close
Share with your friends

Invoering WVV wijzigt rechtsfiguur maatschap en feitelijke vereniging

Invoering WVV wijzigt rechtsfiguur maatschap

couple looking at the laptop

Vanaf 1 mei 2019 treedt het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen (hierna: ‘WVV’) stapsgewijs in voege. In het hervormde vennootschapsrecht verdwijnen een aantal vennootschapsvormen waaronder de stille en de tijdelijke handelsvennootschap. Zo blijven enkel nog de maatschap en de feitelijke vereniging over als vennootschapsvorm zonder rechtspersoonlijkheid. . De btw-administratie heeft thans een aanschrijving (2020/C/17 van 22 januari 2020) gepubliceerd over de btw-behandeling van deze 2 vennootschapsvormen.

De maatschap

De maatschap is een vennootschap met een burgerlijk of een handelsdoel die geen rechtspersoonlijkheid bezit. Het is een overeenkomst waarbij twee of meer personen zich verbinden om hun inbrengen in gemeenschap te brengen, met het oogmerk het rechtstreekse of onrechtstreekse vermogensvoordeel dat daaruit kan ontstaan, met elkaar te delen. Zij wordt in het gemeenschappelijk belang van de partijen aangegaan.

Stille maatschap

Overeenkomstig aanschrijving nr. 17 van 22 januari 1971 kwalificeerde de stille handelsvennootschap voor btw-doeleinden als een niet-belastingplichtige.

De stille handelsvennootschap was niet naar buiten toe gekend, en de actieve vennoot werd op basis van de commissionairsfictie van artikel 13 en 20, §1 WBTW geacht zelf alle uitgaande handelingen aan derden – die hij voor rekening van de stille handelsvennootschap stelde – te hebben verricht, en alle inkomende handelingen verricht door derde leveranciers zelf te hebben ontvangen. De inbrengen van de andere stille vennoten moesten gefactureerd met btw, tenzij deze inbrengen vrijgesteld waren of uit geld bestonden.

Overeenkomstig de nieuwe aanschrijving nr. 2020/C/17 is de maatschap stil wanneer overeengekomen wordt dat zij bestuurd wordt door een of meer zaakvoerders, al dan niet vennoten, die handelen in eigen naam. De stille maatschap zelf wordt aangemerkt als een niet-belastingplichtige. De vraag stelt zich evenwel of, bij gebrek aan verdere verduidelijking in de circulaire, de btw-behandeling van de stille handelsvennootschap zoals hierboven omschreven van toepassing blijft op de stille maatschap.

Tijdelijke maatschap

In tegenstelling tot de stille handelsvennootschap was de tijdelijke handelsvennootschap wel bekend ten aanzien van derden. Volgens de oude aanschrijving werd de tijdelijke handelsvennootschap niet als een belastingplichtige aangemerkt, maar de vennoten hadden wel de optie om de vennootschap als een belastingplichtige te laten aanmerken, mits een aantal voorwaarden werden vervuld.

In de nieuwe aanschrijving komt de tijdelijke maatschap niet meer afzonderlijk aan bod. Dit wijst erop, dat alle maatschappen die niet als stille maatschap kwalificeren aan dezelfde btw-regels zijn onderworpen. Overeenkomstig de nieuwe aanschrijving nr. 2020/C/17 kwalificeert een maatschap die niet als een stille maatschap wordt aangemerkt en die geen rechtspersoonlijkheid bezit voortaan als een belastingplichtige in de zin van artikel 4, §1 WBTW “voor zover zij voldoet aan de andere in dat artikel opgenomen voorwaarden”. Van een keuzerecht is dus niet langer sprake.

Voor de gewone 'maatschap' en de 'tijdelijke maatschap' geeft de nieuwe aanschrijving evenwel niet expliciet weer wat de gevolgen zijn inzake de btw-verplichtingen en stelt zich dus ook hier de vraag of de vroegere btw-behandeling van de tijdelijke handelsvennootschap met afzonderlijk btw-identificatienummer van toepassing blijft op de gewone 'maatschap' en de 'tijdelijke maatschap', en de vennoten dus hun inbrengen moeten factureren aan de maatschap (tenzij deze inbrengen vrijgesteld zijn van btw of uit geld bestaan).

Maatschap met rechtspersoonlijkheid

De vennoten kunnen er ook voor opteren om een maatschap op te richten met rechtspersoonlijkheid (vennootschap onder firma of een commanditaire vennootschap). Deze maatschappen worden door de nieuwe aanschrijving steeds aangemerkt als belastingplichtige in de zin van artikel 4, §1 WBTW “voor zover zij voldoet aan de andere in dat artikel opgenomen voorwaarden.”

In dit geval zal de vennootschap de handelingen zelf verrichten. De inbrengen van de vennoten zullen dan aan de vennootschap moeten worden gefactureerd (tenzij de inbreng is vrijgesteld van btw of uit geld bestaat).

De feitelijke vereniging

Als laatste bevat de circulaire een luik over de feitelijke vereniging. Deze streeft een belangeloos doel na, en mag rechtstreeks nog onrechtstreeks enig vermogensvoordeel uitkeren aan de oprichters, de leden, de bestuurders of enig ander persoon, behalve door het statutair bepaalde belangeloos doel.

Hoewel de feitelijke vereniging geen rechtspersoonlijkheid bezit, had zij onder de oude regeling de optie om zich te registeren voor btw-doeleinden. De nieuwe aanschrijving bepaalt nu dat de feitelijke vereniging altijd wordt aangemerkt als een belastingplichtige in de zin van artikel 4, §1 WBTW “voor zover zij voldoet aan de andere in dat artikel opgenomen voorwaarden”.

Vragen onbeantwoord

De nieuwe aanschrijving geeft slecht een zeer beperkte toelichting op een aantal vlakken, onder andere wat betreft de btw-behandeling van de stille maatschap, en de gewone maatschap (met inbegrip van de tijdelijke maatschap) zonder rechtspersoonlijkheid

Zo verduidelijkt zij tevens nergens wat men bedoelt met de toevoeging “voor zover zij voldoet aan de andere in dat artikel opgenomen voorwaarden” bij de bepaling rond “belastingplichtige in de zin van artikel 4, §1 WBTW”. Allicht vereist men dat de maatschap of vereniging ook effectief een economische activiteit moet hebben (i.e. bijvoorbeeld niet louter passief participaties mag aanhouden) vooraleer zij als belastingplichtige kan worden aangemerkt.

Ook over de inwerkingtreding en mogelijke overgangsregels voor de voorheen bestaande samenwerkingsvormen geeft de aanschrijving geen details.

Neem contact met ons op