Brexit en economische migratie | KPMG België
close
Share with your friends
Brexit en economische migratie

Brexit en economische migratie

Brexit en economische migratie

Enkele beschouwingen over de toekomstige relatie tussen het VK/de EER en economische migratie: een oproep om de geografische en bedrijfsrealiteit te aanvaarden.

Sinds de publicatie ervan halfweg september 2018 kwamen er gemengde reacties op het eindrapport van het UK Migration Advisory Committee (MAC) over de impact van de EER-migratie op het VK, in het licht van de naderende Brexit op 29 maart 2019.

Mensen en migratie stonden vanaf het begin centraal in de Brexitsaga, dus moeten we niet verrast zijn dat de EER-migratie een gevoelig onderwerp blijft.

In dit artikel denken we na over enkele thema's die in het MAC-rapport aan bod komen, vanuit het perspectief van bedrijfsgebonden migratie en onze ervaring in dit domein.

Als het immigratiesysteem geen deel uitmaakt van de onderhandelingen met de EU, en het VK zijn verdere migratieplan geïsoleerd uitwerkt, dan beveelt het MAC aan om over te gaan tot een systeem waarin alle migraties worden beheerd, zonder preferentiële toegang voor EER-burgers. Dat staat in het begin van het MAC-rapport. Eigenlijk stelt het MAC zijn rapport op uitgaand van een 'no deal'-situatie.

Recente ontwikkelingen aan beide kanten van het Kanaal laten doorschemeren dat een 'no deal'-scenario – hopelijk – kan worden vermeden. In afwachting van 11 december 2018, wanneer het Britse parlement stemt over de voorgestelde 'May'-Brexitdeal, roepen we op om een aantal aanbevelingen uit het MAC-rapport te herbekijken. Volgens ons moet er opnieuw worden gefocust op de afstemming van de toekomstige relatie en de economische migratie-impact ervan, rekening houdend met de geografische en bedrijfsrealiteit, en dat in elk mogelijk Brexitscenario.

Het einde van het tijdperk van vrij verkeer?

Het MAC beveelt – enigszins stoutmoedig – aan om het huidige vrije verkeer van EER-onderdanen naar het VK stop te zetten bij een scenario zonder akkoord. Er wordt gesuggereerd dat "vrij verkeer de migratiebeslissing uitsluitend bij de migranten legt, zodat inwoners van het VK geen controle meer hebben over het niveau en de mix van de migratie. Vrij verkeer kan geen garantie bieden dat de migratie in het belang en het voordeel van de inwoners van het VK is."

Als resultaat daarvan zouden EU-onderdanen als onderdanen van een derde land moeten worden beschouwd, die aan bijkomende bureaucratische regels moeten voldoen (werkvisum of ander visum om in het VK te reizen, er zich te vestigen of te werken), wat leidt tot hogere kosten en wat de aanwerving van personeel in/naar het VK voor bedrijven vertraagt.

De bedrijfsrealiteit die we ervaren is dat werkgevers actief opdrachten of verhuisvoorstellen bij hun huidige of toekomstige werknemers promoten om personeelstekorten in het VK op te vullen, talent in het bedrijf te ontwikkelen of te beantwoorden aan dringende bedrijfsbehoeften. In een bedrijfscontext is een beslissing om EU-onderdanen in het VK tewerk te stellen zelden het resultaat van de persoonlijke wens van een individu om naar het VK te migreren.

We raden aan om hierover na te denken en ook over de negatieve economische gevolgen die het einde van het vrije verkeer zullen betekenen voor de bedrijven in het VK en dus ook voor de bewoners van het VK.

Duidelijke keuze voor hoog- (en middelbaar) opgeleide werknemers

Het rapport maakt een sterk onderscheid tussen hoogopgeleide en lager opgeleide werknemers. Er blijkt een duidelijke voorkeur om enkel hoogopgeleide werknemers aan te trekken en toe te laten – niet enkel uit EER-landen maar ook uit derde landen. Hoger opgeleide werknemers verdienen meestal meer, dragen positiever bij tot de openbare financiën, betalen meer belastingen en ontvangen minder uitkeringen, zo vat het rapport samen. Daarom is hun aanwezigheid in het VK 'gerechtvaardigd', aldus het MAC-rapport.

