close
Share with your friends

Btw-gevolgen bij een harde brexit

Btw-gevolgen bij een harde brexit

Brexit Big Ben

Het zijn cruciale dagen voor de Britten. Na het verwerpen van de initieel tussen de Europese Unie (EU) en het Verenigd Koninkrijk (VK) overeengekomen Brexit-deal door het Britse House of Commons op 15 januari 2019 zijn alsnog uiteenlopende scenario’s mogelijk. Hiertoe behoren een eenzijdige intrekking van de exitprocedure door het VK, een uitstel van de deadline van 29 maart 2019, al dan niet gecombineerd met hernieuwde onderhandelingen tussen de EU en het VK, dan wel een nieuw referendum of onverhoopt toch alsnog een ‘no deal-brexit’. Een no deal-brexitscenario zonder enig akkoord, waarbij het VK op 30 maart 2019 geen deel meer uitmaakt van de EU, lijkt echter steeds realistischer te wor­den.

De gevolgen van een no deal-brexit op het vlak van douane en logistiek komen hier en daar al uitvoerig aan bod. Maar ook de consequenties voor de btw verdienen de nodige aandacht, niet in het minst met het oog op een eventuele aanpassing op het vlak van IT- en boekhoudsystemen. Met minder dan vijf weken te gaan blijft dan ook de prangende vraag of iedereen zich tijdig zal hebben kunnen voorbereiden op het scenario van een no deal-brexit.

Gevolgen voor goederensector

Bij een no deal-brexit wijzigt de btw-behandeling van goederenbewegingen met het VK en krijgen deze de kwalificatie ‘invoer’ en ‘uitvoer’ in plaats van intracommunautaire ver­wervingen en intracommunautaire leveringen. Dit betekent tevens het wegvallen van de toepassing van vereenvoudigingsregels zoals driehoeksverkeer, consignatie/call-off stock en niet-overbrengingen. Hierdoor zullen EU-bedrijven zich potentieel voor btw-doeleinden in het VK moeten registreren, een EORI-nummer moeten aanvragen in zowel het VK als in de EU en mogelijk invoer-btw moeten betalen zowel in het VK als in de EU (behoudens voor zover een beroep zou kunnen worden gedaan op een systeem om de voorfinanciering van invoer-btw, te vermijden via een verlegging van de invoer-btw).

E-commercebedrijven kunnen getroffen worden doordat de regeling van verkopen op afstand niet meer van toepassing zal zijn op de verkoop van goederen aan particulieren in het VK. De kans is groot dat deze leveringen moeizamer zullen verlopen door de bijkomen­de formaliteiten die bij invoer moeten worden voldaan. Belangrijk hierbij om aan te stippen is dat volgens informatie van de btw-administratie in het VK, de btw-vrijstelling voor invoer van kleine zendingen zou worden afgeschaft (wat binnen de EU pas gepland staat in 2021). Alle zendingen (ook kleine postpakketjes) zullen daarom worden onderworpen aan invoer-btw. Voor goederen met een waarde tot £ 135 zou er wel een systeem worden opgezet om de btw te voldoen via een elektronisch portaal, waarbij een registratie bij de btw-administratie in het VK vereist zal zijn.

Gevolgen voor dienstensector

Op zich zullen er in b2b-context slechts beperkte gevolgen voelbaar zijn voor de dienstensector. Daarin zal de no deal-brexit invloed hebben op de plaatsbepaling van ‘intellectuele’ of ‘immateriële’ diensten verricht door Europese aanbieders aan niet-belastingplichtigen gevestigd in het VK. Deze zullen na een no deal-brexit plaatsvinden in het VK.

Gevolgen voor de aanduiding aansprakelijk vertegenwoordiger

Wijziging schuldenaar belasting

Ondernemingen gevestigd in het VK die zich moeten registreren voor btw-doeleinden in België zullen dit moeten doen via aanstelling van een aansprakelijk vertegenwoordiger, waarbij in principe een zekerheid ten aanzien van de Belgische administratie (onder de vorm van een bankgarantie of storting bij de Deposito- en Consignatiekas) vereist zal zijn. In Nederland daarentegen is het niet vereist om een vertegenwoordiger aan te stellen indien een onderneming zich in Nederland voor btw-doeleinden registreert.

Specifiek voor België moet in dat geval ook rekening gehouden worden met een mogelijke wijziging van schul­denaar van de belasting bij transacties die, voor btw-doeleinden, gelokaliseerd worden in Bel­gië. Indien bijvoorbeeld een Belgische aannemer werk in onroerende staat verricht voor een Britse klant zal na 29 maart 2019 de verlegging van heffing moeten worden toegepast wanneer de klant beschikt over een Belgisch btw-identificatienummer.

Gevolgen voor EU-faciliteiten

Diverse EU-faciliteiten zullen van de ene op de andere dag wegvallen. Zo zal de geldigheid van btw-identificatienummers niet meer gecontroleerd kunnen worden via de VIES-website van de Europese Commissie.

Belgische en Nederlandse aanbieders van elektronische diensten kunnen ook geen beroep meer doen op de MOSS-regeling voor hun diensten aan particulieren in het VK. Deze ondernemingen zullen zich voor diensten vanaf 30 maart 2019 moeten registreren in het VK om daar de lokale btw af te kunnen dragen.

Tot slot zal btw opgelopen in het VK niet meer kunnen worden gerecupereerd via het in­dienen van een teruggaafverzoek met behulp van de btw-portaalsite van de EU-lidstaat van vestiging. De onderneming zal een teruggaafverzoek moeten indienen in het VK. Opvallend daarbij is dat de Britse btw-administratie op dat punt momenteel nog geen nieuwe proce­dure heeft uitgewerkt, maar alleen spreekt over hoe in het VK gevestigde ondernemingen Europese btw kunnen recupereren.

Elk nadeel heeft zijn voordeel

Het wegvallen van Intrastat-verplichtingen of het indienen van de intracommunautaire opgave zou als ‘vermindering van de administratieve last’ kunnen worden gezien, maar gelet op de talrijke bijkomende formaliteiten is dit slechts een miniem voordeel.

Voor ondernemingen actief in de bank- en verzekeringssector kan bijkomend nog gewe­zen worden op het feit dat zij potentieel een hoger recht op aftrek kunnen genieten van de btw die wordt geheven op hun inkomende handelingen, in de mate dat deze betrekking zouden hebben op de financiële en verzekeringshandelingen die zij stellen ten aanzien van hun medecontractant die in het VK is gevestigd.

Neem contact met ons op