Heeft BEPS 2.0 geen gevolgen voor uw bedrijf? - KPMG Belgium
Stock market

U denkt dat BEPS 2.0 geen gevolgen heeft voor uw bedrijf?

U denkt dat BEPS 2.0 geen gevolgen heeft voor uw bedrijf?

U denkt dat BEPS 2.0 geen gevolgen heeft voor uw bedrijf?

Kathy Lim | Director,

Toen de OESO het project Base Erosion and Profit Shifting (BEPS) lanceerde, en vooral wanneer de 15 eindrapporten in 2015 gepubliceerd werden, moesten multinationals, belastingbetalers, -autoriteiten en -adviseurs wereldwijd alle zeilen bijstellen om de gevolgen van BEPS te doorgronden – en na te gaan hoe de elementen en perspectieven inzake BEPS de nieuwe norm zouden worden.

Dat was BEPS 1.0.

Terwijl multinationals BEPS 1.0 nog verwerken, verwelkomen we BEPS 2.0 – een gevolg van de BEPS-discussie van 2015 en in het bijzonder van actiepunt 1, dat aangeeft dat de digitalisering en de bedrijfsmodellen die hieruit voortkomen nieuwe uitdagingen met zich meebrengen inzake internationale belastingheffing. Op die manier heeft BEPS 2.0 geleid tot een reeks vragen over belastingrechten en hoe inkomsten verdeeld zouden moeten worden tussen landen.

Tijdens recente besprekingen heb ik gemerkt dat multinationals in meer traditionele sectoren zoals de farmaceutica, chemicaliën, logistiek enz. het debat rond digitalisering beschouwen als iets dat enkel van toepassing is op bedrijven als Facebook, Amazon of Alibaba. Wanneer we naar de lopende besprekingen over het aanpakken van de uitdagingen van de digitaliserende economie kijken, wordt snel duidelijk dat de voorstellen van de OESO hieromtrent verder gaan dan enkel digitale bedrijven. De nadruk op waardecreatie, het aanpakken van immateriële marketingactiva en het beschouwen van significante economische aanwezigheid zijn aspecten waar alle multinationals oog voor moeten hebben voor hun verrekenprijsmodellen.

Laten we kijken naar modellen op basis van distributeurs met een beperkt risico of servicevergoedingen voor lokale verkoop- en marketingactiviteiten. Het voorstel rond 'immateriële marketingactiva' dat de OESO uiteenzet in het document voor openbare raadpleging van februari 2019 stelt duidelijk dat een multinationale groep een rechtsgebied 'kan bereiken', vanop afstand of via een beperkte lokale aanwezigheid (via een distributeur met beperkt risico of een dienstverlener) om lokaal immateriële marketingactiva te ontwikkelen zoals een klantenbestand, merknaam of klantenrelaties. Dit concept verbindt immateriële marketingactiva met het rechtsgebied van de markt, en haalt een mogelijke noodzaak aan om een deel van het uitzonderlijke inkomen af te dragen aan het rechtsgebied van de markt – hetgeen volgens de huidige verrekenprijsprincipes gewoonlijk wordt toegewezen aan de ondernemende, risiconemende hoofdvennootschap in plaats van lokale distributeurs of dienstverleners. Verwacht wordt dat dit voorstel samen met de twee andere voorstellen inzake 'gebruikersparticipatie' en 'significante economische aanwezigheid' verder gaat dan het 'arm’s length'-principe – waarbij tegelijkertijd de huidige regels rond het onderlinge verband van belastingen gewijzigd worden, die vandaag beperkt zijn tot bedrijven met een fysieke aanwezigheid in een rechtsgebied.

De OESO werkt verder aan de voorstellen rond BEPS 2.0 en dit proces wordt verwacht te lopen tot in 2020. Een consensus wordt verwacht tegen eind 2020. Het is belangrijk dat multinationals de mogelijke gevolgen overwegen, nagaan wat BEPS 2.0 voor hen betekent en punten identificeren in hun verrekenprijsmodellen die mogelijk herzien moeten worden.

Dankzij de inspanningen van het KPMG International-netwerk zullen we een tool beschikbaar maken waarmee multinationals de mogelijke gevolgen van het BEPS 2.0-initiatief zullen kunnen inschatten. Hou dit dus in de gaten!