close
Share with your friends

Aftrek receptie- en restaurantkosten beperkt, ongeacht hun doel

Aftrek receptie- en restaurantkosten beperkt

Tips and bills

Na lange tijd lijkt een definitief antwoord gekomen te zijn op de vraag of receptie- en/of restaurantkosten met een publicitair doel toch volledig in aftrek genomen mogen worden in de inkomstenbelasting. Na jaren van tegenstrijdige standpunten, heeft de Administratie een circulaire opgesteld die voor eens en voor altijd duidelijkheid zou moeten scheppen (Circ. 2020/C/42 van 17 maart 2020).

De problematiek is de volgende. Binnen de inkomstenbelasting zijn beroepsmatige receptie- en restaurantkosten respectievelijk slechts voor 50% en 69% aftrekbaar, zo luidt de wet (art. 53, 8° en 8°bis WIB92). De BTW betaald op deze categorieën van kosten kan niet worden gerecupereerd. De BTW Administratie aanvaardt evenwel al sinds 2015 dat deze aftrekbeperking niet speelt wanneer blijkt dat de belastingplichtige de kosten met een publicitair doel heeft gemaakt (in het kader van een verkoop bevorderend event). Velen begonnen zich dus, niet onterecht, af te vragen of deze redenering niet uitgebreid zou kunnen worden naar de inkomstenbelasting.

De volgende vraag stelt zich dus al een hele tijd: kan van de aftrekbeperking in de inkomstenbelasting ook, net als inzake BTW, afgezien worden als de receptie- en/of restaurantkosten gemaakt worden in het kader van een publicitair evenement? 

Aaneenschakeling van tegenstrijdige standpunten

Begin 2018 werd deze vraag voorgelegd aan de toenmalige minister van Financiën, Johan Van Overtveldt. De minister verklaarde met een volledige aftrek in de inkomstenbelasting in te kunnen stemmen op voorwaarde dat aangetoond kan worden dat de receptie- en restaurantkosten door de belastingplichtige gemaakt zijn in het kader van een evenement voor bestaande of potentiële klanten dat hoofdzakelijk en rechtstreeks tot doel heeft de verkoop van welbepaalde producten of diensten te bevorderen (m.a.w. er moet een duidelijk publicitair doel aanwezig zijn). Hij redeneerde dat in zo’n gevallen niet naar de aard van de uitgave gekeken moet worden, maar eerder naar het doel ervan. Het zou als gevolg daarvan niet langer om receptie- of restaurantkosten gaan, maar in werkelijkheid om publiciteitskosten. Hij onderbouwde zijn antwoord tot slot met het geldende standpunt inzake BTW en de broodnodige harmonisatie tussen de aanpak inzake BTW en inkomstenbelasting.

Een jaar later, begin 2019, sprak het Hof van Cassatie zich over de zaak uit. Tweemaal op rij oordeelde het Hof dat wat betreft de inkomstenbelastingen geenszins gekeken mag worden naar het doel van de uitgaven, maar louter naar de aard ervan. Het publicitaire doel van receptie- en restaurantkosten kan volgens het Hof dus niet afdoen aan hun intrinsieke aard en bijgevolg ook niet aan de aftrekbeperking die daarmee samenhangt.

Vervolgens werd, wegens deze opvallende tegenstrijdigheid, enkele maanden geleden opnieuw de minister van Financiën om zijn mening gevraagd. De huidige minister stelde deze keer kort en krachtig dat hij zich niet achter het standpunt van zijn voorganger kan scharen. Als hoofdreden gaf hij de recent gepubliceerde rechtspraak van het Hof van Cassatie mee.

Administratieve circulaire stelt einde aan discussie

De als gevolg hiervan op 17 maart 2020 verschenen circulaire, bevestigt het afwijzende standpunt van de huidige minister. De circulaire vat aan met een kort overzicht van de problematiek. Vervolgens wordt het legaliteitsbeginsel naar voren geschoven als het grootste bezwaar tegen de volledige aftrek. De letterlijke wettekst van de aftrekbeperking op receptie- en restaurantkosten maakt immers geen onderscheid naar de omstandigheden waarin de kosten werden gemaakt.

Het legaliteitsbeginsel stelt niet enkel dat “geen belasting ten behoeve van de Staat kan worden ingevoerd dan door een wet”, maar ook dat “geen vrijstelling of vermindering van belasting kan worden ingevoerd dan door een wet”. Alvorens publicitaire receptie- en restaurantkosten volledig aftrekbaar zouden zijn, is dus volgens dit beginsel een wettelijke basis vereist. Zelfs naar het verleden toe lijkt de Administratie geen enkele toegeving te willen doen. Tot slot vermeldt de circulaire dat de rechtspraak, en dan vooral de twee zaken van het Hof van Cassatie in 2019, haar standpunt bevestigen.

Conclusie: receptie- en restaurantkosten steeds beperkt aftrekbaar

Uit deze recente circulaire blijkt nu heel duidelijk dat de Administratie niet van plan is haar aanpak wat betreft inkomstenbelastingen en BTW te harmoniseren op dit vlak. Een volledige aftrek van receptie- en restaurantkosten is volgens haar in geen geval aan de orde. Zij lijkt kracht te putten uit het feit dat het Hof van Cassatie reeds meer dan eens in dezelfde zin oordeelde. Aangezien ook voor het verleden geen toegeving wordt gedaan, bestaat zelfs het risico dat de Administratie voor de jaren die deze circulaire voorafgaan reeds geclaimde aftrekken zal aanvechten.

Aarzel niet om ons te contacteren bij verdere vragen.

Neem contact met ons op