close
Share with your friends
graph

Het buitenlands avontuur van de Belgische beurstaks

Het buitenlands avontuur van de Belgische beurstaks

Het Europees Hof van Justitie (hierna: “EHJ”) heeft (in haar arrest van 30 januari 2020) geoordeeld dat de Belgische beurstaks (i.e. de taks op beursverrichtingen) voor verrichtingen via een buitenlandse tussenpersoon verenigbaar is met het Europees recht. Dit betekent echter nog niet dat daarmee het verhaal ten einde is, aangezien ook het Belgisch Grondwettelijk Hof nog haar oordeel moet vellen.

Achtergrond

Tot eind 2016 reikte de Belgische beurstaks niet verder dan de Belgische landsgrenzen. Enkel transacties die in België werden uitgevoerd, via een in België gevestigde tussenpersoon (bv. een bank), waren onderworpen aan de taks. Vanaf 1 januari 2017 werd het toepassingsgebied van de beurstaks echter aanzienlijk uitgebreid tot transacties die rechtstreeks of onrechtstreeks voor rekening van Belgische fiscale residenten (zowel natuurlijke personen als vennootschappen) worden uitgevoerd via een buitenlandse tussenpersoon of een buitenlands (internet) handelsplatform.

Kort na deze uitbreiding van het toepassingsgebied werden er bij het Belgische Grondwettelijk Hof meerdere beroepen tot nietigverklaring ingesteld, omwille van een mogelijke schending van het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel en bepaalde Europese verdragsvrijheden nl. de vrijheid van dienstverlening (art. 56 VWEU) en vrijheid van kapitaalverkeer (art. 63 VWEU). Meer concreet, voor verrichtingen via het buitenland moet de belegger - in tegenstelling tot verrichtingen via een Belgische tussenpersoon - de complexe aangifte en betalingsformaliteiten in principe zelf voldoen, onder dreiging van aanzienlijke boetes. Daarom zou het voor een Belgisch fiscaal inwoner relatief gezien duurder en administratief zwaarder zijn om te investeren via een buitenlandse tussenpersoon.

Alvorens zelf uitspraak te doen, heeft het Belgische Grondwettelijk Hof enkele prejudiciële vragen gesteld aan het Europees Hof van Justitie (hierna: “EHJ”), resulterend in het arrest van 30 januari 2020.

Beslissing van het EHJ

Volgens het EHJ leidt de Belgische fiscale wetgeving inderdaad tot een verschil in behandeling, waarbij een Belgische rijksinwoner mogelijks ontmoedigd wordt om gebruik te maken van (de diensten van) een buitenlandse tussenpersoon. Als een transactie uitgevoerd wordt via een buitenlandse tussenpersoon, is de ordergever zelf schuldenaar van de taks, waardoor hij in principe zelf alle beurstaks gerelateerde verplichtingen moet nakomen. Daardoor is het voor een niet-Belgische dienstverrichter (bv. een bank) moeilijker om haar diensten aan te bieden aan Belgische inwoners.

Het EHJ acht deze beperking op het vrij verkeer van diensten echter gerechtvaardigd om dwingende redenen van algemeen belang, nl. het waarborgen van een doeltreffende inning van de taks, effectieve fiscale controle en het voorkomen van ontwijking van beurstaks1. Het Hof wijst er ook op dat de Belgische regels evenredig zijn en niet verder gaan dan noodzakelijk. Zo heeft een buitenlandse tussenpersonen in principe steeds de mogelijkheid om een in België gevestigde fiscaal aansprakelijk vertegenwoordiger aan te stellen die, net zoals een Belgische tussenpersoon, dan alle beurstaks formaliteiten kan vervullen waardoor de Belgische belegger ook dan zelf niets meer hoeft te doen.

Implicaties

Volgens het Europees Hof van Justitie is de toepassing van de beurstaks voor verrichtingen via het buitenland dus verenigbaar met de Europese vrijheden van dienstverlening en kapitaal. Dit arrest heeft m.a.w. geen directe gevolgen. De beurstaks moet bijgevolg nog steeds worden aangegeven en betaald.

Dit is echter nog niet het einde van het verhaal. De bal wordt nu teruggekaatst naar het Grondwettelijk Hof, dat zich nu ook nog moet uitspreken over de zaak en onder meer moet beoordelen of de regeling tevens verenigbaar is met het Belgische grondwettelijke gelijkheidsbeginsel.

Wordt ongetwijfeld vervolgd…

  1. Het Hof oordeelt dat de vrijheid van dienstverlening voorrang heeft op het vrij verkeer van kapitaal. Daarom werd het uitgebreid toepassingsgebied enkel getoetst aan de vrijheid van dienstverlening.

Neem contact met ons op