close
Share with your friends

De Belgische vrijstelling sociaal passief

De Belgische vrijstelling sociaal passief

Brussels Community Building

Door de invoering van het Belgische eenheidsstatuut voor arbeiders en bedienden (hierna: Het eenheidsstatuut) vond er in 2014 een harmonisering plaats van de opzegtermijnen voor arbeiders en bedienden. Dit betekent een aanzienlijke meerkost voor werkgevers bij het ontslaan van arbeiders en lagere bedienden met een anciënniteit van minimaal vijf jaar. De wetgever heeft daarom in een begeleidende fiscale compensatiemaatregel voorzien, namelijk de vrijstelling ‘sociaal passief’. De wet trad reeds in werking op 1 januari 2014 maar creëert pas vanaf 1 januari 2019 gevolgen aangezien werknemers vijf jaar in dienst moeten zijn onder dit eenheidsstatuut alvorens de vrijstelling van toepassing is. De toepassing van de vrijstelling is inmiddels geconcretiseerd in twee Koninklijke besluiten en op enkele punten gewijzigd ingevolge een reparatiewet.

Wet van 26 december 2013: De basis

De vrijstelling sociaal passief geldt voor ondernemingen (met winst) en voor vrije beroepen (met baten) en houdt in dat de kostprijs van toekomstige ontslagen vooraf beperkt ten laste mag worden gelegd van het fiscaal resultaat. Deze vrijstelling is pas van toepassing als de betrokken werknemer minstens vijf dienstjaren actief is onder het eenheidsstatuut. Aangezien het eenheidsstatuut sinds 1 januari 2014 geldt, vindt de vrijstelling voor het eerst toepassing vanaf 1 januari 2019.

Het vrijgestelde bedrag is niet overdraagbaar en kan bijgevolg slechts effectief toepassing vinden als er een positief belastbaar resultaat is.

Het totaal bedrag van de vrijstelling genoten voor een bepaalde werknemer zal terug worden toegevoegd aan de winsten of baten van het belastbaar tijdperk waarin de werknemer het bedrijf verlaat. Het aldus verhoogde resultaat zal dan worden verminderd met de kosten die in voorkomend geval effectief met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst gepaard gaan (zoals bijvoorbeeld een opzegvergoeding).

Concrete toepassing van de wet

De concrete toepassing van de wet werd verder uitgewerkt in twee Koninklijke besluiten en reparatiewetgeving.

 

Nominatieve lijst

Om de fiscale vrijstelling sociaal passief te kunnen genieten, moet een nominatieve lijst van de tewerkgestelde werknemers ter beschikking van de Administratie worden aangehouden. Voor elke werknemer moet de volgende informatie worden bijgehouden:

  • De volledige identiteit en, in voorkomend geval, het nationaal nummer;
  • De datum van indiensttreding;
  • De anciënniteit verworven binnen het eenheidsstatuut;
  • De bruto belastbare bezoldigingen die aan de werknemer zijn betaald of toegekend, met inbegrip van de sociale werknemersbijdragen.

 

Berekeningswijze van het sociaal passief

Om het vrij te stellen bedrag aan sociaal passief te berekenen moet men uitgaan van de bruto maandbezoldiging die bestaat uit het gemiddelde van alle bruto maandelijkse bezoldigingen, vóór inhouding van de sociale zekerheidsbijdrage, inclusief overuren, verkregen gedurende het belastbaar tijdperk waarvoor de vrijstelling wordt toegepast.

De maximale bruto-bezoldiging die in aanmerking mag genomen worden om de vrijstelling te berekenen, wordt bepaald op:

  • 100% van de schijf van € 0,01 tot € 1.500; en
  • 30% van de schijf van € 1.500,01 tot € 2.600.

 

Het gedeelte dat hoger is dan € 2.600 geeft geen recht op een bijkomende vrijstelling. Het maximale maandloon waarmee rekening mag worden gehouden bedraagt dus € 1.830.

Vervolgens moet het bedrag aan maandelijkse bruto-bezoldiging worden omgezet naar een wekelijkse bezoldiging aan de hand van de multiplicator 3/13. Het bedrag aan vrij te stellen sociaal passief bedraagt vanaf het zesde dienstjaar (vanaf 1 januari 2014) drie weken bruto-bezoldiging en één week bruto-bezoldiging vanaf het 21ste dienstjaar.

Verder wordt de toepassing van de vrijstelling over vijf jaar gespreid. Het bedrag dat wordt berekend op basis van de bovenstaande berekening, mag dus 5 jaar lang voor 20% vrijgesteld worden. Op te merken valt dat dit gespreide bedrag aan “sociaal passief” dus verworven wordt per belastbaar tijdperk. Dit impliceert dat in belastbaar tijdperk X+1 het totaal bedrag aan sociaal passief gelijk is aan de som van 20% van het sociaal passief ontstaan in belastbaar tijdperk X en 20 % van het sociaal passief ontstaan in belastbaar tijdperk X+1. Indien er in belastbaar tijdperk X+1 geen of niet voldoende winst gemaakt wordt, lijkt het totaal bedrag (20% van de vrijstelling sociaal passief verworven in belastbaar tijdperk X+1 en 20% van de vrijstelling verworven in belastbaar tijdperk X) verloren te gaan in belastbaar tijdperk X+1.

De vrijstelling sociaal passief, ten belope van 20% per belastbaar tijdperk, is van toepassing zolang dat de betrokken werknemer in dienst van de onderneming blijft. Zodra hij de onderneming verlaat, zal het reeds vrijgestelde bedrag terug worden toegevoegd aan de winsten of baten van het belastbaar tijdperk waarin hij de onderneming verlaat én is de gespreide vrijstelling van het overblijvende deel van het sociaal passief niet meer van toepassing.

De vrijstelling sociaal passief kan interessant zijn, zeker voor bedrijven met een aanzienlijk en loyaal personeelsbestand. Ondernemingen dienen zich wel bewust te zijn van de extra administratieve last, te meer gelet op de spreiding van de vrijstelling over 5 jaar.

Indien u hieromtrent bijkomend advies of een doorrekening voor uw situatie wenst, helpen onze specialisten u graag verder.

Neem contact met ons op