nijverheid als een eigenvermogensbestanddeel onverbiddelijk zou leiden tot een belastbare vermogensaangroei.

Tweede versie ontwerpadvies CBN: onderscheid moment toezegging en volstorting

In de tweede versie van dit ontwerpadvies benadrukt de Commissie om te beginnen dat het van groot belang is dat er een onderscheid gemaakt wordt tussen enerzijds het moment “van de toezegging” van de inbreng (m.a.w. het moment waarop beloofd wordt een bepaalde prestatie te verrichten in het voordeel van de vennootschap) en anderzijds het moment waarop die inbreng “werkelijk volstort” wordt (m.a.w. het moment waarop de prestatie effectief geleverd wordt).

1. Moment van toezegging

Op dit vlak bevestigt de Commissie haar vroeger standpunt en zet zij het zelfs kracht bij door niet langer te voorzien in een mogelijkheid tot opt-out door het bestuursorgaan. Alle inbrengen in nijverheid zouden volgens de Commissie op dit moment geboekt moeten worden onder de “niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen (klasse 0)” en dus niet als een eigenvermogensbestanddeel.  

Dit zou best gebeuren in een passende subrekening van de rekening 00 Zekerheden door derden gesteld of onherroepelijk beloofd voor rekening van de vennootschap. De Commissie erkent echter dat verduidelijking op dit vlak wenselijk is. Idealiter zouden specifieke rekeningen ingevoegd worden voor inbrengen in nijverheid. De Commissie geeft aan dat ze de regering spoedig zal verzoeken de rekeningen “0000 Inbreng in nijverheid – te presteren” en “0001 Inbrengers in nijverheid – te presteren” in te voegen in het algemeen rekeningstelsel.

Zoals reeds vermeld, voorzag de Commissie er initieel in dat het bestuursorgaan van de vennootschap steeds zou kunnen afwijken van deze algemene regel door, wanneer zij dat opportuun achtte, de inbreng in nijverheid toch als een eigenvermogensbestanddeel te boeken. Het viel ons op dat deze mogelijkheid tot opt-out (tenminste op het moment van toezegging van de inbreng) in de recent gepubliceerde tweede versie van het ontwerpadvies niet meer voorkomt.

2. Moment van volstorting

Hoe de volstorting van een inbreng in nijverheid (de effectieve prestatie van de beloofde arbeid) in de boekhouding verwerkt moet worden, is volgens de Commissie een ander verhaal. Wat dit moment betreft, heeft het bestuursorgaan in principe wel nog steeds het recht om al dan niet te beslissen de inbreng op het actief te boeken, rekening houdende met het boekhoudprincipe van het getrouw beeld.

Er gelden echter drie voorwaarden die het bestuursorgaan in acht moet nemen, alvorens iets als een actief geboekt mag worden. Zo moet door arbeid gerealiseerde actief identificeerbaar zijn (1), toekomstige economische voordelen opleveren (2) en, tot slot, moet de vennootschap in kwestie er zeggenschap over hebben (3). Een boeking als eigen vermogen kan dus enkel wanneer de inbreng in nijverheid duidelijke en significante toekomstige voordelen voor de vennootschap zou opleveren.

Indien het bestuursorgaan van mening is dat aan deze voorwaarden voldaan is, mag de inbreng in principe op het actief geboekt worden en zal bijgevolg op het moment van volstorting een belastbaarheid ontstaan. Voor de volledigheid voegt de Commissie hieraan toe dat de volstorting plaatsvindt in de mate dat het actiefbestanddeel tot stand komt door het leveren van de ingebrachte arbeid.

Indien het bestuursorgaan de voorwaarden niet voldaan acht, moet de inbreng in nijverheid (ook op dit moment) onder de niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen blijven staan. Volgens de Commissie zal dit in de overgrote meerderheid van de gevallen de te volgen piste zijn. De geldende voorwaarden zijn immers behoorlijk strikt.

Conclusie: belastbare vermogensaangroei eerder zeldzaam

Bovenstaande analyse doet ons besluiten dat de CBN van mening is dat inbrengen in nijverheid in principe niet thuishoren op de balans van een vennootschap. Dit heeft als gevolg dat op fiscaal vlak geen reden tot ongerustheid is. Enkel in uiterst zeldzame situaties zou het bestuursorgaan van een vennootschap kunnen beslissen, in het licht van het beginsel van het getrouw beeld, inbrengen in nijverheid op het moment van volstorting als actiefbestanddeel te boeken. Reageren op dit nieuwe ontwerpadvies kan nog tot en met dinsdag 21 april 2020.

Aarzel niet om ons te contacteren bij verdere vragen.

Neem contact met ons op