Het rapport stelt voor om hoogopgeleide EU-onderdanen een werkvergunning in het VK te verlenen, gebruikmakend van het bestaande plan voor hoogopgeleide werknemers van buiten de EER en uit Zwitserland, en tegelijkertijd de voorwaarden van het bestaande plan voor alle betrokken hoogopgeleide migranten te vereenvoudigen.

Een voorstel is om het plan ook uit te breiden naar werknemers in jobs voor middelbaar opgeleide mensen om een schadelijk tekort aan competenties te vermijden, wat het geval zou kunnen zijn als het vrije verkeer van werknemers eindigt en enkel hoogopgeleide werknemers toegang krijgen tot het VK. Bovendien wordt aanbevolen om de bovengrens in het plan af te schaffen en de administratieve lasten te beperken, zowel voor EER-inwoners als voor niet-EER-inwoners.

KPMG België is ervan overtuigd dat de voorgestelde veranderingen goed zijn voor bedrijven die buitenlands personeel van buiten de EER en uit Zwitserland willen tewerkstellen. Een meer flexibele instroom van talenten en competenties toelaten in het VK zal goed zijn voor de bedrijven in de jacht op talent. Geen preferentiële behandeling geven aan EU-onderdanen lijkt echter de geografische en culturele realiteit te negeren van de nabijheid van de EU en haar talentenvijver, waarop vrij makkelijk een beroep kan worden gedaan. Bedrijven zouden voordeel hebben bij het voortzetten van de huidige snelle en gemakkelijke – preferentiële – toegang tot de talenten en vaardigheden van EU-onderdanen, een tweede punt om over na te denken.

En wat met de lager opgeleiden?

Het MAC-rapport ziet daarentegen geen behoefte voor een werk gerelateerd visumplan voor lager opgeleide werknemers, of ze nu onderdanen zijn van de EU of van derde landen.

Enigszins stuitend verwijst het rapport zelfs naar de huidige lager opgeleide EU-onderdanen in het VK als "bestaande voorraad" en neemt het aan dat de constante stroom van lager opgeleide werknemers gegarandeerd is door gezinsmigratie. Dat kan een weerspiegeling zijn van de publieke opinie over lager opgeleide werknemers die in lijn ligt met de referendumstem om de EU te verlaten. In de realiteit worden veel bedrijven in het VK, in de pre-Brexitfase, echter al geconfronteerd met een personeelstekort voor jobs voor lager opgeleiden in diverse sectoren zoals horeca, schoonmaak, bouw, productie enz.

Er is ook een oproep om de nabijheid van de EU en de vlotte toegang tot de pool van EU-onderdanen te erkennen, ongeacht wat hun opleidingsniveau is. De bedrijven en de maatschappij als geheel zouden er voordeel bij hebben lager opgeleide EU-onderdanen een preferentiële behandeling te geven bij het toetreden op de arbeidsmarkt in het VK, naast het erkennen van de belangrijke rol die ze spelen in de economie.

Met hun recente oproep tot feitelijke gegevens om een 'Shortage Occupation'-lijst voor 2018 op te stellen, lijkt het MAC een stap in deze richting te zetten. De bedrijven worden aangemoedigd om voor 6 januari 2019 hun input online aan het MAC te bezorgen.

Conclusie

De Brexit heeft verschillende facetten: het economische migratieaspect voor bedrijven is er een van. KPMG België roept de EU en het VK op om hun toekomstige relatie in verband met dit specifieke punt vorm te geven rekening houdend met de bedrijfs- en geografische realiteit, zodat bedrijven aan beide kanten van het Kanaal naadloos VK- en EU-onderdanen kunnen blijven aanwerven.

Neem contact met ons op

Gerelateerde content