close
Share with your friends

Belangrijk arrest Nederlandse Hoge Raad inzake aan- en verkoopkosten deelneming

Belangrijk arrest Nederlandse Hoge Raad

Belangrijk arrest Nederlandse Hoge Raad inzake aan- en verkoopkosten deelneming

Op basis van de Nederlandse deelnemingsvrijstelling zijn dividenden en vermogenswinsten uit kwalificerende deelnemingen vrijgesteld van vennootschapsbelasting. De deelnemingsvrijstelling geldt eveneens voor ‘kosten ter zake van de verwerving of de vervreemding’ van dergelijke deelnemingen. Lees: deze kosten (aan- en verkoopkosten deelneming) zijn niet aftrekbaar.

Over de vraag wanneer sprake is van niet-aftrekbare aan- of verkoopkosten deelneming bestaat veel discussie. Op 7 december 2018 heeft de Nederlandse Hoge Raad over dit onderwerp geoordeeld.

Arrest

De Hoge Raad overweegt dat sprake is van aan- en verkoopkosten deelneming als er een rechtstreeks oorzakelijk verband is tussen de kosten en de verwerving of vervreemding van een deelneming. Daarvan is sprake als die kosten worden opgeroepen door de verwerving of de vervreemding van een specifieke deelneming en, zo overweegt de Hoge Raad, als de kosten zonder die verwerving of die vervreemding niet zouden zijn gemaakt.

Hoe de overwegingen van de Hoge Raad dienen te worden geïnterpreteerd is onduidelijk. Wij menen dat de Hoge Raad heeft bedoeld de kosten aan te wijzen die niet zouden zijn gemaakt zonder de intentie om een deelneming te verwerven of vervreemden. De woordkeuze van de Hoge Raad lijkt echter, naar analogie, ook ruimte te bieden om aan- en verkoopkosten zeer restrictief uit te leggen. Omdat een aan- of verkoop doorgaans tot het einde van het proces (onverhoopt) kan worden geannuleerd, zouden vanuit die restrictieve uitleg de kosten gedurende een dergelijk proces ook zijn gemaakt zonder dat een verwerving of vervreemding plaatsvindt.

Praktijk

Dit arrest heeft grote gevolgen voor de Nederlandse fiscale praktijk. Daarin ging men er veelal van uit dat er in het proces rond de aan- of verkoop van een deelneming een omslagpunt kon worden gevonden, bijvoorbeeld het tijdstip van ondertekening van een zogenoemde ‘letter of intent’, het op basis van exclusiviteit gaan onderhandelen of het uitbrengen van een bindend bod tijdens een veiling. De vanaf dat omslagmoment gemaakte kosten moesten dan vervolgens bij een geslaagde aan- of verkoop als aan- of verkoopkosten deelneming worden aangemerkt.

De Hoge Raad benadert de kwestie echter volstrekt anders en acht de in de praktijk gehanteerde criteria niet relevant. De Hoge Raad werpt de volgende vraag op: zouden de kosten wel of niet zijn gemaakt zonder de verwerving of vervreemding? Als de kosten niet zouden zijn gemaakt, is sprake van niet-aftrekbare aan- of verkoopkosten deelneming.

Goed koopmansgebruik

Omdat de aftrekuitsluiting realiteit wordt zodra de aan- of verkoop van een deelneming doorgang vindt, bestaat gedurende het aan- of verkoopproces onzekerheid over de aftrekbaarheid van de gemaakte kosten. In dit kader merkt de Hoge Raad op dat goed koopmansgebruik gebiedt de aan- of verkoopkosten te passiveren en af te boeken – belast (aftrekbaar) dan wel onbelast (niet-aftrekbaar) – zodra vaststaat of de verwerving of vervreemding wel of niet doorgaat. Indien de verwerving of vervreemding doorgang vindt, zijn de kosten niet aftrekbaar. Indien deze wordt geannuleerd, zijn de kosten alsnog aftrekbaar.

Indien in het kader van een voorgenomen vervreemding een passiefpost is gevormd en de deal ketst af, dan stelt de Hoge Raad dat de passiefpost moet worden gehandhaafd als het voornemen blijft bestaan om de deelneming te vervreemden. Als in een volgende fase de vervreemding aan een andere partij vervolgens slaagt, moet worden beoordeeld in hoeverre de verkoopkosten die zijn gemaakt in de eerste fase ook zouden zijn gemaakt indien die fase niet had plaatsgevonden. Slechts in zoverre worden die kosten door het aftrekverbod getroffen.

Vervolg

Omdat de Hoge Raad de onderhavige zaak voor een feitelijke beoordeling heeft doorverwezen, moet de einduitkomst van deze procedure worden afgewacht. Hoewel het arrest van de Hoge Raad nieuwe vragen oproept, dient hiermee rekening te worden gehouden bij het opstellen van nieuwe Nederlandse aangiften vennootschapsbelasting en noopt dit in voorkomende gevallen tot herziening van reeds ingediende aangiften.

Hebt u in uw recente aangiften vennootschapsbelasting in dit kader een standpunt ingenomen of bent u voornemens een deelneming te verwerven of vervreemden? In dat geval bespreken wij de gevolgen van dit arrest graag met u.

Ga terug naar de overzichtspagina

Neem contact met ons op

Gerelateerde content